Frans Huygen

vvaa-top 100 / 'De vader van de huisartsgeneeskunde'

Wie heeft de grootste betekenis (gehad) voor de Nederlandse zorg? In aanloop naar het VvAA-jubileum stelden we u die vraag. Leden droegen in totaal maar liefst 374 namen aan. Op nummer 10 van de VvAA-top 100: Frans Huygen (1917-1998).

‘De vader van de huisartsgeneeskunde’, zo omschrijft een VvAA-lid Frans Huygen. De in Utrecht geboren Huygen studeert daar in 1943 af, net voor de universiteit wordt gesloten. Nog in de oorlog vestigt hij zich als huisarts in het Gelderse Lent. Behalve dat hij een grote praktijk runt (waar hij bijvoorbeeld in totaal meer dan 3.000 thuisbevallingen begeleidt), zet hij zich vanaf het begin van zijn carrière in voor verdere professionalisering van de huisartsgeneeskunde.

Zo is hij in 1956 medeoprichter van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG). Twaalf jaar later wordt hij benoemd tot buitengewoon hoogleraar ‘in de toepassing van de geneeskunde in het gezin’. Hij is de eerste hoogleraar in dit vak en zet daarmee de huisartsgeneeskunde op de kaart.

Na zijn overlijden wordt hij de kerk ingedragen door zijn voormalige promovendi, waaronder acht hoogleraren geneeskunde

Vanaf 1967 gaat Huygen morbiditeit registreren. Eerst in zijn eigen praktijk, later in drie andere. De verzamelde gegevens gebruikt hij om Family medicine te schrijven, een van de standaardwerken over huisartsgeneeskunde. Dat zijn publicaties ook buiten Nederland veel invloed hebben gehad, blijkt uit het feit dat hij een jaar voor zijn dood de prestigieuze Maurice Wood Award ontvangt, de oeuvreprijs van de Amerikaanse huisartsenorganisatie NAPCRG.

Na zijn overlijden wordt hij de kerk ingedragen door zijn voormalige promovendi, waaronder acht hoogleraren geneeskunde.

Bekijk de complete uitslag van de VvAA-top 100

Bron: Het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. 1999;143:321-2.

Delen