Aftocht blazen

Scheepsarts blikt nog een keer terug

121642-01bOok al is scheepsarts geen beschermde functie, er geldt wel een pensioenleeftijd waar niet aan getornd wordt. Binnenkort zwaait prof. dr. Karel van der Wal na zestien jaar af. En stopt hij ook met het zoeken naar varkenspootjes.

Tekst: Annemarie Bergfeld | Beeld: De beeldredaktie/Jaap Schaaf

Voorafgaand aan elke reis weet hij precies welke vragen er in ieder geval gaan komen: wat doe je met een acute blindedarm, wat als iemand aan boord doodgaat, en: dicht u ook? Karel van der Wal (69) uit het Friese Goutum is emeritus-hoogleraar mond-, kaak- en aangezichtschirurgie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Sinds 2002 vaart hij een of twee keer per jaar als scheepsarts op de grote zeilvaart. Met Clipper Stad Amsterdam of Bark Europa naar bestemmingen als Gdansk, de Maagendeilanden of Ascension. “Om met de vragen te beginnen: opereren doen we niet aan boord, in geval van een blindedarm midden op de oceaan is het koud behandelen met infusen en kijken of er een marineschip in de buurt is, want die hebben een OK aan boord. Als er een dode te betreuren valt, moet die de vriezer in. En mijn gedichten ontstijgen het Sinterklaasniveau niet. Wel heb ik Slauerhoff gelezen en kom ik graag op Vlieland.”

Boven aan de top-10 van de scheepsarts staan zeeziekte, kneuzingen, en breuken

Tot zover wat zeker is; want verder is het ook voor Van der Wal zelf elke keer weer een verrassing wat een reis zal brengen. “Boven aan de top-10 van de scheepsarts staan zeeziekte, kneuzingen en breuken. Bij zeeziekte is het vooral een kwestie van voorkómen. Lukt dat niet en liggen de passagiers ziek te kooi, dan loop ik rond met emmertjes, crackers en bouillon.” Hij heeft altijd geluk gehad, vertelt Van der Wal. De hulp van de Radio Medische Dienst was nooit nodig en die ene keer dat zich een acute blindedarm voordeed, was de haven van Sint Maarten al in zicht. Slechts één keer vroeg hij de kapitein een haven op te zoeken. De matroos die bij harde wind lelijk gevallen was, had zó’n been – de scheepsarts houdt zijn handen 40 cm van elkaar. De Franse zeiler die hem midden in de nacht opriep omdat hij in een zee-egel was getrapt, bezocht hij – na toestemming van de kapitein – met de scheepssloep.

Tot dik over de negentig

Hij houdt van zeilen, dat maakt deze klussen mooi. Hij houdt van de onverwachte dingen die zich voordoen en hij houdt van de passagiers. “Mensen die zo’n reis boeken, zijn net iets avontuurlijker dan gemiddeld. Ik heb ze van zestien tot dik over de negentig meegemaakt. Die laatste wilde net als alle anderen ook de mast in.”

Van der Wal zal nooit de Vlaming vergeten die veel alleen op het voordek zat en op een gegeven moment vroeg of de dokter misschien wist hoe lang een kurk die je bij Oostende in zee gooit, erover doet om weer in Oostende aan te spoelen. “Ik had alle tijd, met de Stroomatlas erbij heb ik het met de kapitein uitgezocht. ‘Maar waarom wilt u dat weten?’ vroeg ik. “Kort voor hij met zijn vrouw rond de wereld zou zeilen, overleed ze. Haar as was bij Oostende in zee uitgestrooid. Hij voer zijn vrouw achterna.”

Ik heb de onhebbelijkheid dat ik in elke haven op zoek ga naar varkenspootjes

Hard werken is het over het algemeen niet voor een scheepsarts, maar stilzitten doet Van der Wal ook niet. Hij helpt de kok, verft eens een deurtje, ontfermt zich over een vermoeide vogel die het dek heeft uitgekozen om op krachten te komen of gooit flessenpost overboord. “Eentje heeft drie jaar rondgezworven voor ik een krantenbericht uit Florida kreeg toegestuurd: Palm City boy gets note from doctor in a bottle – from Holland. En ik school de officieren bij, die moeten een infuus kunnen aanleggen en kunnen hechten. Ik heb de onhebbelijkheid dat ik in elke haven op zoek ga naar varkenspootjes, daar kunnen ze goed op oefenen.” Nog een of twee reizen en dan is het klaar. Zijn 70ste verjaardag zit eraan te komen, de leeftijd waarop ook een scheepsarts met pensioen moet. Van der Wal is er nuchter onder: “Het was mooi en straks blaas ik de aftocht. Medelijden hoeft niet hoor, ik heb zelf ook een zeilbootje, in Harlingen.”

Genootschap

Nederlandse scheepsartsen hebben zich verenigd in het Nederlands Medisch Nautisch Genootschap. Het genootschap, met circa 160 leden, stelt zich ten doel de kennis en vaardigheden van de medische en hieraan verwante wetenschappen met betrekking tot de scheepvaart te bevorderen en te behouden. Het beroep van scheepsarts is geen beschermde titel. Van der Wal: “Als jij dokter bent en in een BM’ertje op het Sneekermeer zeilt, mag je jezelf scheepsarts noemen. Daar willen we verandering in brengen. We gaan onder meer de competenties op papier zetten en de nascholing structureren.” Afgelopen september vierde de club zijn elfde lustrum, op de Waddenzee aan boord van de klassieke zeesleepboot Holland.