Een schitterend gebrek

Stephanie Meeuwissen (Budel, 1991) is aios interne geneeskunde bij Maastricht UMC+ en postdoc onderzoeker bij de Universiteit Maastricht. Haar favoriete pil: de roman Een schitterend gebrek van Arthur Japin.

Tekst: Frank van Kolfschooten | Beeld: De Beeldredaktie/Marcel van Hoorn

Een schitterend gebrek is een mooi en verrassend liefdesverhaal over de eerste grote liefde van de beroemde achttiende-eeuws Venetiaanse avonturier en rokkenjager Giacomo Casanova”, vertelt aios interne geneeskunde Stephanie Meeuwissen uit Maastricht. “De roman is goed opgebouwd, waardoor de schrijver je heel nieuwsgierig weet te maken naar de afloop.”

Arthur Japin baseerde zijn historische roman op een zijdelingse opmerking in de memoires van Casanova over zijn jeugdliefde Lucia, met wie hij wilde trouwen maar die verdwenen bleek toen hij terugkeerde naar het landgoed waar hij haar had leren kennen.

Casanova schreef indertijd alleen dat hij Lucia onrecht had gedaan, zonder daarover in detail te treden. Bijna twintig jaar later trof hij haar tijdens een van zijn vele reizen tot zijn verbazing aan in een Amsterdams bordeel, maar zij herkende hem niet. “In deze roman laat Japin Lucia haar geschiedenis met Casanova vertellen en lost het mysterie van haar verdwijning op”, vertelt Meeuwissen. “Zij blijkt pokken te hebben opgelopen bij de verzorging van een vroegere leraar, die aan de ziekte overlijdt.” Lucia overleeft, maar haar gezicht raakt gruwelijk verminkt van de littekens die de pokken hebben achtergelaten.

‘Japin maakt je door zijn opbouw heel nieuwsgierig naar de afloop’

Om te voorkomen dat ze ook Giacomo mee­sleurt in haar ongeluk, besluit ze hem wijs te maken dat ze er met een ander vandoor is gegaan. “Een daad uit liefde”, vertelt Meeuwissen. “Uit schaamte en om andermans blikken te voorkomen, verbergt Lucia haar gezicht de rest van haar leven achter een voile, wat haar juist intrigerend maakt voor mannen.”

Meeuwissen ziet in dat beeld van een vrouw die zich verbergt achter een voile om de gevolgen van haar ziekte verhullen, een parallel met de sociale kant van haar werk als arts. “Ieder mens heeft een eigen verhaal, dat je niet zomaar vertelt, ook niet aan een arts op kwetsbare momenten in je leven”, legt ze uit. “Aan de buitenkant kun je als arts niet zien welke ervaringen of problemen een patiënt met zich meedraagt.” 

Die kennis kan echter niet alleen van pas komen bij het opbouwen van een relatie en goede onderlinge communicatie, maar soms ook bij het stellen van een diagnose of de keuze van een behandeling, aldus Meeuwissen. “Daarom neem ik de tijd om te communiceren en wat dieper door te vragen over wat er speelt in zijn of haar leven en wat er mogelijk schuilgaat achter een masker. Dat is niet alleen aangenamer voor de patiënt, maar komt uiteindelijk ook de behandeling en onderlinge relatie ten goede.”