Frans avontuur

De afgelopen jaren bent u ze geregeld in Arts en Auto tegengekomen: collega’s die naar Frankrijk vertrokken in verband met de daar heersende tekorten aan medici en paramedici. We zochten opnieuw contact met twee van hen. Hoe gaat het nu met ze?

Tekst: Monique Bowman
Hester Jansma in 2011

In januari 2011 figureert Hester Jansma in een Arts en Auto-verhaal over wonen en werken in de Bourgogne. De dan 38-jarige bedrijfsarts staat op het moment van het interview aan de start van een nieuw leven als hoofd van een klein team bij een arbodienst in het stadje Nevers. Jansma, weduwe en moeder van een dochter van zes en een zoon van vier, heeft sinds haar jeugd al ‘iets’ met Frankrijk. Wanneer ze in 2009 boventallig wordt verklaard bij Achmea in Heerlen, komt tijdens een coachingtraject een scenario ter sprake waar ze al lang van droomt: verhuizen naar Frankrijk. Na een oriëntatiebezoek en een gesprek met de in Frankrijk woonachtige Nederlander Jan van der Lee (zie kader), trekt Hester Jansma eind 2010 de stoute schoenen aan en vertrekt met haar twee kinderen naar de Bourgogne.

Bijna vier jaar woont en werkt ze als bedrijfsarts in Nevers. In augustus 2014 keert Jansma terug naar Nederland. “Dat was wegens persoonlijke omstandigheden, het had niets te maken met mijn werk of het wonen in Frankrijk”, beklemtoont ze, en ze vertelt over de goede collegiale sfeer en het ‘vakantiegevoel’ dat ze ook na vier jaar nog steeds ervoer wanneer ze langs de oevers van de Loire naar haar arbodienst in Nevers reed.

‘Op het platteland wordt nog echt tegen ‘de dokter’ opgekeken’

Jansma vermoedt dat haar snelle en soepele integratie deels te danken was aan het feit dat ze voor haar vertrek naar Frankrijk al goed Frans sprak. “Met alleen camping-Frans duurt het schat ik al gauw een half jaar voordat je de taal goed spreekt en begrijpt. Maar, is mijn ervaring: de Franse collega’s zijn sowieso blij met íedere versterking vanuit het buitenland.”

Ze vertelt dat er op het platteland nog echt tegen ‘de dokter’ wordt opgekeken. Ze denkt lachend terug aan een mannelijke patiënt die haar, toen ze door de wachtkamer liep, begroette met ‘bonjour Madame’, en zich later, toen hij ontdekte dat zij de arts was, uitgebreid verontschuldigde dat hij niet ‘bonjour docteur’ had gezegd. “Maar het werkte ook wel een beetje een ‘wij-en-zij-gevoel’ in de hand”, ondervond Jansma. “Er is nog sprake van een sterke hiërarchie op de werkvloer, iets wat wij als Nederlanders niet gewend zijn.”

Nog een verschil met Nederland, aldus de bedrijfsarts: “Ik merkte dat Franse artsen minder gewend zijn aan protocollen en richtlijnen. En ook intercollegiaal overleg en bij elkaar in de keuken kijken vormden, toen ik er werkte althans, geen onderdeel van de werkcultuur.”Wie in Frankrijk gaat werken, moet vooral over geduld beschikken, weet ze. “Besluitvorming gaat er niet zo snel. Fransen hebben er een handje van zaken door te schuiven naar een volgende vergadering.”

Hester Jansma in 2018

Wat haar eigen vakgebied betreft, voelde ze zich in Frankrijk wel als een vis in het water. “De arts van de ziektekostenverzekering bepaalde of iemands ziekteverlof werd verlengd. Als bedrijfsarts maakte ik daar dus geen deel uit van het ja/nee-spel, ik kon me helemaal concentreren op preventie.”

Collega’s die emigratie overwegen, doen er goed aan een secretaresse te nemen die Frans als moedertaal heeft, is Hesters advies. “Ik kan me in het Frans heel goed redden, maar merkte dat spreken toch andere koek is dan schrijven. Een Franse secretaresse is écht goud waard.”

Van haar keuze voor de Bourgogne heeft ze nooit spijt gehad. “Het is een vrij behoudende streek, dat moet je wel liggen. Maar ik vond het, door de rust en de eenvoud die er heersen, een ideale omgeving voor jonge kinderen.” Hester weet nog hoe ze vol ongeloof keek naar de eerste factuur van de door de gemeente verzorgde kinderopvang. “Aan het eind van de maand moest ik in totaal ongeveer drie tientjes betalen voor de opvang van twee kinderen voor een paar dagen per week. Ik hoefde geen vaste dagen af te nemen, ik kon steeds per dag bekijken of ik van de gemeenteopvang gebruik wilde maken. En voor € 3,50 extra werd er desgewenst ook nog gezorgd voor een warme maaltijd.” Lachend: “Mijn dochter heeft er een voorliefde voor erwtjes uit blik aan overgehouden!”

Werken in Frankrijk

Al meer dan tien jaar begeleidt de in Frankrijk woonachtige Nederlander Jan van der Lee zorgprofessionals die in Frankrijk willen werken. Aanvankelijk wierf hij vooral voor lokale en regionale overheden in de Bourgogne zorgprofessionals, maar inmiddels zoekt Van der Lee medici en paramedici voor ziekenhuizen, klinieken en gemeenten in heel Frankrijk. Sinds kort bestrijkt hij ook overzeese gebiedsdelen als Guyana, Réunion en Martinique. Voor meer ervaringsverhalen en info: werkeninfrankrijk.com

Lange dagen

Céleste Schoenmakers-Smits in 2014

Huisarts Céleste Schoenmakers-Smits (51) emigreert in 2010 met haar man Theo en twee kinderen naar Chassiers in de Ardèche, na elf jaar als HIDHA te hebben gewerkt in Veldhoven. In Arts en Auto van februari 2014 vertelt ze dat ze op zoek zijn naar een leven ‘meer in de natuur, met de vrijheid van een eigen bedrijf’.

Céleste Schoenmakers werkt inmiddels al weer zeven jaar als waarnemend huisarts in Vallon Pont d’Arc. Daarnaast verhuurt ze samen met haar man vier gîtes, gelegen op het domein ‘Le Moulin de Lande’ van de oude watermolen waarin ze met haar gezin woont. Zo’n drie à vier keer per jaar gaat ze terug naar Nederland om daar een dag of tien waar te nemen voor haar oud-collega’s in Veldhoven. “Ik ben destijds niet uit onmin met het Nederlandse zorgsysteem vertrokken”, benadrukt ze. “Het was vooral een verlangen naar meer avontuur.”

‘Franse huisarts verdient minder dan zijn Nederlandse collega’s’

Ze denkt dat huisartsen die verwachten dat het gras in Frankrijk groener is, de werkomstandigheden in haar nieuwe thuisland misschien íets te rooskleurig voorstellen. Ze noemt als voorbeeld het ontbreken van praktijkondersteuners of -assistenten, plus de lange werkdagen. “Ik begin om kwart over acht ’s morgens, rijd tussen twaalf en twee uur visites, en heb vervolgens tot zeven uur’s avonds weer spreekuur. In Frankrijk is het namelijk normaal dat je om kwart voor zeven ’s avonds nog een afspraak met de dokter hebt.” Ze vermoedt ook dat Nederlandse collega’s zich vaak niet realiseren hoe groot de afstanden zijn. “Het gebeurt geregeld dat ik een half uur heen en een half uur terug moet rijden voor één visite.”

Van een ‘sterk hiërarchische sfeer’ op de werkvloer merkt Céleste Schoenmakers-Smits in de Ardèche weinig, maar haar ervaring is wel dat huisartsen door Franse medisch specialisten wat minder op waarde worden geschat. “Waar ik in Nederland zou schrijven ‘ik verwijs u mevrouw Jansen’, formuleer ik het in Frankrijk wat omzichtiger, namelijk ‘ik zou graag hebben dat u mevrouw Jansen ziet’.”

Céleste Schoenmakers-Smits in 2018

Als arts op het Franse platteland moet je, aldus Céleste, vooral flexibel zijn. “Het is hier over het algemeen minder goed georganiseerd dan in Nederland. Als je daar moeite mee hebt, zul je je hier niet prettig voelen.” Ze wijst er ook op dat men zich goed moet realiseren dat hoogopgeleide partners vaak moeite hebben passend werk te vinden, en dat de Franse huisarts duidelijk minder verdient dan zijn Nederlandse collega’s. “Met name de te betalen sociale premies zijn hier fors hoger.” En ze zegt dat kinderen, als ze eenmaal toe zijn aan het vervolgonderwijs, vaak lange dagen maken omdat ze per schoolbus naar verder gelegen grotere plaatsen moeten. Maar daar staat veel tegenover, vindt de huisarts. “De prachtige omgeving natuurlijk. En onze kinderen leren de gewoonten van twee culturen, deze ervaring heeft ze heel open-minded gemaakt, het is een verrijking van hun én ons leven. En het avontuur hebben we hier zeker gevonden, we werken en wonen hier met veel plezier.”

Als belangrijkste tip voor Nederlandse collega’s die ook de stap richting Frankrijk overwegen, noemt Schoenmakers-Smits het belang van een goede taalbeheersing. “Ik vond zelf dat mijn Frans al heel goed was toen ik hier kwam”, lacht ze, “maar mijn allereerste consulten hoor ik toch maar liever niet terug.”

 

Één Reactie Reageer zelf

  1. Irene Delponte
    Geplaatst op 6 juli 2018 om 16:55 | Permalink

    Blijft de vraag hoe Hester Jansma aan het derde kind komt. Dat intrigeert mij. Gezien de gelaatstrekken waarschijnlijk een pleeg- of adoptiekind? Niet dat het me iets aangaat, maar toch roept het artikel deze vraag op.

Plaats een reactie

Uw e-mailadres zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*
*