Wonderen

Voormalig neuro-psychiater (vroeger zenuwarts geheten) Cees Vredeveld kon wonderen verrichten. Tot zijn eigen verbazing. 

Tekst: Cees Vredeveld | Beeld: Marcel Leuning

In het eerste jaar psychiatrie van mijn opleiding ontmoette ik een patiënte op een psychiatrische afdeling voor sterk gedragsgestoorden (SGA). Zij gold als uitbehandeld, therapieresistent, chronisch psychotisch, onhanteerbaar en defect. Ze had agressie-uitbarstingen, inclusief zelfbeschadiging, was voorbestemd voor chroniciteit en latere psychogeriatrie en verbleef veelal in de isolatiecel. Vroeger, voordat de schizofrenie bij haar doorzette, was zij een gewaardeerd medisch specialist op hoog niveau geweest. 

Eerdere medicatieregimes hadden alle gefaald, of werden door haar geweigerd. Zelf gaf ik haar destijds een medicament dat ik vooral gebruikt had bij chronische, degeneratieve aandoeningen in de neurologie. Maar ik verwachtte er niet al te veel van. Ook haar broer wekte op mijn familiespreekuur de indruk dat de familie zich inmiddels had neergelegd bij de desillusies van diagnostiek, behandeling en vooruitzichten. 

‘Wat ik zag, vergeet ik nooit meer’

Op een ochtend werd op mijn deur geklopt. Wat ik zag, vergeet ik nooit meer. Het was een wat ouderwets geklede, keurige dame, rechtop en statig, damestasje aan de arm, net kapsel. Haar kleding viel te ruim om haar vermagerde gestalte. Ik realiseerde mij dat de genoemde patiënte voor mij stond. Of ik een taxi kon bellen, want zij wilde haar broer bezoeken en er ook gaan logeren. Ik was zo verbaasd dat ik even stilviel en haar alleen maar aanstaarde. Maar daarna kon ik deze wonderbaarlijke ommekeer alleen maar bekrachtigen; natuurlijk was dat in orde! Ook de sociotherapeuten van de afdeling waren sprakeloos en keken mevrouw en mij haast argwanend aan. Mevrouw vertrok en einde dag kregen we bericht van de familie dat zij haar langer thuis wilde houden. 

Ik sprak haar broer daarna nog eens: zijn mimiek en houding waren nu to-taal anders. Zijn gereserveerd-sombere uitstraling had plaatsgemaakt voor een haast joviale. “Het is u gelukt!”, zei hij bij een enthousiaste handdruk. Mevrouw is niet meer in de kliniek teruggekeerd.

Kort voor mijn pensionering, 35 jaar later, kwam op een forensisch congres een collega op mij af. “Bent u niet dokter… ?” Hij vertelde dat hij coschappen liep op de SGA-afdeling toen ik daar ook werkte. Het gebeuren destijds had hem zo gemotiveerd voor de psychiatrie, dat hij zich gespecialiseerd had in deze richting. Hij herinnerde mij aan dat vroegere ‘wonder’ en opnieuw kon ik van verbazing even niets uitbrengen. Wonderen bestaan, nog steeds. Soms als beginnersgeluk. Soms openbaren zij zich plotseling, soms ook is het even wachten.