Artsen in Kamp Amersfoort

Lange tijd was niet precies bekend welke artsen in de Tweede Wereldoorlog in Kamp Amersfoort gevangen zaten. Internist-oncoloog Cees Rodenburg en historicus Floris van Dijk achterhaalden veel van hun namen. Rodenburg leidt Arts en Auto rond in het voormalige kamp. “De Duitsers hadden aanvankelijk respect voor de gevangen artsen. Het was toch al gauw ‘Herr Doktor’.”

Tekst: Adri van Beelen | Beeld: Kamp Amersfoort

“De gestrafte Joden staan nu in een zielig rijtje am Tor. Ze weten dat ze vandaag geen brood krijgen en uren in de regen moeten staan. Tussen hen in staat er één in een eigenaardige houding. Dat is een Limburger, een Kartoffeldieb, die moet uren gebukt staan. Als hij het niet meer uithoudt, zal de schildwacht op hem toevliegen en hem neerslaan. Dan blijft hij verder wel liggen.

Dat schrijft de Haarlemse huisarts Jan Roorda (1893-1947) in het straf- en doorgangskamp Kamp Amersfoort. Samen met de andere artsen die er in de jaren 1942 en 1943 worden opgesloten, ondergaat hij de nodige ontberingen. Toch zijn de omstandigheden voor artsen aanvankelijk minder zwaar dan voor de andere gevangenen. 

Eén en ander staat te lezen in de onlangs verschenen onderzoekpublicatie Het artsenverzet en Kamp Amersfoort van historicus Floris van Dijk en gepensioneerd internist-oncoloog Cees Rodenburg.

Het verzet leidde ertoe dat tweemaal een groep artsen in Kamp Amersfoort werd opgesloten: 11 mannen aan het begin van 1942 en mogelijk 305 mannen in de zomer van 1943. Over deze groep gevangenen was weinig bekend. Maar nu zijn 211 namen achterhaald.

Kamp Amersfoort was een straf– en doorgangskamp in Leusden vanwaar gevangenen werden doorgevoerd naar concentratiekampen in Duitsland. Zo werden verschillende groepen opgesloten, zoals verzetsstrijders, communisten, Joden, ontduikers van de Arbeitseinsatz, slachtoffers van razzia’s, gijzelaars en (vermeende) criminelen zoals zwarthandelaren. Uiteindelijk hebben er circa 47.000 mensen gevangen gezeten. Meer dan in de andere kampen heerste er een regime van honger,
dwangarbeid en mishandeling. Er werden 383 mannen geëxecuteerd, tot kort voor de bevrijding.

Roorda schrijft: ‘(…) Strafappèl. Van ’s morgens 5:30 uur tot ’s avonds negen uur staan alle mannen op het veld, een marteling. Een onweersbui een wolkbreuk, ze moeten blijven staan. Wie niet meer kan, valt neer. Duits recht! En daarbij geen eten van zaterdagmiddag zes uur tot maandag 12 uur. Ook de zieken niet.’

Het Medisch Contact

Dat artsen in de Tweede Wereldoorlog in verzet kwamen tegen de Duitse bezetter had mede te maken met de groeiende onvrede over de ideologische uitgangspunten van het nationaalsocialisme, die strijdig waren met de medische ethiek. In september 1941 richtte een aantal van hen de verzetsorganisatie het ‘Medisch Contact’ op en communiceerden met de achterban door zogeheten ‘estafetteberichten’. Eén van de bekendste berichten was de oproep tot het afplakken van de tekst ‘Arts’ op het bordje bij de voordeur, in maart 1943. Daarmee protesteerden artsen tegen het plan van de Duitsers hen in het kader van de Gelijkschakeling te verplichten zich aan te melden voor de ‘Artsenkamer’. Met die instelling wilde de Duitse bezetter het artsenapparaat onder zijn bewind krijgen.

Uit het onderzoek van Floris van Dijk en Cees Rodenburg blijkt dat de estafetteberichten de onderlinge solidariteit van artsen verstevigden en daarmee het verzetsvuur brandend hielden. 

Voorrechten

Het onderzoek toont ook aan dat de eerste groep in Kamp Amersfoort opgesloten artsen uit 1942 tot op zekere hoogte voorrechten genoot. Zo werden zij niet ingedeeld in werkploegen, mochten zij niet mishandeld worden en hoefden zij doorgaans niet op appèl te staan. Dit terwijl de latere groep uit 1943 volledig was onderworpen aan het kampregime en onder meer dwangarbeid moest verrichten.

“De relatief gunstige levensomstandigheden van de eerste groep had onder meer te maken met het respect dat de Duitsers voor medici hadden”, aldus Cees Rodenburg. “Het was toch al gauw ‘Herr Doktor’. Bovendien waren de Duitsers als de dood voor het uitbreken van besmettelijke ziekten en hadden zij de medici nodig.” 

De Duitsers waren als de dood voor uitbkreden besmettelijk ziekten en hadden de medici nodig’

Jan Roorda behoorde met onder meer prof. J.G.G. Borst en dr. H.P. ten Cate tot de eerste groep gevangen artsen. In het boek over het onderzoek staan die namen. Ook van de tweede groep gevangenen uit 1943 worden 211 namen genoemd, inclusief geboorte- en sterfdatum, aankomstdatum en kampnummer. Het achterhalen van de naam bij het kampnummer was niet altijd makkelijk, omdat hetzelfde nummer vaak weer werd hergebruikt voor een nieuwe gevangene. De onderzoekers werken er nog steeds aan alles in kaart te brengen. Getuigenissen en mémoires, alles wordt daarbij gebruikt. Andere bronnen zijn naoorlogse processen-verbaal, oorlogscorrespondentie, de militaire incidentenregistratie van Kamp Amersfoort, transportlijsten, arrestantenkaarten en andere archiefstukken.

Wachttoren

Cees Rodenburg, voorheen internist-oncoloog in Meander MC in Amersfoort, geeft sinds zijn pensionering rondleidingen aan scholieren en nabestaanden. “Mijn vader was longarts en heeft hier als medisch student in het kamp gezeten”, vertelt hij. “Hij sprak er thuis nooit over, maar in mijn familie ging het verhaal over hoe hij is teruggekomen. Lopend, verzwakt als hij was, van Amersfoort naar Utrecht. Hij is later één keer terug geweest in het kamp, samen met mij. Dat was heel confronterend voor hem.”

Wie Nationaal Monument Kamp Amersfoort bezoekt, treft een nieuw ondergronds museum van 1100 m2. Enkele originele bouwsels en grondsporen zijn bewaard gebleven, zoals de wachttoren, de toegangspoort en de restanten van het lijkenhuisje. De door de dwangarbeiders uitgegraven schietbaan is een indrukwekkend onderdeel van het kamp, waar in de oorlogsjaren tal van mannen door fusillade het leven lieten. Aan het eind van de schietbaan staat het monument De Stenen Man, dat op aangrijpende wijze herinnert aan de doodsangst die veel van de omgekomenen hebben moeten uitstaan. In de openlucht, tussen de bomen, is een fototentoonstelling uitgezet, met levensgrote afbeeldingen van voormalige gevangenen, onder wie de markante Amsterdamse huisarts Nico van Hasselt (die in 2018 overleed).

Rodenburg vindt het belangrijk om zijn werk in het kamp te kunnen blijven verrichten en hoopt samen met Floris van Dijk nog veel informatie over de 360 gevangen artsen uit 1943 te achterhalen. Ze roepen iedereen die informatie en memorabilia heeft op om contact op te nemen via: info@kampamersfoort.nl.

Het Artsenverzet en Kamp Amersfoort is te bestellen in de betere boekhandel en via de webshop: kampamersfoort.nl/winkel/.

Plaats een reactie

Uw e-mailadres zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*
*