Brief van Sander de Hosson aan een collega in 2050

In dit jubileumjaar van VvAA blikken we niet alleen terug, we kijken ook vooruit. Drie zorgprofessionals en één voormalige minister schrijven een brief aan een imaginaire collega in het jaar 2050. Wat zijn hun verlangens en wensen voor de toekomst?
Deze keer: longarts Sander de Hosson.

Beste collega,

Je werkt als zorgverlener in het jaar 2050 en ongetwijfeld is de wereld totaal veranderd ten opzichte van 2024, het jaar waarin ik je deze brief schrijf.

Je kijkt 25 jaar terug. Ik doe dat op mijn beurt ook. De laatste twee decennia heb ik als longarts de eer gehad om van nabij te zien hoe de palliatieve zorg is uitgegroeid tot een volwaardig vakgebied. We zijn er nu nog lang niet. Maar ik hoop van harte dat je in 2050 aan mensen die niet meer beter worden palliatieve zorg kan bieden, waarbij de kwaliteit van leven vooropstaat.

Ik gok dat je met elke patiënt een proactief zorggesprek voert. Zulke vroegtijdige gesprekken over de dood en de reis daar naartoe bewijzen hun waarde in 2050, behalve in honderden wetenschappelijke onderzoeken, vast ook in de praktijk. Hopelijk leef je in een wereld waarin deze gesprekken niet langer uit angst of ongemak worden vermeden, maar juist worden verwelkomd. Aan beide kanten van de spreekkamertafel. Ze zijn immers een kans om de zorgen, behoeften, grenzen en wensen van patiënten goed te begrijpen en te respecteren.

Vroegtijdige gesprekken over de dood en de reis daarnaartoe zijn een kans

In de jaren waarin ik leef hebben we grote zorgen over de komende 25 jaar. Het aantal patiënten in de palliatieve fase neemt toe, terwijl het aantal zorgverleners juist afneemt. De schouders die overblijven moeten grotere lasten dragen. Om dat waar te kunnen maken, zijn grote veranderingen nodig. Helaas lijkt daar tot nu toe geen aanzet toe te worden gemaakt. In 2050 kun je oordelen of we nog nét op tijd zijn geweest.

Ik voorzie dat palliatieve zorg de komende jaren grotendeels van tweede naar eerste lijn wordt verplaatst, en volledig wordt geïntegreerd in ons zorgsysteem. Verder verwacht ik dat niet alleen de zorgprofessional maar de hele maatschappij gaat bijdragen aan goede zorg in de laatste levensfase. Dus dat ook mantelzorgers en vrijwilligers zich, nog meer dan nu, zullen inzetten voor de best mogelijke zorg voor deze patiënten.

Het liefst zou ik zien dat in 2050 álle burgers een rol hebben in de zorg voor mensen die niet meer beter worden. Of het nu gaat om het bieden van emotionele steun aan een vriend in nood, het helpen van een buurman met dagelijkse taken of het delen van ervaringen en wijsheid over verlies en rouw. Iedereen heeft hierin een rol te spelen.

De mate van beschaving wordt niet bepaald door de hoogte van het plafond maar door de stevigheid van de vloer. Ik kijk uit naar een toekomst met gedemedicaliseerde palliatieve zorg, waarin de kwaliteit van leven én sterven echt centraal staat. En die gedragen wordt door de hele gemeenschap. Hopelijk hebben we de afslag naar die bestemming in jouw verleden tijdig genomen.

Sander de Hosson, longarts

Delen