Wanneer geldt plicht interne toezichthouder?

Juristen en advocaten van VvAA ondersteunen leden bij uiteenlopende problemen.

Enkele huisartsen werken samen in maatschapsverband. Zij vragen zich af of de verplichting om een interne toezichthouder te hebben – een verplichting die voortvloeit uit de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) – ook voor hen geldt. Deze wet treedt op 1 januari 2022 in werking. En als zij een interne toezichthouder nodig hebben, mogen zijn dan hun partners als toezichthouder aanstellen? 

Antwoord

Shirin-Slabbers
Shirin Slabbers is juridisch adviseur gezondheidsrecht
bij VvAA Juridisch Advies en Rechtsbijstand

De eis van een interne toezichthouder hangt af van de doelgroep die over een Wtza-vergunning moet beschikken. Er moet dus allereerst worden nagegaan of de maatschap vergunningplichtig is. 

Op grond van de Wtza geldt voor twee doelgroepen een vergunningplicht: 1. Voor instellingen die medisch-specialistische zorg verlenen (hieronder vallen geen huisartsen).  2. Voor instellingen die Zvw- of Wlz-zorg verlenen met meer dan tien zorgverleners. In het Uitvoeringsbesluit Wtza staan enkele uitzonderingen op de vergunningplicht. Een maatschap van huisartsen valt niet onder één van deze uitzonderingen en moet dus, bij meer dan tien zorgverleners, een vergunning hebben. Let wel op: bij het tellen tot tien moeten niet alleen de huisartsen worden betrokken, maar bijvoorbeeld ook de praktijkondersteuners en doktersassistenten.

Er bestaat wel een aantal uitzonderingen op de verplichting om een interne toezichthouder te hebben, ook al is er een vergunningplicht. De tweede stap is dus dat moet worden nagegaan of een uitzondering van toepassing is. 

Eén uitzondering is dat er sprake is van een instelling waar cliënten niet verblijven en waar Zvw- of Wlz-zorg wordt verleend met 25 of minder zorgverleners én waar geen sprake is van medisch-specialistische zorg of persoonlijke verzorging, begeleiding of verpleging. Deze bepaling heeft tot gevolg dat een maatschap van huisartsen alleen een interne toezichthouder moet hebben als er met meer dan 25 personen zorg wordt verleend. De eisen die aan een interne toezichthouder worden gesteld, staan in de Wtza en in het Uitvoeringsbesluit Wtza. Uit die eisen volgt dat er geen directe familiaire relatie mag bestaan tussen de toezichthouder en de algemene leiding van de instelling. 

Het antwoord op de eerste vraag, geldt de verplichting om een interne toezichthouder te hebben, is dus afhankelijk van het aantal medewerkers van de huisartsenpraktijk. Het antwoord op de tweede vraag is (vanzelfsprekend) ontkennend. 

Voor andersoortige zorgverleners, zoals psychologen, fysiotherapeuten en thuiszorgverleners, moet ook telkens worden bepaald of er sprake is van een vergunningplicht (stap 1) en vervolgens of één van de uitzonderingen op de verplichting om een interne toezichthouder te hebben van toepassing is (stap 2). 

Het is overigens niet zo dat iedereen die vergunningplichtig is dat voor 1 januari 2022 moet hebben geregeld. Er bestaat namelijk een overgangsregeling. Veel zorgverleners hebben daardoor tot 1 januari 2024 de tijd.