De dokter is ook maar een mens


Titia Sulzer is tweedejaarsstudent
geneeskunde en derdejaarsstudent Gezondheidswetenschappen.

Onze samenleving hecht veel waarde aan rolmodellen. Volgens De Dikke van Dale is een rolmodel ‘iemand die op een voorbeeldige manier voldoet aan een wenselijk geacht rollenpatroon’. Een rolmodel is iemand die jou inspireert en ook iemand die jij graag wilt zijn.Het is dan ook teleurstellend als een ambtenaar zijn belasting niet betaald, als een politieagent dronken achter het stuur kruipt of als onze koning tijdens een pandemie naar Griekenland vertrekt.

Hoe zit dat met artsen? Moet een arts hypergezond door het leven gaan? Kan die functie als rolmodel ook negatieve gevolgen hebben?

Van een arts wordt verwacht dat hij in meerdere opzichten het goede voorbeeld geeft. De arts wordt geacht het goede voorbeeld te geven met betrekking tot een gezonde leefstijl; ook in zijn functioneren tegenover patiënten is zijn rol een belangrijk voorbeeld voor studenten en jonge dokters. De senior arts handelt en de artsen in opleiding en coassistenten kopiëren dit gedrag. Dit is vergelijkbaar met een meester en diens leerling. Het ziekenhuis fungeert dan ook als een soort school. In geval van asociale, boze of gestoorde patiënten moet de arts professioneel gedrag blijven tonen. Indien een arts onheus wordt bejegend, zal hij degene zijn die tot tien telt en niet uit zijn dak gaat van boosheid. Kortom, in zijn professionele rol moet een arts het goede voorbeeld geven.

De arts heeft als taak de patiënt te overtuigen van een gezonde levensstijl. Uit onderzoek is gebleken dat artsen met overgewicht minder snel met patiënten praten over afvallen in vergelijking met artsen met een gezond BMI. Het is daarom belangrijk dat artsen zelf een gezonde levensstijl hebben om zo het goede voorbeeld te geven. Een arts met een BMI boven de 30 die zegt dat je moet afvallen, komt over als hypocriet en minder geloofwaardig.

Een arts met een BMI van boven de dertig die zegt dat je moet afvallen, komt ongeloofwaardig over

Een negatief aspect van het rolmodel zou kunnen ontstaan wanneer een arts in de spreekkamer paternalistisch blijft hameren op bijvoorbeeld een rookstop bij een patiënt met ernstig COPD die het niet kan opbrengen om te stoppen met roken. Hierbij zou het gedrag van de arts tot angst en onzekerheid bij de patiënt kunnen leiden die zich voelt falen ten opzichte van de arts. Het is dus belangrijk dat de arts zich bewust is dat hij in contact met patiënten en andere zorgmedewerkers niet alleen een rolmodel vervult,maar zich altijd vol empathie probeert te verplaatsen naar de patiënt.

Ook artsen zijn maar gewone mensen. Ook artsen kunnen gevoelig zijn voor verslavingen, rare hobby’s hebben en aanleg hebben voor overgewicht. Zij hoeven hier niet anders of zwaarder voor beoordeeld te worden. Ook is het misschien niet wenselijk als de arts in privésituaties het rolmodel blijft volhouden omdat dat irritant en betuttelend kan overkomen bij mensen uit zijn of haar omgeving.

Waar in de spreekkamer het rolmodel vervuld moet worden, mag een arts in zijn privéleven zelf weten wat hij of zij doet. Zolang deze arts niet verneveld in rookaroma of met een doos donuts en een milkshake op het bureau het spreekuur voert. Dat is voor thuis. De dokter is ook maar een mens. Net als de koning.