Ford B-Max

De klasse ‘mini-MPV’s’ is nooit echt uit de verf gekomen. Diverse grote merken zijn eruit gestapt, alleen de Opel Meriva is succesvol. Daarin lijkt Ford verandering te willen brengen met de B-Max, die de aandacht trekt met zijn bijzondere portieren.

Bart van den Acker

 

Met zijn bijzondere portieren, de achterdeuren zijn schuifdeuren, voldoet de B-Max aan alle actuele veiligheidseisen, ook bij zijdelingse aanrijdingen. Dat is knap van Ford. Uniek is het niet, er zijn eerder vierdeurs auto’s geweest zon-der middenstijl. De sloten zitten in bodem en dakrand en voor- en achterdeur kunnen onafhankelijk van elkaar open en dicht. Met alles open is de toegang heel ruim; ideaal als er een peuter in een kinderzitje moet worden gezet. Ook handig als een volwassene achterin wil zitten of als de B-Max strak staat geparkeerd. Maar hoe vaak komt dat voor? Wanneer je voorin instapt, of alleen maar iets achterin wilt leggen, maakt dit allemaal niet uit. Dan vallen alleen de zware deuren op.

Eenmaal binnen blijkt de ruimte onregelmatig verdeeld. Door de hoogte is er hoofdruimte in overvloed, maar voor een volwassene is het achterin algauw krap. Daarbij mist de B-Max ook een belangrijke eigenschap van een MPV-achtige: flexibiliteit. Een in twee ongelijke delen neerklapbare achterbank is niet bijzonder, en ook een voorover klapbare rugleuning van de voorstoel zag ik eerder.

De bagageruimte is met een inhoud van 318 liter iets ruimer dan een hatchback in het zogenaamde B-segment. De voorstoelen zitten prettig, maar zonder hoogteverstelling (alleen bestuurder) wel erg hoog. Het dashboard is opvallend druk.

Er waren eerder vierdeurs auto’s zonder middenstijl

De 1,0 liter driecilinder benzinemotor snort er lustig op los. Ik reed de 120 pk-versie (100 pk is er ook) en die gaf nooit het gevoel ‘dat je wat tekort komt’. Op kruissnelheid is de motor opvallend stil. Ford heeft met die motor ook in andere modellen al veel lof geoogst. De keuze voor zo’n kleine driepitter met turbo (‘downsizing’) is gebaseerd op een gewenst laag verbruik en dito CO2-uitstoot. Die laatste ligt voor beide versies overigens op papier exact gelijk (114 g/km).

Ik reed de B-Max op winterbanden en in de vrieskou, met de nodige koude starts en stadsritten. Dat is niet ideaal, maar ik had toch een beter resultaat verwacht dan 1 op 14. Onder ideale omstandigheden verwacht ik 1 op 16 of zelfs 17 te halen. Lastig is dat de B-Max door z’n ‘slimme tankdop’ niet is af te tanken zonder te morsen.

Typisch Ford zijn de ver-fijnde rijeigenschappen. De B-Max stuurt fijn en is redelijk comfortabel geveerd. De versnellingspook maakt opvallend lange slagen.

Conclusie: zal Ford met de B-Max slagen waar merken als Renault, Fiat en Toyota het voor gezien houden? Mogelijk. De B-Max is een fijn rijdende, slim gebouwde auto. Het is alleen niet het ruimtewonder dat ik had verwacht. En hoeveel praktisch nut die portieren hebben, is per gebruiker verschillend.