Een boom voor de dokter

Op het grote stuk grond achter zijn huis aan de rand van Heerhugowaard plantte oud-huisarts Ferdinand Zwaan samen met zijn vrouw Romkje de afgelopen decennia tal van bijzondere bomen. Inmiddels vormen de volgroeide reuzen een waar arboretum. 

Tekst: Monique Bowman | Beeld: De Beeldredaktie/Olaf Kraak

“Kijk, dat is een zakdoekjesboom, een Davidia involucrata. Die is ooit door de VOC meegebracht vanuit China, je ziet aan die witte schutbladeren rond het bloemetje hoe hij aan zijn naam komt. En daar staat de oerboom, de Ginkgo biloba. Ze zeggen dat alle bomen daarvan afstammen. En dat is een Hemelboom.”

Een wandeling met Ferdinand Zwaan (77) door diens parkachtige tuin vol niet-alledaagse bomen – een arboretum bijna – heeft wel iets weg van op-stap-met-de-boswachter. Of van een excursie met een natuurminnend historicus, want de oud-huisarts – die begin jaren negentig bij tv-kijkers bekendheid genoot als De televisiedokter – lepelt al struinend door het soms zeer dichte groen het ene na het andere historische feit op.

Tijdens ons eerste contact om een datum te prikken voor de rondleiding door zijn tuin, dringt Ferdinand Zwaan er met klem op aan niet later dan de tweede week van mei af te spreken. “Want dan zijn de bomen op hun mooist.”

‘We leven in het heden, we genieten er nu van’

Hij blijkt niets te veel te hebben gezegd. Terwijl we dwalen door alle uithoeken van zijn immense achtertuin aan de rand van Heerhugowaard, ingericht in de stijl van een Engelse coulissetuin en compleet met on-Nederlandse glooiingen en een indrukwekkende waterpartij waar de bewoners al veertig jaar tussen de goudvissen zwemmen, houden we even stil houden bij een Judasboom. “Een professor uit Groningen die is gespecialiseerd in het dierlijk bodemleven zei dat deze hoek van de tuin wel iets wegheeft van een oerbos.”

Gebarend naar de groene oase zegt Ferdinand Zwaan dat ook zijn assistente Paula een belangrijke rol heeft gespeeld bij wat er nu groeit en bloeit. Hij vertelt over jonge ouders die na de geboorte van hun kindje (“want in mijn tijd deed je als huisarts nog alles zelf, ook bevallingen”) bij haar informeerden waar ze de dokter een plezier mee konden doen. “Ze zei dan dat ik weinig met alcohol had, maar des te meer met tuinieren.” Hij vertelt dat vele tientallen bomen in zijn tuin herinneren aan de baby’s die hij heeft gehaald en voegt eraan toe dat het niet alleen kersverse ouders waren die hem soms een ‘groen cadeau’ gaven. Hij wijst naar een indrukwekkende
reus in het hart van zijn tuin, direct achter de vijver. “Dat is een Californische Sequioa giganteum. Die heb ik ooit gekregen van de oma van een tweeling. Het is een van mijn favoriete bomen. Niet zozeer door zijn grootte, maar vanwege zijn grootsheid.”

En ja, het aantal baby’s dat hij heeft gehaald, heeft hij altijd exact bijgehouden. “1179; een dorp vol!” Trots: “En de laatste die ik heb gehaald, was onze eerste kleinzoon Tobias.”

Op de vraag of hij weleens stilstaat bij de vraag wat er met zijn arboretum gaat gebeuren wanneer hij en zijn vrouw Romkje niet meer in staat zijn het te onderhouden, antwoordt de oud-huisarts met typische West-Friese nuchterheid. “We leven in het heden, we genieten er nú van. Als de dag komt dat we hier weg moeten, hoop ik een jonger iemand, misschien wel een collega, te hebben gevonden die met zijn of haar gezin nét zo veel plezier aan dit huis en deze tuin beleeft als wij al die jaren met onze kinderen en kleinkinderen hebben gedaan.”

Collega’s die een kijkje willen komen nemen in het arboretum van de familie Zwaan zijn op afspraak welkom: ferdinand@zwaan.org.