Favoriete pil - Een klein leven - Arts en Auto

Favoriete pil – Een klein leven

Michèle Haagmans  (Heerlen, 1972) is jeugdarts KNMG bij de GGD Gelderland-Midden en arts maatschappij en gezondheid in opleiding. Haar favoriete pil: Een klein leven van de Amerikaanse schrijfster Hanya Yanagihara.

Tekst: Frank van Kolfschooten | Beeld: De Beeldredaktie/Marcel Krijgsman

“Een klein leven is een heel dik boek, maar ben je eenmaal met lezen begonnen, dan is het moeilijk om weer te stoppen”, zegt jeugdarts Michèle Haagmans uit Bemmel. “Je wordt van meet af aan meegezogen door de belevenissen van de hoofdpersonen, die je steeds beter leert kennen.”

De Amerikaanse Hanya Yanagihara beschrijft in haar roman de levens van vier vrienden die na hun studie naar New York verhuizen om daar (met succes) carrière te maken: een acteur, een kunstenaar, een architect en een jurist. De briljante Jude worstelt met duistere gebeurtenissen uit zijn verleden, waarvan de gruwelijke aard in de loop van het boek duidelijk wordt. “De lezer weet aanvankelijk alleen dat er iets mis is met zijn benen, maar je voelt meteen dat er veel meer achter zit. Heel beklemmend.”

De vrienden zijn erg begaan met Jude en proberen hem te helpen, maar vinden het
lastig om te achterhalen wat hem precies kwelt. “Zijn beste vriend Willem ontdekt dat hij zichzelf opzettelijk verwondt om pijnlijke herinneringen eronder te houden”, vertelt Haagmans. “Dat is een zeer aangrijpende scène, waardoor je als lezer nog nieuwsgieriger wordt naar zijn geheim.”

‘Je voelt meteen dat er veel meer achter zit; heel beklemmend’

Een klein leven heeft ondanks de vele prijzen waarmee het boek is bekroond, niet alleen lovende kritieken gekregen, vertelt Haagmans. “Sommige critici vinden de grote hoeveelheid ervaringen en problemen van deze vriendengroep ongeloofwaardig, maar dat vond ik zelf geen bezwaar. Het is tenslotte een roman en misschien ben ik ook wat meer gewend door mijn werk.”

Een klein leven bevat veel thema’s waarmee Haagmans als jeugdarts van doen heeft, zoals worstelingen met vriendschap en studiekeuze, maar ook automutilatie, huiselijk geweld, seksueel misbruik, het komt allemaal voorbij, zegt zij. Dat zijn geen onderwerpen waar jongeren uit zichzelf makkelijk over beginnen. “Mede daarom hebben we als ggd enkele jaren geleden voor de bovenbouw een nieuw contactmoment ontwikkeld in de vorm van een digitale vragenlijst”, zegt Haagmans. “We vragen jongeren bijvoorbeeld heel open of ze het naar hun zin hebben thuis of op school. Soms krijg je dan antwoorden die aanleiding zijn een jongere eens uit te nodigen voor een vertrouwelijk gesprek, om te horen of ze steun zoeken. Als jeugdarts heb je een unieke positie tussen gezin, school en gezondheidszorg en kun je kinderen en ouders goed de weg wijzen bij problemen.”