‘Ik kom wel weer bovendrijven’

interview / afscheid van hoofdredacteur Marjan Enzlin

Deze maand neemt Marjan Enzlin (58) afscheid van Arts en Auto, nadat ze de titel en redactie 12,5 jaar onder haar hoede had. Niet een nieuwe baan maar een uitgevallen evenwichtsorgaan is de aanleiding voor het vertrek. “Alsof het vloerkleed onder mijn leven is uitgetrokken.”

Marjan en ik (journalist Adri van Beelen, n.v.d.r.) kennen elkaar al heel lang. Gezellig babbelend kwam ze, als stagiaire van de Academie voor Journalistiek in Tilburg, in 1997 op de redactie van Verpleegkunde Nieuws binnenlopen. Nét moeder geworden en nog werkzaam als psychiatrisch verpleegkundige, kwam ze haar afsluitende stage bij Bohn Stafleu Van Loghum (BSL) in Houten doen. Zeven jaar later was ze hoofdredacteur van zowel Verpleegkunde Nieuws als MedNet, de twee journalistieke vaktitels van BSL, en daarmee ineens dus ook mijn ‘baas’.

Vandaag spreken we elkaar naar aanleiding van haar vertrek bij Arts en Auto. Vanwege een najaarsstorm ontmoeten we elkaar online. Maar dat ontneemt me niet het uitzicht op de verhuisdozen die haar omringen. Want ze gaat niet alleen weg bij Arts en Auto, ze vertrekt ook uit haar huidige woning aan de Waal. Samen met haar echtgenoot verhuist ze naar een dijkhuisje in een dorp verderop. Want het moet voortaan gelijkvloers. Niet omdat ze de trap niet op kan, maar omdat ze er geregeld niet af kan.

Geboren en getogen in Brabant, een ‘land’ dat diep in haar verankerd is. Daarvan getuigen haar onbevangenheid, onovertroffen gastvrij­heid, zelfspot en relativeringsvermogen. Een uit­spraa­k als ‘Ach, over honderd jaar zijn we allemaal dood’, rolt geregeld uit haar mond als het spannend wordt en vaak volgt met een onvervalste Brabantse tongval: ‘Alles komt goed’.

In Den Bosch werd ze tussen 1985 en 1988 opgeleid tot psychiatrisch verpleegkundige. Op een gesloten behandelafdeling werkte ze daarna jarenlang met patiënten met ernstige psychiatrische ziektebeelden en leerde ze naar eigen zeggen bijna alles wat er in het leven te leren valt. “Vrijwel alles wat ik weet over mezelf, groepsdynamica en de menselijke maat heb ik daar geleerd”, zegt ze. “Nooit een seconde managementtraining gehad. Als je twaalf tegen hun zin opgesloten psychiatrische patiënten hebt verpleegd, dan is het ‘managen’ van een redactie een eitje. Ook al lopen er creatieve, eigen­zinnige types rond. Paviljoentje 6 noemen we ons redactieteam weleens. Relativerende zelfspot; altijd handig als de gemoederen een keer verhit raken.”

“Paviljoentje 6 noemen we ons redactieteam weleens”

Ruim twaalf jaar bleef ze in de psychiatrie en ondertussen deed ze in deeltijd de Academie voor Journalistiek. Tijdens haar eerste stage bleef ze hangen bij het Eindhovens Dagblad en tijdens haar laatste stage bij Verpleegkunde Nieuws kreeg ze een baan aangeboden als redacteur/verslaggever. Ze volgde voor het tijdschrift onder meer het strafproces tegen de van seriemoord verdachte verpleegkundige Lucia de B. en schreef er het boekje Alle schijn tegen over. Ook verscheen in die tijd van haar hand Verpleegkundige dilemma’s.

Bij MedNet ontwikkelde ze het MedNet Jaarboek en – met een knipoog naar alle lijstjes – de Topartsen-verkiezing waarbij artsen collega’s nomineerden door antwoord te geven op de vraag: aan wie zou u in uw specialisme uw dierbaren toevertrouwen? Ze schreef samen met psycholoog Carin Prins ook het boek Over succes gesproken, waarin vrouwelijke artsen aan het woord komen. In 2011 verhuisde Marjan naar VvAA. Ondertussen was ze ook nog enkele jaren voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ).

Als iets deze hoofdredacteur typeert, is het wel dat ze altijd pal voor haar collega’s en de journalistieke onafhankelijkheid van ‘haar’ redactie staat. Als een moederkloek die haar kuikens beschermt tegen alles wat hen kan bedreigen. Degene die dat toch probeert, komt haar tegen. En dan is ze ineens niet meer die gezellige Brabantse. Al blijft ze ook dan loyaal. “Ik kan enorm uit m’n panty knallen”, zegt ze daarover. “Maar ik heb ook geleerd kritisch naar mezelf te kijken en heb er geen moeite mee mijn eigen aandeel in zo’n situatie te zien en daarop terug te komen.”

Neuritis vestibularis. Wat gebeurde er?

“Je kunt wel zeggen dat van het ene op het andere moment het vloerkleed onder mijn leven werd weggetrokken. Ik viel letterlijk ineens van mijn stoel. Als rechtgeaard hypochonder dacht ik aan de vreselijkste dingen. Maar de KNO-arts verzekerde me dat ik nagenoeg klachtenvrij zou opknappen als ik beweging niet zou vermijden en rustig mijn grenzen zou opzoeken. Op mijn leeftijd kon het wel een jaar duren, vertelde ze erbij. Dat ‘rustig’ verdrong ik meteen, maar met dat ‘grenzen opzoeken’ begon ik direct. De voet stevig op het gaspedaal. Een terugval kon niet uitblijven. Toen ik vijf maanden later zwalkend op mijn benen bij deze arts terugkwam, riep ze: ‘Wat is er met u gebeurd!?’ En toen ik verteld had dat ik grenzen had opgezocht, zei ze: ‘Rustig grenzen opzoeken is iets anders dan er als een dolle overheen gaan. U bent volledig uit de bocht gevlogen’.”

Inmiddels heb je meerdere terugvallen gehad.

“Het is niet helemaal duidelijk waarom ik niet volgens het boekje opknap. Ik heb goede begeleiding van een in vestibulaire beelden gespecialiseerde fysiotherapeut en ik doe het voor mijn doen extreem rustig aan. Mogelijk is er sprake van een tweede diagnose, maar vooralsnog is alleen de uitval van het linker evenwichts­orgaan aangetoond. En die uitval was volgens de computer zelfs al aardig gecompenseerd door de hersenen en ogen. Behalve een overprikkelde hersenpan is neurologisch verder niets vast­gesteld. In principe zou het op een gegeven moment beter moeten gaan, al vallen de woorden ‘forse restklachten’ steeds vaker.

Ik sluit niet uit dat dit atypische beloop iets te maken heeft met mijn persoonlijkheid; ik ben van het type ‘als ik half kan, ben ik er heel en als ik heel kan, ben ik er dubbel’. En ik vind het heel ingewikkeld om grenzen te zoeken als je ze niet mag raken. Ik heb sowieso de neiging een tikkie grenzeloos te zijn, maar ik doe het sinds mijn eerste terugval wel rustig aan. Zo heb ik al die tijd toch gedeeltelijk kunnen werken. Oók doordat mijn fantastische collega’s me uit de wind hebben gehouden. Maar het is helaas niet realistisch te verwachten dat ik op redelijke termijn mijn eigen functie volledig kan oppakken. En de collega’s verdienen een leidinggevende op wie zij kunnen steunen. Ik moet dus afscheid nemen. In warm overleg trouwens. Ik heb vaak gemopperd op wat ik wel eens het ‘ministerie van VvAA’ noem, maar ik had me in deze situatie geen betere werkgever kunnen wensen.”

Wat waren je ambities toen je in 2011 aantrad?

“Mijn ambitie was om de opdracht van het toenmalige bestuur op een goede manier in te vullen. Die opdracht was: maak van Arts en Auto een aantrekkelijk journalistiek ledenmagazine. Men wilde af van het imago van reclameblad van VvAA en daarom moest er een journalist komen. Een dappere keuze van een betrokken bestuur dat het liefst zelf aan het stuur zat. Ik denk weleens: ze hadden er geen idee van wie ze in huis haal­den, want ik zette meer piketpaaltjes dan verwacht. Als het blad onafhankelijker moest, dan móest VvAA verder op afstand. Vooral in het begin leek het wel een slecht huwelijk tussen mij en VvAA, maar er was tegelijkertijd ook sprake van wederzijdse ‘liefde’. Een ‘scheiding’ kwam niet in ons op; we hadden een sterk gemeenschappelijk belang, dat van de leden. En het kwam natuurlijk goed. Kwestie van elkaars rollen respecteren, behoedzaam laveren én zo nu en dan een keer lastig zijn.”

Wat veranderde er na jouw komst?

“Het begon met een nieuwe formule, gestoeld op de behoeften van de leden en de doelen van VvAA. Volgens de regels van ons vak is het onmogelijk om een formule te maken voor een zo heterogene groep lezers: van student tot gepensioneerde, van paramedicus tot hoogleraar. Kennelijk is het toch aardig gelukt, want de lezers waarderen het tijdschrift zeer. We volgen alle ontwikkelingen in de gezondheidszorg die voor de lezers relevant zijn. Daarnaast is er veel aandacht voor de beleving, voor datgene waarvan men wakker ligt, maar ook voor de aangename dingen van het leven. Het leven en werken van zorgprofessionals staat centraal. De feminisering in de sector kreeg meer vorm en omdat de doelgroep zo heterogeen is, gaven we studenten een eigen bijlage: het brutale zusje van Arts en Auto.”

Ooit bedacht je de Topartsen-lijst. Heb je zoiets ook gedaan bij Arts en Auto?

“Arts en Auto LIVE, maar dat kwam pas in 2015. Ik wilde eerst een blad maken dat meer leden thuis op de salontafel zouden leggen in plaats van ongelezen in de wachtkamer. Gaandeweg hebben we het merk uitgebouwd met nieuwe kanalen. Naast de vernieuwde website en de studenten­bijlage zijn dat de e-mailnieuwsbrief, Ledenvoordeel en Arts en Auto LIVE; kleinere en grotere evenementen waarbij het tijdschrift tot leven komt. En we lanceerden Arts en Fiets, een duurzame knipoog naar die 90 jaar oude titel, die te sterk is om te veranderen, maar allang de lading niet meer dekt.”

Wat zie je als jouw grootste verdienste?

“Dat het de redactie lukte de verbinding met de lezers gaandeweg te verstevigen. Lezers gingen reageren en bemoeiden zich er weer mee. Bij lezersonderzoek in 2018 scoorde het blad een 8,3. Ik denk dat die waardering voortkomt uit de expliciete aandacht voor wat onze lezers zowel zakelijk als privé bezighoudt. De hotemetoten in de zorg hebben uiteraard nog steeds hun plaats in onze kolommen, maar de gewone zorgprofessional staat altijd centraal.”

Zijn er ook dingen niet gelukt?

“Ik heb alles gedaan wat ik me voorgenomen had. Niet alles is gelukt, maar veel wel. Dat mocht men ook verwachten. Ik kan een heleboel niet, maar ik ben goed in mijn vak. De steken die ik wél liet vallen, bevinden zich op het persoonlijk vlak. ‘Choose your battles wisely’, roep ik altijd tegen collega’s, maar zelf was ik lang niet altijd zo wijs.”

Wat heeft het meeste indruk op je gemaakt?

“Dat waren de zorgprofessionals die we volgden in de eerste golven van de COVID-19-pandemie. Het was indrukwekkend om midden in die angstige tijd van henzelf te horen hoe ze die beleefde. In die tijd heb ik ook Hugo de Jonge geïnterviewd. Hij kreeg ontzettend veel kritiek natuurlijk, maar toen ik hem sprak, zag ik een man die zeer bezorgd was. Over de situatie in Ziekenhuis Bern­hoven in Uden bijvoorbeeld, waar in de buitenlucht een triagetent stond om de tsunami aan patiënten op te vangen. Daar lag hij wakker van.”

Nu staan dus een verhuizing en het afscheid van VvAA voor de deur. “Loslaten en inleveren”, zegt ze. “Niet mijn grootste talenten. We hadden het geluk een charmant huis te vinden, waardoor ik naar de verhuizing kan uitkijken. Beroerde aanleiding, maar dat huis is top. Neemt niet weg dat ik het verlies aan autonomie, mobiliteit, werk, collega’s en hele delen van ons drukke sociale leven, slecht trek. Gelukkig heb ik geen last van fysieke vermoeidheid en heb ik niet hoeven inleveren aan veerkracht. Dus als ik dreig te verdrinken in zelfmedelijden, spreek ik mezelf toe: ‘Kom op, Enzlin, doorgaan. How to eat an elephant? Bite by bite’. Het laatste hapje is nog niet in zicht, maar ik kom echt wel weer ergens bovendrijven.”

Curriculum vitae

Beeld De Beeldredaktie/John van Hamond

Marjan Enzlin (1965), geboren in Eindhoven

1985 – 1988 psychiatrische verpleegkunde Reinier van Arkel Den Bosch/Vught (inservice)
1988 – 1989 verpleegkundige longstay Voorburg in Vught
1989 – 1997 verpleegkundige gesloten behandeling, Psychiatrisch ziekenhuis Jan Wier in Tilburg
1991 deelcertificaten psychologie, richting arbeid en organisatie, Open Universiteit
1993 – 1997 Academie voor Journalistiek en Voorlichting Tilburg (deeltijd)
1993 – 1995 stadsredactie Eindhovens Dagblad (freelance medewerker)
1997 – 2004 redacteur/verslaggever Verpleegkunde Nieuws
2004 – 2011 hoofdredacteur MedNet tijdelijk van Verpleegkunde Nieuws/Bijzijn
2014 – 2017 voorzitter Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ)
2017 – 2020 Bestuurslid NVJ
2011 – heden hoofdredacteur Arts en Auto

Delen