All-in-loon paramedici

Paramedische praktijkhouders die met een ‘all-in-loon’ werken, doen er goed aan te (laten) controleren of vakantiedagen zowel in contracten als op loonstroken expliciet en op de juiste wijze zijn opgenomen.

Tekst: Martijn Reinink

In de paramedische eerste lijn werken veel werknemers op basis van een zogenaamd all-in-loon. Een percentage van de omzet die de werknemer realiseert, vormt hierbij de grondslag. “Dit is historisch zo gegroeid”, zegt Erik van Dam, adviseur Kennismanagement en Netwerken van VvAA. “Decennia geleden werkten paramedici langdurig als zzp’er in de praktijk van een collega; de zzp’er kreeg een percentage van de omzet die hij realiseerde. Volgens de toenmalige BVG (nu UWV, red.) werkte de zzp’er echter onder gezag van de praktijkhouder en dus in dienstverband, met enorme navorderingen, en daarmee faillissementen, tot gevolg.”

Daarop kozen praktijkhouders ervoor de zzp’er op te nemen in de maatschap of een arbeidsovereenkomst aan te bieden. Van Dam: “De beloning in de arbeidsovereenkomst werd afgeleid uit wat in de zzp-periode gebruikelijk was. Deze kwam zelfs in de cao terecht. In 2004 hield de cao op te bestaan, maar ook in de jaren daarna bleef het all-in-loon de norm.”

Het all-in-salaris staat stevig ter discussie

Uitkering van vakantiegeld en doorbetaalde vakantiedagen zijn er in dit beloningssysteem niet bij. Deze worden verwerkt in het maandelijkse nettoloon. “Het is wel essentieel om vakantiegeld en -dagen expliciet en op de juiste wijze in arbeidsovereenkomsten en op loonspecificaties op te nemen”, waarschuwt Van Dam. Wat de gevolgen kunnen zijn als dit wordt verzuimd, bleek vorig jaar toen de kantonrechter een praktijkhoudende fysiotherapeut veroordeelde tot loonbetaling over vijftig opgenomen vakantiedagen van een werknemer. De praktijkhouder gaf aan dat hij dit al had betaald als onderdeel van het all-in-loon, maar de rechter ging daar in dit geval niet in mee.

Transparantie

Deze uitspraak heeft tot de nodige onrust geleid. Het all-in-salaris staat stevig ter discussie. Werkgevers- en werknemerspartijen, salarisverwerkers en hrm-adviseurs binnen de fysiotherapie willen ervan af, weet Van Dam. “Naast vaste moet variabele beloning mogelijk blijven. Maar men wil transparantie en duidelijkheid over de verschillende looncomponenten, zoals vakantiedagen. En men wil de werkgeverslasten uit de salarisberekening halen. Nu worden bijvoorbeeld premies werknemersverzekeringen afgetrokken van het all-in-loon, waarna de werkgever op het resterende brutoloon loonheffing moet inhouden. Het is veel duidelijker, voor alle partijen, wanneer het brutoloon dírect voortkomt uit een percentage van de omzet die de werknemer realiseert.”

Voor meer informatie: bel 030 247 45 15 of mail paramedici@vvaa.nl

Één Reactie Reageer zelf

  1. Rob v/d Dobbelsteen
    Geplaatst op 8 juni 2018 om 19:44 | Permalink

    Om meer inzicht te krijgen in hoe fysiotherapiepraktijken anno 2018 de primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden van hun werknemers geregeld hebben, loopt er momenteel een groot salaris onderzoek onder eerstelijns fysiotherapeuten via https://fys.io/onderzoek