Willeke Alberti: ‘In de zorg vind je het fijnste publiek’

Net als Willem-Alexander, André van Duin of Mark Rutte behoeft Willeke Alberti geen nadere introductie. Iedereen kent de zangeres die al op 11-jarige leeftijd op de planken stond en in 1958 haar eerste plaatje (Zeg pappie, ik wilde u vragen) uitbracht. Ze is al die jaren alleen maar bejubeld en heeft niet alleen een groot warm hart voor haar fans, maar ook voor de zorg, waar ze veelvuldig optreedt.

Tekst: Adri van Beelen | Foto Roy Beusker

Willeke Alberti

Willeke Alberti, officieel Willy Albertina Verbrugge, is heel prozaïsch bezig met het ophangen van nieuwe gordijnen als we ons melden voor het interview. In verband met de coronamaatregelen – ten tijde van dit gesprek – zingt ze even niet. Althans, niet buiten de deur, want binnenshuis wil ze nog weleens een lied aanheffen. “Zingen is een onmisbaar onderdeel van mijn leven.”

Dat zingen is haar van huis uit met de paplepel ingegoten. Met haar vader ‘tenore Napolitano’ Willy Alberti stond ze al vroeg op de bühne en algauw had ze ook haar eigen carrière. Alberti’s mooiste lied is volgens velen Telkens weer uit de film Rooie Sien (1975). Maar uiteraard heeft iedereen een eigen voorkeur en maakt iedereen zijn eigen reis down memory lane bij deze diva van het Nederlandse lied. 

In februari 2021 wordt ze 76 jaar. “Maar leeftijd is onbelangrijk”, vindt ze. “Daar sta ik nooit bij stil. Ik word ’s morgens dus niet somber wakker met de vraag hoe lang ik nog heb. Ik ben dankbaar met mijn acht kleinkinderen. Dat heeft mijn moeder helaas niet mogen meemaken.”

Haar moeder stierf in 2011 en had haar vader 26 jaar overleefd. Het was geen ‘volbloed’ Amsterdams echtpaar. Willeke: “Mijn moeder kwam uit Arnhem en had familie in Wageningen en Den Bosch. Ze is 90 jaar geworden, kwam uit een sterk geslacht. Ik heb nu zelfs nog een tante van 97 jaar in Canada.”

‘Als je niet kunt delen, kun je ook niet vermenigvuldigen’

Familie is belangrijk voor haar. “En ik heb er nogal wat van”, zegt ze lachend. “Ik ben immers driemaal getrouwd geweest, en daar hou je nou eenmaal verschillende families aan over: Oonk, De Mol, Lerby en dan ook Kuiper en de Verbrugges. Daar heb ik allemaal veel contact mee. Het is heerlijk om dingen met elkaar te delen. Als je niet kunt delen, kun je ook niet vermenigvuldigen, zeg ik altijd.”

Verwenzorg

Naast familie spelen ook vrienden en vriendinnen een grote rol in haar leven. “Via het zingen in verzorgings- en verpleeghuizen en in de psychiatrie ken ik oud-verpleegkundige Joke Zwanikken, de oprichtster van de stichting Verwenzorg, die iets extra’s doet voor chronisch zieke mensen. Ik treed al jaren op in de instellingen waar Joke heeft gewerkt. Een ontzettend lieve vrouw. We bellen elkaar tegenwoordig elke ochtend om even te praten en samen te lachen.”

Alberti’s speciale verbondenheid met de zorg dateert uit haar jeugdjaren. “Ik ging vroeger met mijn vader tijdens Sinterklaas zingen voor de Stichting Witte Bedjes, een stichting die geld inzamelde voor zieke en gehandicapte kinderen in en om Amsterdam.”

Het is de ‘puurheid’ die ze in de zorg tegenkomt, die haar boeit. “Ik heb in mijn leven natuurlijk allerlei soorten mensen ontmoet, daar heb ik mensenkennis aan overgehouden. Er zijn veel aardige mensen, maar ook lui die niet het beste met je voor hebben, de judassen. Mensen die van je willen profiteren en die je dingen willen laten doen waar je niet achter staat. Als jonge vrouw was ik minder weerbaar, ik liet me te vaak leiden door anderen. Op een gegeven moment las ik het boek Niet morgen maar nu van de Amerikaanse psychotherapeut Wayne Dyer. Het was echt een eyeopener voor me. De belangrijkste les uit het boek is dat je het heft in eigen handen moet nemen en dat je altijd jezelf en oprecht moet zijn. En altijd zo veel mogelijk moet zeggen wat je vindt. Als ik ergens geen zin in heb, dan zeg ik dat ook. Geen smoezen verzinnen. En als iemand me een compliment maakt, bedank ik hem daarvoor, in plaats van het te bagatelliseren, wat we altijd geneigd zijn te doen.” 

Energie en levensvreugde haalt ze tegenwoordig vooral uit de omgang met haar kleinkinderen. “Dat is toch zó leuk. Het prettige van oma zijn, is dat je de kinderen altijd weer kan teruggeven aan de ouders als je moe bent. Je geniet vooral van de mooie momenten.”

Toch is ze niet alleen maar die ‘lieve’ oma. “Ik ben natuurlijk ook weleens streng. Nee is nee en ja is ja. Ook hou ik hen aan hun beloften. Als je iets beloofd hebt, moet je het ook doen, vind ik. Dat moeten mensen al jong leren.”

Actief

Ondanks haar leeftijd is ze nog altijd actief, ook op de nationale televisie. Zo deed ze dit najaar mee met het RTL-4-programma The Masked Singer, waarin bekende zangers en zangeressen onherkenbaar verkleed een nummer zingen uit een heel ander repertoire. Willeke trad op als Lady Gaga met het lied Pokerface. “Lastig, maar ontzettend leuk om te doen.”

‘Ik neem mijn petje af voor Mark Rutte, voor hoe hij het doet’

De coronatijd valt haar zwaar. Ook de effecten die het heeft op de mensen, de politiek, social media. “De wereld wordt er niet vrolijker op. Ik ben heel erg met Nederland begaan. Het is zo jammer dat veel mensen nu zo’n kort lontje hebben. Juist in tijden als deze moeten we er voor elkaar zijn. Ik neem mijn petje af voor Mark Rutte, voor hoe hij het doet. Verschrikkelijk dat hij door sommige mensen zo wordt verguisd. Ik kan het niet uitstaan dat mensen zomaar oordelen, zonder de juiste feiten te kennen. Laatst kreeg mijn zoon Johnny daar ook weer mee te maken. Mensen roepen en twitteren maar. Het is zó respectloos.”

Van stoppen met zingen wil ze niet weten. “Als ik stop, is het voorbij. Maar ik zal altijd blijven zingen voor de zieken en ouderen in de zorg. Met alles erop en eraan. Zo wil ik alleen maar werken met een echte band. Dat wordt mogelijk gemaakt door onder andere de VriendenLoterij. Gelukkig, want de mensen in de zorginstellingen zijn het fijnste publiek. Ze doen vol overgave mee en willen je altijd van alles vertellen. Heerlijk is dat. Nee, ik zou niet meer zonder kunnen.”

Willeke Alberti