‘Had een week maar negen dagen’

Huisarts Marco Blanker: ‘Ik schuw de spotlights niet’

Dankzij de Elfstedenzwemtocht én de paarsekrokodillenstempel is huisarts en onderzoeker Marco Blanker het afgelopen jaar uitgegroeid tot een landelijk bekende dokter.

Tekst: Martijn Reinink Beeld: Nout Steenkamp
Marco Blanker

Zoveel mensen, zoveel meningen. Maar wat u ook van Maarten van der Weijden en zijn Elfstedenzwemtocht vindt; door in iets meer dan drie etmalen bijna 200 kilometer door de Friese wateren te zwemmen, heeft hij ruim 5 miljoen euro opgehaald voor kankeronderzoek. Marco Blanker (47) heeft de olympisch kampioen ook bij zijn tweede poging bijgestaan. De huisarts/onderzoeker had zijn laptop weer bij zich in de volgboot ‘om op momenten dat Maarten slaapt even te kunnen werken’. 

Dat Blanker zijn tijd graag nuttig besteedt, blijkt wel als hij twee dagen voordat Van der Weijden te water gaat, zijn verhaal doet in het UMC Groningen, zijn werkterrein voor twee dagen in de week. “Ik probeer drie of vier dagen werk in die twee dagen te stoppen.” Straks pakt hij de trein naar Amsterdam – “Kan ik onderweg nog wat artikelen lezen en corrigeren” – om in de talkshow van Margriet van der Linden over de zwemtocht te vertellen. 

Met een dubbele espresso voor zich voorspelt Blanker in het ziekenhuisrestaurant dat Van der Weijden Leeuwarden dit keer wél zal halen. “Omdat we hebben geleerd van de eerste tocht. We weten nu dat hij langere periodes moet slapen en meer kilocalorieën nodig heeft. Bovendien kunnen we hem beter in de gaten houden: we hebben de apparatuur om één druppel bloed af te nemen, waarmee we gelijk zijn hele bloedbeeld kunnen zien. En misschien wel het belangrijkste: er is geen tijdsdruk. De vorige keer stond er ’s avonds een huldiging gepland. Nu kan hij er desnoods een dag langer over doen.” Dat blijkt niet nodig. De zwemmer komt exact volgens schema op maandagavond aan in Leeuwarden. 

‘Mensen gaan ook skiën, ook gevaarlijk voor de gezondheid’

Hoe anders is dat in augustus 2018, bij de eerste poging. Dan neemt Blanker na 55 uur zwemmen het besluit dat Van der Weijden moet stoppen, omdat hij in slaap valt in het water en een medicijn tegen misselijkheid niet binnenhoudt. Een besluit waar de Zwolse huisarts naar eigen zeggen ‘louter lof’ van collega’s voor ontvangt. Al zijn er ook wel collega’s die kritisch zijn op het feit dat hij überhaupt in de volgboot plaatsneemt. Zij vinden dat Blanker iets legitimeert wat gevaarlijk en ongezond is. “Mensen gaan ook skiën”, is zijn reactie. “Ook gevaarlijk voor de gezondheid. En wat te denken van drie weken wielrennen door de Alpen en de Pyreneeën?”

Blanker krijgt ook de vraag waarom de begeleiding in handen is van een huisarts en niet van een sportarts. Zijn antwoord: “Omdat Maarten mij gevraagd heeft. Dat op de eerste plaats. In de voorbereiding hebben we veel contact gehad met sportartsen. Want dat is wat wij huisartsen doen: als we iets niet weten, dan vragen we het de specialisten. Daarbij is de huisarts natuurlijk wel iemand die aan ogen, oren, handen en neus vaak genoeg heeft om een diagnose te stellen. Al klopte mijn diagnose destijds niet. Ik dacht aan een verstoorde zouthuishouding; in het ziekenhuis bleek later sprake van uitputting te zijn. Maar het niet-pluisgevoel klopte wel.”

Media als middel

Na die eerste Elfstedenzwemtocht komt Blanker op radio, televisie en in allerlei kranten voorbij. Nog geen half jaar later duikt hij opnieuw op in de media, nu met een paarsekrokodillenstempel. “Een collega zegt dat ik mediageil ben, maar dat is het niet. Ik schuw de spotlights niet, maar in de media komen is geen doel op zich, het is een middel. Een middel om te helpen geld op te halen voor kankeronderzoek. Of in het geval van de paarse krokodil: een middel om iets te doen tegen zinloze zorgbrieven.” 

‘In de media komen is geen doel op zich, het is een middel’

Met kerst krijgt Blanker een stempel van een krokodil en een paars inktkussentje van collega-huisarts Ellen Brand. Het cadeau verwijst met een knipoog naar een oude OHRA-reclame   die staat voor het toppunt van bureaucratie. Zijn eerste paarse krokodil stempelt Blanker op een verwijsbrief voor een kinderfysiotherapeut. “Dat ging om een jongetje dat al jaren bij deze fysiotherapeut onder behandeling was, maar ineens had een zorgverzekeraar bedacht dat er voortaan een verwijsbrief van de huisarts nodig was.” 

Het zijn dit soort verwijzingen, verlengingsformulieren en aanvragen voor hulpmiddelen, die hem het meest storen. “Niemand vraagt een hoog-laagbed aan omdat het zo mooi staat in de woonkamer.” Voordat de huisarts de verwijsbrief met de paarse krokodil verstuurt, maakt hij er een foto van die hij op Twitter plaatst. De stempel gaat ‘viral’. Landelijke media pikken de actie op, zorgprofessionals volgen massaal zijn voorbeeld. De krokodillenstempel raakt zelfs uitverkocht en nog steeds wordt er volgens Blanker flink op los gestempeld door (para)medici. Al is hij zelf niet meer zo ‘stempelig’. “Het is goed dat er aandacht voor blijft, want er zal altijd wel weer ergens iemand bedenken dat we iets moeten gaan registeren. Maar we moeten het ontregelen niet institutionaliseren. Het moet niet zo zijn dat we protocollen gaan schrijven over wat we wel en niet moeten schrappen.” Bovendien, zo stelt Blanker, is er in de huisartsenzorg al het nodige aan overbodige formulieren en regels geschrapt. “Vooral door Het Roer Moet Om. En de paarse krokodil heeft ook al wat opgeleverd. Zo is Zilveren Kruis gestopt met formulieren voor verwijzingen naar logopedisten, ergo- en fysiotherapeuten.”

Waken voor negativisme

Het zijn niet alleen zorgverzekeraars die paarse krokodillen ontvangen. “Soms weten we niet precies waar een regel vandaan komt”, zegt Blanker. “Is een regel in Den Haag bedacht? Door een zorgverzekeraar? Door de beroepsgroep? Laatst heb ik stempels gezet op formulieren van het CBR, ook een organisatie die er wat van kan. Een patiënt, 75-plus, moest vijf formulieren inleveren voor zijn rijbewijskeuring. Op drie daarvan moest ik de resultaten van een visustest en een bloeddrukmeting invullen. Negentig dagen na het insturen, volgde nog een zesde formulier. Waren ze vergeten. Ik moest ook nog even aangeven dat meneer geen slaapstoornis heeft. Frustrerend voor de zorgverlener, maar nog veel erger voor de patiënt. Die moet blijven leuren, die ligt er ’s nachts wakker van.”

‘Onzinnige formulieren frustreren; niemand vraagt een hoog-laagbed aan omdat het zo mooi staat in de woonkamer’

Voor Blanker is dát de reden dat hij zich hier zo druk om maakt. Het is niet dat het invullen van onzinnige formulieren hem heel veel tijd kost. “Ik schat dat ik 80 tot 90 procent van de dag zinvolle dingen doe, en daar valt de meeste administratie ook onder. Het is inherent aan mijn vak dat ik post uit het ziekenhuis verwerk en dingen in een dossier opschrijf, anders lever ik slechte zorg.” 

De huisarts waakt voor negativisme. “Er kunnen dingen beter, maar er gaan ook veel dingen goed. Klagen en bashen leveren niets op. Ons vak zou ten onder kunnen gaan aan klagende collega’s. Want als we alleen maar klagen over zoveel administratie en over zorgverzekeraars die ons het leven zuur maken, wie wil er dan nog huisarts worden? Wie wil zich dan nog vestigen? We moeten positiever zijn over het vak en het praktijkhouderschap.” Wat hem betreft is daar alle reden toe. “Als huisarts heb ik nog steeds heel veel ruimte om de zorg te leveren op een manier die bij mij, mijn praktijk en mijn patiënten past.”

Blanker, geboren en getogen in Rotterdam, heeft sinds 2005 een praktijk in Zwolle. Als zijn vrouw, die radioloog is, een jaar eerder werk vindt in het oosten van het land, verruilen ze de Randstad voor Hattem, Hanzestad aan de IJssel, vlakbij Zwolle. “We zeiden direct: hier hoeven we nooit meer weg.” Vanaf het begin combineert Blanker zijn werk in de praktijk met onderzoek, waarmee hij zich richt op het gebied ‘tussen navel en bovenbeen’ en op raakvlakken tussen eerste en tweede lijn. In eerste instantie houdt hij zich één dag in de week bezig met onderzoek. Inmiddels heeft hij al enkele jaren een betaalde aanstelling in het UMCG voor twee dagen in de week.

Twee magneten

De vraag of hij tot zijn pensioen als huisarts werkzaam blijft, bestempelt hij als een gewetensvraag. “Ik haal nog steeds veel voldoening uit het een-op-een patiëntencontact, maar ik realiseer me ook dat ik de huisartsgeneeskunde in de breedte sterker kan maken door onderzoek te doen of door me op organisatorisch of bestuurlijk vlak in te zetten. Het zijn twee magneten die aan me trekken.” 

Nadat hij nog een dubbele espresso heeft besteld, zegt hij: “Had een week maar negen dagen.” Want het blijft niet bij drie praktijkdagen en twee dagen onderzoek. Blanker is bestuurlijk actief, schrijft blogs voor Medisch Contact en sinds oktober vorig jaar is hij lid van het regionaal tuchtcollege in Zwolle. Op zaterdag vlagt hij bij het voetbalteam van zijn zoon. “Op het veld komt soms het Rotterdammetje in mij boven”, bekent hij. “Bij randje buitenspel vlag ik niet, ook niet bij een 1-0-voorsprong in de laatste minuut. Als ik dan allerlei verwensingen naar mijn hoofd krijg, snauw ik weleens terug.”

Een groter contrast met de rechtszaal is haast niet denkbaar. Als lid van het regionaal tuchtcollege moet Blanker weleens op zijn tong bijten. “Soms hebben we een zaak waarbij je op papier al ziet dat er goed en zorgvuldig is gehandeld. Dan zou ik een collega het liefst direct geruststellen. Terwijl ik als mens tegen de klager zou willen zeggen: ik snap heel goed dat u boos bent. Maar dat kan niet in deze rol.” Een rol die hij ‘spannend’ noemt, vooral omdat het medisch tuchtrecht in een kwaad daglicht staat. “Gechargeerd: klagers vinden dat zorgverleners de hand boven het hoofd wordt gehouden. Zorgverleners vinden dat ze een schop na krijgen, nadat ze hun stinkende best hebben gedaan. Het is allebei niet wat we doen.” 

‘Als je weet dat je zorgvuldig hebt gehandeld, dan hoef je niet bang te zijn’

Dat er zorgverleners zijn die heel veel last hebben van een tuchtzaak, tot zelfs stoppen met werken aan toe, vindt Blanker ‘oprecht vervelend’. “Maar ik snap het ook oprecht niet. Als je weet dat je zorgvuldig hebt gehandeld, dan hoef je niet bang te zijn.”

Hij spreekt uit ervaring. Zelf heeft hij twee keer ‘voor het hekje’ gestaan. “Een tuchtprocedure is niet leuk. Een tuchtzaak al helemaal niet. Maar vergeet niet: voor de patiënt is het ook absoluut geen pretje. Veruit de meeste tuchtklachten worden niet-ontvankelijk of ongegrond verklaard, wat de patiënt het gevoel kan geven dat hij niet zo moet zeuren. Terwijl een klacht emotioneel gezien 100 procent gegrond kan zijn. Ik denk dat patiënten veel beter voorgelicht moeten worden over wat een tuchtprocedure inhoudt en wat er te halen valt. Om de zorgverlener, maar vooral de patiënt zelf te beschermen.”

Curriculum vitae

  • Marco Blanker (1972) geboren in Rotterdam
  • 1990-1991fysiotherapie, Hogeschool Rotterdam & Omstreken
  • 1991-1998 geneeskunde, Erasmus Universiteit Rotterdam
    1998-1999 poortarts, Oosterscheldeziekenhuis Goes
  • 1999-2004 arts in opleiding tot huisarts en onderzoeker (AIOTHO), afdeling huisartsgeneeskunde, Erasmus MC  
  • 2002 promotie ‘normal values and determinants of urogenital tract (dys)function in older men: The Krimpen Study
  • 2005-heden huisarts en praktijkhouder, huisartsenpraktijk Blanker & Thiele, Zwolle 
  • 2006-heden epidemioloog, afdeling huisartsgeneeskunde UMCG 
  • 2016-heden blogger Medisch Contact
  • 2018-heden lid regionaal tuchtcollege voor de gezondheidszorg, Zwolle

4 Reacties Reageer zelf

  1. Dineke van Sermondt
    Geplaatst op 8 juli 2019 om 19:52 | Permalink

    Beste Marco,

    Ik wil graag kort reageren op het eerste deel van het artikel.
    Ik ben blij te horen dat u beweging ervaart in de acties die gedaan zijn om administratieve lasten te verlichten binnen de huisartsenzorg. Om ook erop te wijzen dat we een positieve boodschap kunnen delen vindt ik zeer positief. Echter ervaar ik binnen mijn zorg als ergotherapeut nog geen verandering. Zo bestaat ongeveer 30 procent van mijn werk uit patiënt gerichte zorg inhoudelijke, administratieve taken die we niet krijgen uitbetaald. Taken die m.i. eenvoudiger kunnen, maar die om een gezonde praktijk te kunnen draaien mn betaald moeten worden. Dit om pensioenen, scholing en passende uurlonen te kunnen uitkeren aan mijn medewerkers.
    Ik wil er dolgraag net zo positief in staan als u.

  2. Marco Blanker
    Geplaatst op 10 juli 2019 om 10:42 | Permalink

    Beste Dineke,
    Ik realiseer mij goed dat de regeldruk in de huisartsenpraktijk de afgelopen jaren verminderd is mede door een verplaatsing van die druk naar andere zorgverleners. Ik hoop dat je ook een stempel hebt om op zinloze formulieren te gebruiken en dat jullie beroepsgroep als collectief optrekt hierin. Ook voor jullie geldt dat geen patient aanklopt louter omdat jullie fijne mensen zijn. Zij hebben een zorgvraag en jullie bieden daarbij gepaste ondersteuning.

  3. Mandy VG
    Geplaatst op 14 juli 2019 om 21:01 | Permalink

    Euh… ” Ook voor jullie geldt dat geen patient aanklopt louter omdat jullie fijne mensen zijn. ” ? Hoe bedoelt u dat?

    En: ” Ons vak zou ten onder kunnen gaan aan klagende collega’s. Want als we alleen maar klagen over zoveel administratie en over zorgverzekeraars die ons het leven zuur maken, wie wil er dan nog huisarts worden? Wie wil zich dan nog vestigen? ”

    Hier zet u bewegingen als ” het roer moet om” , ” ontregel de zorg” en andere bewegingen wel in een bepaald daglicht.

    Gevaarlijk voor de continuiteit van het huisartsenvak?

    In dit kader bezien: bent u eigenlijk nog wel trots op uw paarse stempeltje?

  4. Marco Blanker
    Geplaatst op 14 juli 2019 om 22:55 | Permalink

    Beste Mandy VG,
    Met mijn uitspraak over fijne mensen doel ik erop dat patienten niet aankloppen bij zorgverleners omdat ze op zoek zijn naar gezelschap, maar omdat ze op zoek zijn naar hulp/ondersteuning.
    Het is uw interpretatie dat ik HRMO en ontregel de zorg in een bepaald daglicht plaats. Misschien wel uw eigen daglicht? Ik stel HRMO en ontregel de zorg niet gelijk aan de klagende collega’s waaraan ons vak ten onder kan gaan. Beide bewegingen zoeken mee naar de oplossingen voor o.a. regeldruk, waarbij ook gekeken wordt naar de zorg zelf (niet alles komt van de boze buitenwereld). Dat is wat anders dan klagen zonder naar oorzaken van ongemak te willen kijken of oplossingen aan te dragen. Aandacht voor het negatieve moet het niet winnen van zoveel positiefs in ons vak en de zorg, waaraan ook best nog wat kan verbeteren.
    Trots op mijn paarse stempeltje ben ik niet. Ook niet geweest. Wel blij dat met dit stempeltje allerlei radertjes (opnieuw) zijn gaan draaien. En na het zetten van een stempeltje dus gewoon weer verder werken in de nog steeds prettige spreekkamer.