Les

Fysiotherapeut Frank Haspels deed al meteen bij zijn eerste patiënte een cruciale ervaring op.

Tekst: Frank Haspels | Illustratie: Marcel Leuning

Als zoon van een dierenarts leerde ik als klein jongetje (1976), wonend boven de praktijk in Weert, de veterinaire-medische zorg bij gezelschapsdieren van dichtbij kennen. Soms mocht ik marginaal meehelpen bij medische handelingen, dan weer röntgenfoto’s naar het ziekenhuis brengen of bloed naar het lab en ook wel geopereerde dieren in de recovery in de gaten houden. Door de jaren heen vernam ik de enórme bevlogenheid van mijn vader jegens de mensen die hij voorzag van zijn kennis en kunde over hun geliefde huisdier. Hij stond te allen tijde ongeremd klaar voor zijn patiëntenbestand. Zijn grondhouding vormde dan ook de basis van mijn keuze om met diezélfde aandacht mijn eigen patiënten te willen gaan benaderen.

In 1997 startte ik mijn studie fysiotherapie aan de Hogeschool van Amsterdam. Toen ik in 1998 mijn eerste stage liep bij een particuliere praktijk in Amsterdam-West, leerde ik met open mond de ware praktijk kennen; als geoefend fysiotherapeut bleek het absoluut géén schande om het anatomieboek terloops te pakken en de lokale anatomie even op te frissen. Voor een startende beroepsbeoefenaar een geruststellende gedachte. Een goede voorbereiding is tenslotte het halve werk. Deze praktijk ademde kennis en kunde en daaraan wilde ik met álle macht bijdragen.

Ze vroeg waarom de rechterschouder zo interessant was

Na een week meekijken, kwam het moment waarop ik zélf mijn eerste patiënt zou zien. Met het zwaarste lood in mijn schoenen, liep ik van de koffiekamer naar de behandelkamer, waar mijn patiënte met schouderklachten wachtte. Met knikkende knieën en de deurklink van de nog niet geopende deur in mijn hand, sprak ik mezelf moed in om dit patiëntencontact zo professioneel mogelijk tegemoet te treden. Eenmaal binnen, stelde ik me voor aan de patiënte die reeds in rugligging op de behandelbank lag. Voorzichtig pakte ik haar arm vast en begon meteen rustig ‘onderzoekend te behandelen’. 

Na zo’n 10 minuten met haar arm bewogen te hebben, met volle focus op de beoordeling van de glenohumerale mobiliteitskwaliteit, rol- en schuifkrachten en bijbehorende evolutes, vroeg de patiënte mij waarom haar réchterschouder zo interessant voor mij was … ze kwam tenslotte voor haar línkerschouder!

Dit moment leerde mij dat patiëntencontact méér was dan louter spieren, bewegingssystemen en artrokinematica. Dat de ándere helft van de voorbereiding bestond uit onbevangen contact maken met de persoon op de behandelbank, een sterk punt van mijn vader. Mijn voorliefde voor verslaglegging was hiermee geboren. Er bestaat geen binnenbocht voor het opdoen van ervaring; je moet soms pijnlijk op je bek gaan om te komen waar je wilt zijn. 

Plaats een reactie

Uw e-mailadres zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*
*