‘Stoppen met dit experiment’

Het Promovendi Netwerk Nederland is uitermate teleurgesteld in de uitspraak van de rechter dat het UMCG geen (achterstallig) loon hoeft te betalen aan beurspromovendi.

Tekst: Martijn Reinink | Beeld: Shutterstock

Een groep van 48 beurspromovendi spande een rechtszaak aan tegen het UMC Groningen omdat zij zich achtergesteld voelden ten opzichte van werknemer-promovendi. Zij meenden onder meer recht te hebben op ‘achterstallig loon, vakantiegeld en aansluiting bij een pensioenfonds’, maar de rechter ging daar bij de uitspraak vorige maand niet in mee, omdat zij als beurspromovendi ‘wisten waar ze aan begonnen’. “Een grote teleurstelling”, noemt Meaghan Polack, voorzitter van het Promovendi Netwerk Nederland (PNN), de uitspraak. “Voor de groep die de zaak aanspande, maar ook voor de honderden beurspromovendi die binnen de kaders van het huidige experiment aan vergelijkbare situaties en ongelijkheden worden blootgesteld.” 

Experiment

In 2016 ging het PhD-beurzenprogramma als experiment van start om het aantal promoties in Nederland een boost te geven. Veel universiteiten weigerden mee te werken; alleen de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) zette het experiment door. Geneeskundestudenten die hieraan deelnemen, verlengen hun master en combineren die met een promotietraject in het UMCG. Daarvoor krijgen ze een maandelijkse beurs, maar ze bouwen geen pensioen op, krijgen geen vakantiegeld, geen eindejaarsuitkering en verdienen beduidend minder dan hun collega’s in loondienst. Daartegenover staat dat ze ‘meer vrijheid hebben om onderzoek te verrichten’ en ‘niet verplicht onderwijs hoeven te geven’.

“In de praktijk blijkt het werk dat zij uitvoeren vrijwel identiek aan dat van collega’s die wél een arbeidsovereenkomst hebben met het UMCG”, zegt Polack, zelf promovendus aan het LUMC. Ze wijst op de periode tussen 2016 en 2018 toen tijdelijk geen nieuwe MD/PhD-beurspromovendi mochten worden aangenomen. “Toen werden MD/PhD’s wél aangenomen als werknemer-promovendus, wat aantoont dat deze posities in het UMCG, en daarmee het werk dat zij uitvoeren, onderling uitwisselbaar zijn. Dat maakt de verschillen in aanstelling en waardering nóg onbegrijpelijker. Daarnaast laat dit zien dat het bestaan van beurspromovendi de positie van werknemer-promovendi op de werkplek verdringt, een ontwikkeling die wij zeer zorgelijk vinden.” Het PNN kijkt met ‘vertrouwen en hoop’ uit naar de eindevaluatie van het PhD-beurzenprogramma die binnenkort wordt verwacht. “We roepen de RUG, het UMCG en de politiek op het experiment te beëindigen en alle huidige beurspromovendi aan te nemen als werknemer én te compenseren.”