De Zorgagenda – Gezien en gehoord

In het essay Gezien en gehoord – 17.000 ervaringen met zorg en hulp wordt een veelheid van ervaringen, suggesties en wensen besproken van zorgverleners, patiënten, mantelzorgers en beleidsmakers. Het biedt een kader voor betrokken partijen om met elkaar in gesprek te gaan over passende gezondheidszorg. RVS-voorzitter Pauline Meurs: “Er zijn geen quick fixes.”

Tekst: Andrea Linschoten | Beeld Henriëtte Guest

 

Vanaf april 2017 heeft de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) reacties op De Zorgagenda opgehaald. Ruim 17.000 reacties kwamen binnen. Na het analyseren en bespreken van alle reacties heeft de RVS op 8 februari het essay Gezien en gehoord aangeboden aan de drie bewindslieden van VWS. De RVS roept hen op om echt werk te maken van ‘het zien en horen’ bij de beleidsprogramma’s die nu op VWS in de maak zijn.

Voorzitter van de RVS Pauline Meurs over de raadpleging: “We hebben geprobeerd de belangrijkste rode draden te halen uit alle reacties en met veelzeggende voorbeelden te laten zien waar de prioriteiten zouden moeten liggen. Een rode draad is de veelheid aan toegangsdrempels, niet alleen financieel maar ook mentaal en administratief. Bijvoorbeeld de herindicatie voor patiënten met een chronische aandoening. De aandoening is chronisch, waarom dan de verplichting van herindicatie?”

Pauline Meurs en Daan Dohmen (op de rug gezien) namens de RVS in gesprek met de bewindslieden van VWS minister Hugo de Jonge, Bruno Bruins en Paul Blokhuis over het essay Gezien en gehoord

 

Meurs was aangenaam verrast door de vele reacties die op de raadpleging over De Zorgagenda kwamen. “Zo veel mensen waren bereid hun verhaal te doen. Daarnaast kon men afstand nemen van het eigen verhaal en goede suggesties voor verbetering aandragen.” Een tweede rode draad in de reacties was dat de zorg over het algemeen als goed ervaren wordt, maar dat mensen wel vaak het gevoel hebben dat er niet voldoende naar hun persoonlijke situatie gekeken wordt. Meurs licht toe: “Mensen willen echt gezien worden, dat geldt niet alleen voor de patiënt en de mantelzorger, maar ook voor de zorgverlener.” Meurs vervolgt: “Op de vraag wie er aan zet is om verbeteringen aan te brengen, kwam steeds naar voren dat het altijd gaat om verschillende partijen samen. Daarbij keek men ook naar zichzelf. En misschien is dat wel de belangrijkste opdracht: in plaats van het wijzen naar wat de ander moet doen of heeft nagelaten, samen optrekken en leren van ervaringen. Dat is het delen in plaats van verdelen van verantwoordelijkheid.”

Niet alleen grote programma’s zijn belangrijk, maar er zijn ook kleinere initiatieven die al goed werken. Meurs: “We moeten best practices niet gaan opschalen, maar ons erdoor laten inspireren om te kijken wat nodig en haalbaar is.”

Om dit alles ook handzaam te maken voor beleid, wordt eenieder opgeroepen om bij het smeden van nieuwe plannen steeds rekening te houden met de vraag: is het te begrijpen en toe te passen door degene voor wie de maatregel bedoeld is? Biedt het ruimte om voorbij de grenzen van het eigen belang en het eigen domein te denken en te werken? En wordt er ook geleerd? (zie kader Drie principes).

Meurs: “Laten we deze vragen vaker stellen en ook echt beantwoorden. En als het antwoord niet bevredigend is? Dan is het voorstel of het plan niet goed genoeg en is er werk aan de winkel.”

De zorgagenda

In april 2017 presenteerde de RVS op verzoek van toenmalig minister Schippers De Zorgagenda voor een gezonde samenleving. Op de agenda stonden zes kernopgaven, gekoppeld aan drie pijlers: investeren in onderling vertrouwen; meer aandacht voor verschillen tussen mensen; inzetten op blijvende solidariteit. Over de uitwerking van de zes kernopgaven organiseerde de RVS een raadpleging onder patiënten, cliënten, mantelzorgers, vrijwilligers, zorg- en hulpverleners, bestuurders en gemeenten. Ook circa 1.300 VvAA-leden hebben hun ervaringen met de RVS gedeeld.Meer info: dezorgagenda.nl

 

Drie principes

Na de analyse van 17.000 ervaringen met zorg en hulp heeft de RVS een afwegingskader opgesteld, dat verschillende partijen kunnen hanteren wanneer zij met elkaar in gesprek gaan over bedoelingen, initiatieven, ideeën en maatregelen in de zorg. Om te toetsen of het werkelijk tot meer passende zorg en hulp zal leiden. Dus: nieuw plan? Nieuwe maatregel? Nieuw initiatief? Eerst toetsen aan de volgende drie principes.

Eenvoud

Voor wie maak ik het nu eenvoudig?
Begrijpt de burger het?
Mensen die werken aan gezondheid en een gezonde samenleving verdwalen nog te vaak. Dat betreft patiënten, cliënten en hun naasten als het gaat om toegang – maar net zo goed professionals en bestuurders als het gaat om het leveren van maatwerk of het afleggen van verantwoording. Met ‘eenvoud’ als principe kan hier de komende jaren aan gewerkt worden. Onder meer door bij een nieuw idee of initiatief de vraag te stellen voor wie het daarmee eigenlijk eenvoudiger wordt. Of door te checken of degene voor wie een nieuwe aanpak of maatregel bedoeld is deze ook begrijpt. En let wel: eenvoudig betekent niet hetzelfde als simpel.

Grenzenwerk

Kan ik hiermee voorbij domeingrenzen werken?
Ken ik de gevolgen hiervan voor anderen?
Ook in een gezonde samenleving blijven schotten en grenzen tussen domeinen bestaan. ‘Alles integraal’ is geen passend antwoord op de ervaren versnippering tussen domeinen en de ervaren complexiteit van het stelsel. Meer houvast voor professionals, bestuurders en beleidsmakers biedt het principe ‘grenzenwerk’ (Oldenhof 2012). Nu lukt het maar mondjesmaat om een grens van een sector, domein of vakgebied over te steken of een ander vanaf de overkant te laten oversteken. Door je bij nieuwe initiatieven en maatregelen af te vragen of die bijdragen aan het werken op de grens en rekening te houden met de gevolgen daarvan voor andere betrokkenen, wordt een grens geen aanleiding tot stilstand, maar juist tot beweging. Zeker als het gaat om grenzen die voor burgers onnodige drempels tot zorg en hulp opwerpen.

Leren

Welk inzicht levert mij dit op?
Welk inzicht levert dit de ander op?
Werken aan gezondheid en een gezonde samenleving vraagt om meer ruimte om te leren. Daar hoort bij: het bespreekbaar maken van risico’s en het leren waarderen van de onzekerheid die bij het menselijk bestaan hoort (in plaats van het willen afdekken daarvan). ‘Leren’ als principe behelst ook, dat onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende informatiestromen. Door expliciet te vragen welk inzicht een nieuw initiatief of een nieuwe maatregel vanuit verschillende perspectieven oplevert, krijgen alle betrokkenen meer kans zich eigenaar te voelen van het leerproces.

Bron: essay Gezien en gehoord – 17.000 ervaringen met zorg en hulp (RVS 2018, p.69-70)