Grote bloemkolen

Voor een belangrijke levensgebeurtenis voor zijn patiënt, veranderde voormalig huisarts Rein Mulder zijn tijdmanagement- en urgentieregels. 

Tekst: Rein Mulder Beeld: Marcel Leuning

Wat was het nou toch voor ding waarover het echtpaar van Doornemalen bij mijn vorige bezoek zo enthousiast had verteld? Ik was op weg voor de driemaandelijkse visite aan het hoogbejaarde echtpaar en pijnigde mijn grijze cellen. Welk belangrijk apparaat werd binnenkort bij het echtpaar verwacht? Ik kreeg het niet helder. Normaal schreef ik zulke dingen wel even op de groene kaart, maar dat was er blijkbaar toen bij ingeschoten.

Vaak een ontroerende belevenis, het bezoek aan deze lieve kleine mensen. Hij, altijd licht benauwd door een chronisch long-euvel, maar ondanks wat beperkingen daardoor, een heerlijk optimistisch mens. En bovendien aandoenlijk zorgzaam naar zijn vrouw. 

Zij was door meervoudige pathologie compleet afhankelijk van zijn mantelzorg. In het bijzonder door het zeer slechte zicht, het gevolg van een forse staar aan beide ogen. Het was nog in de tijd dat staaroperaties bij geriatrische patiënten niet konden worden gedaan door de grote risico’s van de anesthesie.

Bij aankomst bleek dat ‘Het’ er al was, want toen meneer van Doornemalen de deur van het bejaardenflatje voor mij opende, riep hij meteen: “Hi doc, mijn vrouw heeft hem toch gekregen hoor!”

Hij leidde mij van de voordeur, terwijl in zijn motoriek toch enige opwinding viel waar te nemen, linea recta naar de keukentafel. “Moet je eens kijken dokter, DAT IS HEM DAN!.” En aan de keukentafel zat mevrouw van Doornemalen duidelijk helemaal klaar om de aanwinst te demonstreren. Dit bleek een speciale cassetterecorder. Aan mevrouw genereus beschikbaar gesteld door een slechtzienden-begeleidende organisatie. 

Moet je eens kijken dokter, dat is hem dan!

Aan het technisch eenvoudige apparaat viel meteen de Aan-toets op: daarop was een feloranje sticker geplakt. En met deze reflecterende markering was deze toets nog net herkenbaar voor mevrouw.

Ik voelde wel aan dat regels van tijdmanagement voor de visiterijdende huisarts nu even vervielen, hier golden nu andere urgentieregels en ik ging er dus even goed voor zitten. 

De man spoorde zijn echtgenote aan de betreffende feloranje toets in te drukken en toen dat lukte, joelde meteen op een zeer ruimhartige decibelniveau André van Duijns carnavalslied ‘K heb hele grote bloemkolen door de woning en ik vrees ook nog wel een stukje daarbuiten. Maar het was zo’n mooi moment, de trots van mevrouw dat ze de cassetterecorder ondanks haar handicap toch maar had aangezet. En daarbij het enorme plezier van meneer over de inhoud van het Bloemkolenlied. Zoals hij daar stond te genieten, de ogen licht gesloten, licht wiegend met het oude lichaam, alsof met het lied herinneringen opborrelden aan jongere jaren met uitbundig carnavalsplezier. Ja, dan zie je in zo’n ontroerend tafereel toch ook een krachtige bevestiging van de bekende uitspraak van onze beroemde filosoof Johan Cruijff: “Elk nadeel heb se voordeel.”

Iedere medisch professional heeft wel een patiënt (gehad) die hij of zij nooit vergeet. Omdat de omstandigheden zo bijzonder waren, het behandeltraject aangrijpend, of juist omdat zich iets grappigs voordeed in het contact. In deze reeks leest u hun verhalen.

Plaats een reactie

Uw e-mailadres zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*
*