‘Wolf in schaapskleren’

Lucas Weerheijm

Dames vinden het een lief schattig autootje, maar Lucas Weerheijm weet wel beter. Deze zomer hoopt de zesdejaars geneeskunde tijdens zijn co-schap huisartsengeneeskunde visites te rijden met zijn Austin A30 uit 1955, die hij zelf restaureerde én ‘opwaardeerde’.

Tekst: Monique Bowman | Beeld: Marcel Krijgsman/DB

Het is een droom voor heel veel jongetjes: een vader met een eigen garagebedrijf. En dan geen ‘gewone’ garage, maar eentje die gespecialiseerd is in klassieke racewagens. Lucas Weerheijm (25) is zo’n geluksvogel en als kind is hij dan ook elk vrij uurtje in de garage van zijn vader te vinden. “Op mijn achtste haalde ik al mijn eerste motor uit elkaar.”

Lucas’ moeder is specialist ouderengeneeskunde, en veel familieleden zijn óók arts. Maar Lucas ziet voor zichzelf geen medische toekomst weggelegd. “Ik wilde het liefst, net als mijn vader, iets technisch doen, iets met mijn handen. Eigenlijk alles behálve arts worden.”

‘Eigelijk wilde ik alles behalve arts worden’

Het is uiteindelijk een klant van zijn vader die de middelbare scholier van mening doet veranderen. De man is plastisch chirurg en nodigt Lucas uit een dagje mee te lopen in zijn privékliniek om een paar operaties bij te wonen. Lachend: “Op grond van ervaringen in het verleden, waarbij ik niet bepaald supersterk op bloed had gereageerd, stond ik bij de eerste operatie nog op grote afstand. Maar ik kwam steeds dichterbij, want het was veel interessanter dan ik had verwacht.”  Tot zijn verrassing ziet Lucas in de OK instrumenten liggen die praktisch hetzelfde zijn als de gereedschappen in zijn vaders garage. Ook de geluiden die klinken wanneer de chirurg een beiteltje hanteert tijdens een neuscorrectie, komen hem vertrouwd voor. “Tik tik tok klonk het, net als bij een auto eigenlijk. Alleen betrof het in dit geval een neusbotje.”

Achteraan in de rij

Lucas is enorm onder de indruk van de operaties en besluit alsnog van profiel te veranderen. En zo begint de autoliefhebber in 2009 in Nijmegen tóch met een studie geneeskunde. Lucas wil echter ook van het studentenleven genieten. Doordat hij tegen het einde van de rit nog een vak moet inhalen, moet hij achteraan aansluiten bij de verdeling van co-schappen. De wachttijd daarvoor loopt uiteindelijk op tot bijna een jaar, en dus besluit Lucas – ook al omdat zijn ov afloopt en hij vervoer nodig heeft – om die tijd nuttig én aangenaam te besteden door een klassieker te gaan restaureren. “Mijn vader had in de jaren negentig een oude Austin A30 voor mijn moeder gekocht. Die stond al jaren in de garage, de dorpels zaten met tape aan elkaar. Ik wilde eerst een oude Mini kopen en die opknappen, maar mijn ouders vonden dat zonde en stelden voor dat ik mijn moeders Austin onder handen zou nemen.”

Metamorfose

Onder Lucas’ vaardige handen ondergaat het oude beestje een ongelooflijke metamorfose. “De originele motor van 800 cc en 24 pk heb ik vervangen door een 1380 cc-blok met een kleine 100 pk. Er zit nu een raceversnellingsbak in, en de volledige ophanging en remmen zijn geüpgraded. Al met al is het nu een beetje een wolf in schaapskleren geworden.”

Inmiddels heeft zijn ‘lieve schattige autootje’ (“zo noemen de dames ’m meestal”) al menig ritje achter de rug, onder meer naar een co-weekend. “Twee mensen zónder benen zou nog gaan achterin, maar met twee passagiers mét benen werd het wel proppen.”

Deze zomer zal ook menig patiënt de aanstaande dokter met zijn klassieker kunnen bewonderen, want Lucas hoopt tijdens zijn co-schap huisartsengeneeskunde visites te gaan rijden met de Austin. Bepaald geluidloos zal dat niet gaan, vreest hij. “Doordat ik er tandwielen met rechte in plaats van schuine tanden in heb gezet, klinkt-ie nu wel een beetje als een gillende keukenmeid.”

AAS03-2016p022-023

Klik op de afbeelding om de pdf te downloaden