Ford Ka+

Met de Ka was Ford succesvol in de allerkleinste klasse. De Ka+ zit een klasse hoger en mag daarin tot de ‘budgetauto’s’ worden gerekend.

Tekst: Bart van den Acker

Zelfs voor een wereldmerk als Ford is het lastig om met een klein model, in de laagste prijsklasse, geld te verdienen. Een lange looptijd en enorme aantallen zijn daarbij noodzakelijk. De Ka+ is in oorsprong een Braziliaans model, dat voor de veeleisende Europese klant op tal van punten is gemodificeerd en wordt geproduceerd in India. Een heuse wereldauto dus. Maar het verschil met de eerdere Ka is zó groot dat tevreden Ka-rijders (v/m) de overstap niet snel zullen maken. Daarnaast zit de Ka+ ook de Fiesta in de weg, want ze zijn vrijwel even groot.

121668-01Prijs vanaf € 12.995,- Bijtelling 25 procent (2017: 22 procent)

Omdat het een ‘budgetmodel’ is, neem ik het Ford niet kwalijk dat de Ka+ binnenin qua afwerking en materiaalkeuze wat sober is. Niettemin zit ik er prima, op fijne voorstoelen en strikt genomen kom ik weinig tekort in de duurste van de twee uitvoeringen. Voor Ä 1300,- méér heeft die 15 pk extra (63 kW/85 pk i.p.v. 52 kW/70 pk), handbediende airco, een connectiviteitssysteem met onder meer BlueTooth en ‘MyKey’ waarop diverse zaken kunnen worden gelimiteerd als u de Ka+ aan zoon of dochter uitleent. Met handgeslingerde zijruiten kan ik best leven, maar ik heb wel moeite met het ontbreken van een stop-startsysteem. Natuurlijk is de Ka+ verder aan te kleden met diverse optiepakketten, maar dan is het effect van de ‘budgetauto’ verdwenen. Gek: cruise control kent de Ka+ niet, alleen een instelbare snelheidslimiet.

Een sterk punt is de ruimte achterin

De vormgeving is niet bijster origineel en het koetswerk heeft vanaf de bestuurdersstoel enkele dode hoeken, mede door de dikke voorruitstijlen. Een sterk punt is de ruimte achterin, maar daar staat tegenover dat de bagageruimte krapper is dan in andere B-segmentmodellen.

De Ka+ is er uitsluitend met een 1,2 liter viercilinder benzinemotor. Dat is op zich een prima ding, maar de keuze is opvallend, wetend dat Ford in andere modellen de veelgeprezen 1,0 liter driecilinders toepast. Die zijn sterker en blinken uit in laag verbruik. Ik reed met de Ka+ in de praktijk 1 op 15. Dat is niet per se slecht, maar diverse concurrenten brengen het er beter van af. Feit is dat dit soort auto’s zelden heel veel kilometers rijdt en dan is de invloed van het verbruik kleiner. De Ka+ blinkt wel uit in enkele ‘typische Ford-eigenschappen’. Hij stuurt lekker en mooi precies. De vijfversnellingsbak schakelt nauwkeurig. De Ka+ is best lekker wendbaar, de wegligging scoort een voldoende en de afstemming van het onderstel is stevig, maar beslist niet oncomfortabel.

Conclusie: de Ka+ is duurder dan een ‘echte’ budgetauto, maar biedt over het algemeen wel ‘meer auto’. De vraag dringt zich alleen op of doorsparen voor een Fiesta niet een nog betere keuze is.