Alsnog compensatie voor zwangere zzp’er

Zelfstandigen die tussen 7 mei 2005 en 4 juni 2008 een kind kregen en geen zwangerschaps- en bevallingsuitkering hebben ontvangen, kunnen van 15 mei tot en met 30 september 2018 een aanvraag indienen bij het UWV voor compensatie van € 5.600,- bruto.

Tekst: Martijn Reinink | Beeld : Shutterstock

 

Vanaf 1998 kregen zelfstandigen, net als vrouwen in loondienst, een zwangerschaps- en bevallingsuitkering. Op 1 januari 2004 werd deze regeling ingetrokken; na een overgangsperiode verviel het uitkeringsrecht op 7 mei 2015. Ruim drie jaar later, op 4 juni 2008, trad de Wet zwangerschaps- en bevallingsuitkering zelfstandigen (ZEZ) in werking. Sindsdien krijgen vrouwen die als zelfstandige werken, wel weer een uitkering voor zwangerschap en bevalling. Maar zelfstandigen die in die tussenliggende periode zijn bevallen, hebben dus geen uitkering ontvangen.

Over dit ‘gat’ is lang geprocedeerd, maar er is nu eindelijk een regeling voor deze vrouwen. Zij kunnen alsnog een zwangerschaps- en bevallingsuitkering ontvangen mits zij tijdig een aanvraag indienen bij het UWV. Dit kan van 15 mei aanstaande tot en met 30 september 2018 via een aanvraagformulier op uwv.nl. Aanvragen die na 30 september binnenkomen, neemt het UWV niet meer in behandeling.

Hoogte van uitkering

De hoogte van de uitkering is vastgezet op € 5.600,- bruto per zwangerschap/bevalling. Cees de Wever, juridisch adviseur bij VvAA, legt uit hoe dat bedrag tot stand is gekomen: “Het gemiddelde bedrag dat op grond van de huidige wetgeving aan zelfstandigen is uitgekeerd voor zwangerschaps- en bevallingsverlof in 2016 is € 5.443,-. Middels een prijscompensatie is men uitgekomen op die € 5.600,-.” Als de vrouw in de tussentijd is overleden, dan mogen de echtgenoot of de kinderen deze uitkering aanvragen.

Na de aanvraag controleert het UWV of er recht is op compensatie. De Wever: “Mocht er onverhoopt een afwijzing volgen waarmee men het niet eens is, dan moet er binnen zes weken bezwaar worden gemaakt. Na het verstrijken van die bezwaartermijn staat de afwijzing onherroepelijk vast.” Kent het UWV de compensatie toe, dan volgt de betaling in het eerste kwartaal van 2019. “De uitkering telt mee als inkomen, wat gevolgen kan hebben voor bijvoorbeeld huur- en zorgtoeslag”, legt de jurist uit. “Om terugvorderingen te voorkomen, wordt de compensatie in het nieuwe belastingjaar uitgekeerd, zodat de extra inkomsten tijdig kunnen worden doorgegeven aan de Belastingdienst.”