Zeg er wat van!

Stages en coschappen moeten leuk en leerzaam zijn, maar dat is niet altijd het geval. Het kan zijn dat iemand je het leven zuur maakt, dat je alleen maar rotkusjes óf juist te veel verantwoordelijk krijgt. Wat te doen in zo’n situatie?  

Tekst: Martijn Reinink | Beeld: Tamar Smit

Tijdens een coschap begrijpt Emir Ahmad (24) – inmiddels laatstejaars geneeskunde – iets niet. Hij vraagt alle specialisten op de betreffende afdeling om uitleg, ze reageren allemaal hetzelfde: ‘googel het maar’. Dat heeft hij al gedaan, hij kan het echt niet vinden, waarop de co te horen krijgt dat hij ‘beter moet googelen’. “Over het algemeen zijn coschappen leuk, maar ik heb me ook vaak een last gevoeld”, geeft Emir aan. “Als co sta je onderaan in de pikorde. Je hebt iedereen in het ziekenhuis, dan een tijd niks en dan komt de co. Tijdens mijn tweede coschap liep ik met een specialist mee die continu heel denigrerend tegen mij deed. Ze wist mijn naam niet eens. Had ik het best moeilijk mee.” 

Dat hij geen uitzondering is, weet Emir wel zeker. Met Help de Coassistent (eerst op Instagram, inmiddels ook via helpdecoassistent.nl te vinden) helpt hij coassistenten bij de voorbereiding op een coschap. Vooral op medisch-inhoudelijk vlak, maar ook wel op het gebied van attitude en houding. “Ik hoor geregeld verhalen van coassistenten die over het hoofd worden gezien of alleen maar nare taakjes krijgen.” 

Bij geneeskundestudenten gaat het meestal om bejegening en rotklusjes, maar het kan ook zijn dat je overvraagd wordt. Dat je als stagiair te veel verantwoordelijk krijgt. Dat blijkt wel uit de meldingen die binnenkwamen bij het FNV-meldpunt stagemisbruik in Zorg & Welzijn (zie kader). Daar valt te lezen dat verpleegkundestudent Hans snel uitgelegd kreeg hoe hij sondevoeding moest geven, zonder dat hij hierop werd getoetst. “Als gevolg daarvan hebben meerdere patiënten een maagzweer ontwikkeld, omdat de leerlingen de hoofdsteunen niet hoger zetten tijdens deze handeling.” Hbo-v-student Lisa stond er alleen voor toen een patiënt met een herseninfarct moest worden opgenomen. “Ik was eindverantwoordelijk voor het leven van deze patiënt, terwijl ik hier totaal niet bekwaam voor was.”

Stagemisbruik

Eind 2019 zette vakcentrale FNV het meldpunt stagemisbuik in Zorg & Welzijn open. Binnen twee maanden kwamen er meer dan tweeduizend meldingen van stagemisbruik binnen. Verreweg de meeste meldingen, 80 procent, ging over stagiairs die ingezet werden als volwaardige medewerkers. Een derde van de melders gaf aan soms handelingen te moeten verrichten zonder daarin bekwaam te zijn. Vier op de tien stagiairs die stagemisbruik hebben gemeld, gaven aan te overwegen om te stoppen met hun opleiding; 15 procent was al gestopt.

Geen gezichtsverlies 

Als je tijdens een stage of coschap in een onveilige of onprettige situatie terechtkomt, lijkt het logisch dat je je begeleider hierop aanspreekt. Aan de andere kant wil je niet je eigen glazen ingooien. Gytha Heins heeft jarenlang onderzoek gedaan naar aanspreekgedrag en schreef het boek Aanspreken? Gewoon doen! Al geeft de auteur direct toe dat het niet eenvoudig is om de titel van haar boek in de praktijk te brengen. “In de basis willen we allemaal empathisch overkomen. Ons eigen zelfbeeld hooghouden, maar ook dat van de ander. We willen de ander geen gezichtsverlies bezorgen én we vrezen de uitkomst: een verslechterde relatie, een slechte beoordeling. Instinctief wegen die risico’s altijd zwaarder dan wat het zou kunnen opleveren.”

Emir heeft het geprobeerd. Hij sprak de specialist aan die zo denigrerend tegen hem deed. “Waarop zij zei: ‘Dan moet je maar niet meer met mij meelopen’. En daar achteraan: ‘Je ziet het wel terug in je beoordeling’. Van mijn mentor hoorde ik later dat zij mij inderdaad een slechte beoordeling had gegeven.” Van andere coassistenten hoort Emir vergelijkbare verhalen. “Voor iemand die een onuitvoerbare opdracht weigerde, waren de weken daarna een hel. Hij wilde daarover een opmerking maken bij de vertrouwenspersoon, maar kreeg te horen: als je dat doet, telt je coschap niet mee. Dan kies je eieren voor je geld.”

‘Belangrijker dan wát je zegt, is dát je wat zegt’

Volgens Emir is het wel goed om er met iemand over te praten (“Dat kan een naaste zijn, een studiegenoot of je mentor”), maar een meerdere aanspreken op zijn of haar gedrag heeft in zijn ogen weinig zin. “Dan maak je het jezelf alleen maar moeilijk. Het belangrijkste is dat je het niet persoonlijk opvat als je nare taakjes krijgt of als iemand je respectloos behandelt. Het is niet dat diegene jou niet mag. Het zit ingebakken in de cultuur, bij de jongere generatie specialisten gelukkig al veel minder, maar bij een deel van de oude garde nog wel. Dat ga je niet veranderen.” 

Bewuste afweging

Heins plaatst daar een kanttekening bij. “Mensen reageren instinctief altijd defensief op kritiek, maar dat betekent niet dat je niet gehoord bent. De kans is groot dat diegne daar secundair tóch over nadenkt.” Al begrijpt zij wel dat stagiairs en coassistenten geneigd zijn om ‘het te laten lopen’. “Maar maak wel een bewuste afweging: hoe belangrijk is dit écht voor mij? Hebben meer mensen hier last van? Schaadt het mijn leerproces? Of het belang van patiënten? Botst het met mijn persoonlijke waarden? Als je op een van deze vragen ‘ja’ antwoordt en je bent bereid de mogelijke consequenties te accepteren, trek dan toch je mond open.” Als je tot dat inzicht komt, hóe pak je dat vervolgens aan? Moet je iemand rechtstreeks aanspreken of werkt een zorgvuldig getikt mailtje beter? “Nooit via de mail of app”, is Heins stellig. “Aanspreken werkt alleen als je het in direct contact doet, face to face of anders telefonisch. Wacht daar niet te lang mee, want je ongenoegen ettert onder de oppervlakte door en wordt steeds meer voelbaar. Ook voor de ander. En van uitstel komt meestal afstel.”

Cultuur op Curaçao

Vorig jaar liep Emir Ahmad zijn laatste coschappen op Curaçao. Hij verbaasde zich over de cultuur in het ziekenhuis en de omgang met coassistenten. “Ook daar is sprake van hiërarchie, maar iemand die boven je staat, ziet het als zijn taak om jou dingen te leren. Je bent niet de co op het krukje, maar een collega. Je wordt betrokken in een overdracht: Emir, waar denk jij aan? Ja, je wordt er zelfs aangesproken bij je naam en niet alleen maar ‘co’ genoemd. Op vrijdag komen artsen samen in een café vlakbij het ziekenhuis. Daar zit je als coassistent gewoon tussen.” 

Voor wie alle moed heeft verzameld en iemand gaat aanspreken, heeft Heins nog wel een paar tips. “Check eerst of het uitkomt. Als iemand te vol is in het hoofd, dan komt de boodschap niet over. Je mag best aangeven dat je het moeilijk vindt wat je gaat zeggen. Hoef je je niet voor te schamen, want dat geldt voor iedereen. Zorg wel dat je scherp hebt welke boodschap je wilt overbrengen. Hou het kort en zo feitelijk mogelijk. We zijn vaak geneigd onze interpretatie te delen: je was bot in het overleg. Maar het is beter met een feitelijke observatie te beginnen: het viel me op dat het volume van je stem omhoogging tijdens het overleg. Vervolgens geef je aan welk effect dat op jou had: ik heb dat als intimiderend ervaren. Daarnaast is het goed een vraag te stellen, zodat het een dialoog wordt, zoals: wat was jouw intentie? Want vaak zit er wel een goede intentie achter gedrag dat jij vervelend vindt.” Heins realiseert zich dat het niet makkelijk is om dit ‘stappenplan’ goed uit te voeren. Ter geruststelling: “Belangrijker dan wát je precies zegt, is dát je het zegt.” 

In alle openheid 

En als je dan wordt afgesnauwd? “Hoe die ander reageert, kun je niet sturen, maar omdat de boodschap dus secundair wel kan beklijven, is het goed om het een week later nog een keer aan te kaarten. Zelfs als iemand in dat eerste gesprek ontploft. ‘Heb je nog nagedacht over wat ik vorige week zei?’ Als iemand er dan nog niet voor openstaat, dan kun je overwegen er een stagebegeleider van school of een vertrouwenspersoon bij te betrekken. Doe dat in alle openheid en hou het bij jezelf: ‘Ik heb de indruk dat het mij niet lukt om mijn boodschap over te brengen, dus ik stel voor dat…’”