IJdelheid

Thomas Heerma van Voss (1990) schreef onder meer de romans De Allestafel (2009) en Stern (2013) en de verhalenbundel De derde persoon (2014). In augustus 2017 verscheen zijn non-fictie-bundel Plaatsvervangers.

 

Tekst: Thomas Heerma van Voss | Beeld: Lenny Oosterwijk

 

Vijftien was ik, en sinds enkele weken bekeek ik iedereen op dezelfde manier. Zaten er pukkels bij zijn of haar slapen? Rode strepen in de nek? Schilfers op het voorhoofd?

Het ging vanzelf: steeds weer gleed mijn blik langs onbedekte lichaamsdelen – langs de plekken waar ikzelf vanuit het niets jeuk had gekregen. Of nee, jeuk, het was gewoon pijn. Op een ochtend was het ineens begonnen, aan de binnenkant van mijn dijbenen: doordringende steken, die alleen maar erger werden als ik eraan krabde. Toch kon ik daar niet mee ophouden, en algauw verspreidde de pijn zich over de rest van mijn lichaam.

Toen, weer van de ene op de andere dag, werd de pijn prompt zichtbaar. Rode pukkeltjes, klein en dicht op elkaar. In razend tempo verspreidden ze zich over mijn buik, mijn armen, mijn nek.

Ik herinner me dat ik de toestand pas op dat moment als een probleem begon te zien. Onzichtbare pijn achtte ik blijkbaar draaglijk; zolang niemand er iets van kon waarnemen, zag ik ook geen reden in te grijpen. Maar nu de pijn samenging met prominente huiduitslag, ja, nu ineens kreeg ik het idee dat ik diende in te grijpen.

Geen moment maakte ik me werkelijk zorgen over mijn gesteldheid, ik dacht alleen: o god, wat als anderen dit opmerken? IJdelheid, dat was wat me in beweging zette, niets anders.

Ik kwam terecht bij een ‘huidspecialist’, die een vluchtige blik op mijn lichaam wierp en me vervolgens een zalfje voorschreef dat hij een ‘wondermiddel’ noemde.

Thuis, naakt voor de spiegel, smeerde ik mezelf in met dikke plakken witte zalf. Vrijwel direct voelde ik een doordringend, brandend gevoel op de plekken waar de zalf introk, eerlijk gezegd nog pijnlijker dan de eczeem zelf. Maar ik was ervan overtuigd dat het zo hoorde. Ik dacht: een wondermiddel werkt niet zonder slag of stoot, ik moet pijn lijden om gezond te kunnen functioneren. Een gedachte die me nooit meer helemaal heeft verlaten.

‘Een wondermiddel werkt niet zonder slag of stoot, ik moet pijn lijden, dacht ik’

Het duurde enige tijd voordat ik inzag dat de zalf niet deugde. Vervolgens probeerde ik wat er nogvan restte op mijn lichaam af te spoelen, maar het hielp niets. Op mijn huid waren overal dieprode striemen zichtbaar, die zich verhielden tot mijn eczeem als een kleurenfoto tot een potloodstreepje en die aanvoelden alsof ik wekenlang onafgebroken op een Spaans strand had gelegen.

De dag erna droeg ik handschoenen en een trui met capuchon, hoewel het dertig graden was. Een klasgenoot vroeg: ‘Jij hebt veel te lang in de zon gelegen, of niet?’

Pas een tergend lange week later werden de striemen eindelijk minder. De eczeem verdween kort daarna, niet door een zalf, maar uit zichzelf. De schaamte van die dagen is echter nooit verdwenen. De schaamte dat anderen het aan me konden zien, mijn zwaktes, mijn pijn. Maar vooral de schaamte dat ik me liet ontregelen door zoiets kleins, iets wat slechts mijn uiterlijk betrof. Dat ik toen niet iets meer stilstond bij mijn bevoorrechte bestaan, geheel buiten de ziekenhuismuren. Een leven waarbij het voornaamste probleem was of de buitenwereld stipjes in mijn nek zag, meer niet.

Op deze plek verhalen schrijvers, journalisten en publicisten over een persoonlijke ervaring met de gezondheidszorg en houden ze (para)medici een spiegel voor. Eerdere afleveringen vindt u hier.