Grenzeloos

Max Peters, radiotherapeut-oncoloog in opleiding, vergeet nooit meer hoe vier verschillende patiënten alle grenzen doorbraken.

Tekst: Max Peters | Illustratie: Marcel Leuning

Als arts droeg ik een tijdlang zorg voor een oncologieafdeling in een ziekenhuis in Utrecht. Hier werden, bij ruimtegebrek elders, ook geregeld patiënten zonder kanker opgenomen. Zo lag in een vierpersoonskamer een vriendelijke boer uit de regio met langzaam herstellende, onbegrepen huiduitslag over zijn lichaam. Hij was eenvoudig van geest, vol respect voor de medische stand en meewillend knikkend bij alles wat hem verteld werd. Een bijbel met een gouden lint eruit lag op zijn tafeltje. 

In de kamer lag ook een vrouw met uitgezaaide borst- en longkanker. Ze had uitzaaiingen tot in en op haar huid. Ze was geregeld verward en rolstoelgebonden door uitzaaiingen in haar hoofd. Haar lichaam trilde. We moesten bedenken hoe we haar comfortabel door de haar resterende tijd heen konden helpen. Mevrouw was verder een echte stedeling, nuchter, niet-religieus, direct. 

Naast haar lag een Marokkaanse vrouw met een ontstoken onderbeen. Zij was te zwaar en bewoog te weinig maar onderkende dit niet. De Marokkaanse vrouw en haar familie waren erg betrokken bij elk aspect van de behandeling en wilden meestal de volle aandacht van de op dat moment aanwezige personen in de kamer. De benodigde aandacht oversteeg die van de mevrouw met terminaal uitgezaaide kanker ruim, wat bij mij weleens een schuldgevoel opwekte. 

‘Gevieren deelden ze een blik die  alles oversteeg’

Als laatste lag er een stille, Aziatische man met frequent terugkerende bloedarmoede. Met een paar dagen verzorging en wat bloedtransfusies kon hij altijd weer naar huis. Op zijn nachtkastje lag een boekje met een gouden Boeddhabeeld op de voorkant.

Een atheïst, een christen, een moslim en een boeddhist lagen in het ziekenhuis op dezelfde kamer. Het klinkt als een slechte mop. ‘Twee geloven op één kussen, daar slaapt de duivel tussen’, zei mijn vader altijd. Kon dit wel goed gaan? Vlogen de heilige boeken straks niet door de kamer? 

Toen ik op een dag ochtendvisite liep, zaten ze alle vier aan tafel. Dicht bij elkaar, lachend. Bij de christelijke boer brokkelden kruimels uit zijn lachende mond. De atheïstische vrouw met kanker ging die dag naar huis en had zich net aan haar tafelgenoten uitgelaten over het feit dat ze dan toch blijkbaar eerder beter was geworden dan de rest. “Och schat”, zei de Marokkaanse vrouw, zichtbaar geëmotioneerd, “ik zie je snel weer, goed? Ik kom als ik weg ben direct bij je langs.” Ze pakte liefdevol de met kanker bezaaide trillende onderarm van de vrouw. Aan de andere kant deed de boeddhistische man hetzelfde. De boer was nu opgehouden met lachen en gevieren deelden ze een blik, een moment; alle sociale, interculturele en religieuze conventies overstijgend. 

Iedere medisch professional heeft wel een patiënt (gehad) die hij of zij nooit vergeet. Omdat de omstandigheden zo bijzonder waren, het behandeltraject aangrijpend, of juist omdat zich iets grappigs voordeed in het contact. In deze reeks leest u hun verhalen.