‘Liever geen stelselwijziging’

FMS-voorzitter Marcel Daniëls stuurt op rust

De Federatie Medisch Specialisten (FMS) heeft weer een dokter aan het stuur: Marcel Daniëls, cardioloog in het Jeroen Bosch Ziekenhuis. Geen onbekende in de Domus, waar hij eerder al voorzitter was van de Raad Kwaliteit van de Federatie. Ook in zijn huidige rol maakt Daniëls kwaliteit – in de breedste zin van het woord – tot zijn grootste prioriteit. Onrust kan hij daarbij niet gebruiken. “En dus ook geen grote wijzigingen in het zorgstelsel.”

Tekst: Marjan Enzlin | Beeld: Nout Steenkamp

Na zes jaar een beroepsbestuurder op de voorzittersstoel, koos de FMS bewust voor een dokter als diens opvolger. Een dokter die het werk van Frank de Grave, die met zijn competenties een stuwende kracht was in de veranderagenda van de tot federatie omgebouwde Orde van Medisch Specialisten, zou kunnen voortzetten en afmaken. Een dokter die daarnaast de verpersoonlijking zou zijn van de stem van medisch specialisten. Met de in januari als voorzitter aangetreden cardioloog Marcel Daniëls lijkt dat gelukt. Samen met De Grave groeide Daniëls, die voorzitter was van de Raad Kwaliteit en in die hoedanigheid het bestuur van de FMS voedde met inzichten uit de wetenschappelijke verenigingen, gaandeweg naar de huidige federale structuur van de beroepskoepel. Hij weet dus hoe de hazen lopen op bestuurlijk niveau, maar is ook gewoon dokter en kent de (weerbarstige) alledaagse praktijk van medisch specialisten.

Hoewel Daniëls dus met anderen aan de wieg stond van zowel de transitie richting federatie als de inhoudelijke agenda van de koepel, neergelegd in het Visiedocument Medisch Specialist 2025, biedt juist zijn achtergrond als werkzaam cardioloog voor een genuanceerd ander geluid, waarin de stem van de medisch specialist onmiskenbaar doorklinkt. Ook tijdens het interview. “In de oude Orde hadden de wetenschappelijke verenigingen in formele zin niets in te brengen”, vertelt Daniëls. “Als voorzitter van de Raad Kwaliteit en dus ook bestuurslid van wat destijds nog de Orde was, heb ik mezelf steeds opgesteld als afgevaardigde van de raad. Ik bracht dus inzichten uit de verschillende medisch specialismen naar het bestuur en nadrukkelijk niet andersom.”

‘Medisch specialistische zorg hangt niet per definitie samen met een ziekenhuis’

Daniëls heeft een groot hart voor kwaliteit en hij ziet het waarborgen van medisch specialistische kwaliteit, die op topniveau is in Nederland, dan ook als belangrijkste speerpunt op de agenda van de FMS. Kwaliteit in de breedste zin van het woord, want daarbij gaat het volgens de cardioloog niet alleen om de medisch-inhoudelijke kwaliteit van de behandeling voor patiënten, maar ook om de kwaliteit van processen in het zorglandschap én dus ook over de manier waarop medisch specialisten kunnen en moeten werken. “Alles tegen een achtergrond van de verantwoordelijkheid die de door ons vertegenwoordigde beroepsgroepen hebben en ook voelen als het gaat om maatschappelijke belangen. En dan gaat het ook over kostenbeheersing, over de reis van de patiënt door het zorglandschap, over toegankelijkheid van gegevens in dossiers, over de plek van waaruit de medisch specialist werkt of de patiënt ontmoet en over de samenwerking met andere zorgprofessionals en de huisartsen. We moeten er gezamenlijk voor zorgen dat de patiënt de juiste en beste zorg/behandeling krijgt op de meest toegankelijke plek, tegen de laagste kosten. Dat is geen nieuw inzicht, maar er moet nog wel wat gebeuren voordat het in de praktijk echt overal zo ver is. En misschien betekent dat wel dat de medisch specialist niet alleen in het ziekenhuis aanwezig is. Medisch specialistische zorg hangt niet per definitie samen met een ziekenhuis. Deel van die zorg kan ook vanuit een ander gebouw, of vanachter een computer of telefoon en soms kan een deel van de behandeling ook door een ander – vaak de huisarts – uitgevoerd worden. Maar dan moet de samenwerking met die ander optimaal zijn en moet de bekostiging op de verschillende werkvormen zijn afgestemd. Dat betekent dat ook de andere stakeholders zoals overheid, andere zorgdisciplines en zorgverzekeraars in dit verhaal mee moeten. Iets waar ze overigens positief tegenover staan.”

Netwerkgeneeskunde

Daniëls doelt hier op dat wat in de plannen van de FMS ‘netwerkgeneeskunde’ genoemd wordt. En hoewel de gezondheidszorg in Nederland via lijnen georganiseerd is, wijst hij er nog maar eens op dat dokter-zijn weinig te maken heeft met lijnen. “Dokter-zijn kent geen lijn”, zegt hij. “De patiënt moet daar zijn, waar hij/zij het beste af is. Medisch specialisten en huisartsen hebben geen principieel probleem met verplaatsing van zorg. Alle dokters hebben oog voor de noden als het gaat om bekostiging en toegankelijkheid van de zorg. Tegelijkertijd moet duidelijk zijn dat daaraan randvoorwaarden zijn verbonden. En de belangrijkste is wel dat het ook mogelijk moet zijn. Praktisch en ook financieel. Het is in de huidige constellatie niet vanzelfsprekend dat ziekenhuizen zorg afstoten naar de eerste lijn of dat de huisartsen dat qua kennis en logistiek kunnen opvangen. Daarover zijn we het met elkaar eens. Onlangs hebben we samen met de LHV een Handreiking Substitutie aangeboden op het ministerie van VWS.”

De FMS stuurt dus aan op netwerkgeneeskunde. En van dat netwerk maken ook andere zorgprofessionals dan huisartsen en medisch specialisten deel uit. Idealiter zou de patiënt zich vanaf het moment dat die zich binnen het netwerk begeeft, in overleg met zijn behandelaars en op geleide van het ziektebeeld, soepel binnen het netwerk moeten kunnen verplaatsen. “We bewegen die kant al op”, stelt Daniëls. “En er zijn ook al allerlei netwerken, maar de huidige financiering van zorg faciliteert die beweging (nog) niet volledig en er zijn ook andere factoren die niet meewerken. Het gedoe rond het EPD bijvoorbeeld. Als ik samen met een huisarts een patiënt behandel, dan moeten we toch direct vanachter onze computer over dezelfde gegevens kunnen beschikken? En het is toch te gek dat wij dokters nog onderzoeksbeelden op een cd staan te branden als we een collega aan de andere kant van het land willen laten meekijken. Of dat we onderzoeken laten herhalen terwijl een recente uitslag beschikbaar is in een ander ziekenhuis? Het wegnemen van deze drempels moet nu echt prioriteit worden. Meer en betere vormen van elektro-nische communicatie. Uiteraard met respect voor privacyoverwegingen.”

Optrekken met de patiënt

In het Visiedocument Medisch Specialist 2025 staan vier belangrijke pijlers. Netwerkgeneeskunde is er één van. Een andere is de medisch specialistische betrokkenheid bij gezondheid en gedrag, dat kortweg benadrukt dat specialisten zich niet alleen bezighouden met het behandelen van ziekten, maar zich ook structureel gaan richten op preventie. In een derde pijler wordt onder de kop ‘Voorop in vernieuwing’ de rol van de medisch specialist bij innovatie in de gezondheidszorg beschreven. En de vierde pijler, die overigens niet voor niets als eerste genoemd wordt, beschrijft de relatie met de patiënt. Een relatie die door de jaren heen veranderd is en vraagt om moderne medisch specialisten. Daniëls: “De specialist die werkt vanuit een ivoren toren is echt verleden tijd. De kloof tussen de arts en de patiënt is onder invloed van diverse ontwikkelingen terecht gedicht. Dat betekent dat we steeds minder ‘opleggen’ aan de patiënt en tijdens de behandeling steeds meer ‘optrekken’ met die patiënt. In de geneeskundeopleidingen is gestaag meer ruimte gekomen voor andere competenties dan alleen de medisch-vakinhoudelijke. Steeds mondiger en beter ingelichte patiënten vroegen erom en steeds meer jonge artsen ook.”

‘De specialist die werkt vanuit een ivoren toren is echt verleden tijd’

Hoewel Daniëls die ontwikkeling toejuicht, ziet hij voor de FMS wel een aandachtspunt in het signaleren van de keerzijde van deze mooie medaille en het eventueel bijsturen waar nodig. “Het is heel goed dat er meer aandacht in de opleidingen is voor andere dan alleen medisch-inhoudelijke competenties en het is prachtig dat we straks alleen nog maar communicatief sterke medisch specialisten hebben, met aandacht voor de context en omgeving van de patiënt. Tegelijkertijd moeten het wel deskundige specialisten worden of blijven en moeten ze ook nog eens oog hebben voor belangrijke maatschappelijke ontwikkelingen zoals het beteugelen van de kostengroei in de zorg. De studiebelasting van de geneeskundestudent en de werkdruk van de aios zijn hoog, soms té hoog. Dat kan ook niet anders nu de opleidingsduur korter is. Daarover zijn we in voortdurend overleg met de Jonge Specialist, die nauw aan ons gelieerd is. Maar het probleem is complex en oplossingen zijn niet makkelijk te bedenken.”

Hoe zorgen we ervoor dat medisch specialisten optimaal functioneren? Eigenlijk ligt in die vraag de belangrijkste taak van de FMS verscholen, volgens Daniëls. Want ‘optimaal functioneren’ gaat niet alleen over de kwaliteit van de medische behandeling die de patiënt ontvangt van de specialist, optimaal functioneren gaat ook om het plezier dat de dokter heeft in zijn of haar werk. Het gaat om zo min mogelijk drempels en bedreigingen om je professionaliteit waar te kunnen maken, om tijd te hebben voor aandacht voor de patiënt, om in vertrouwen samen te kunnen werken, om goede processen en het gaat via al die factoren om excellente zorg.

Advies aan de minister

Er ligt nogal een stevige taak dus voor de Federatie en de nieuwe voorzitter. En ook voor het straks te vormen kabinet, waarin naar alle waarschijnlijkheid een nieuwe minister van VWS plaatsneemt. Heeft Daniëls nog een specifieke opdracht voor hem of haar? “Meer een advies”, zegt hij. “En dat advies luidt heel simpel; hou het rustig in de gezondheidszorg. We hebben rust nodig. En dat betekent ons inziens dus ook dat niemand erbij gebaat is als het hele zorgstelsel overhoop wordt gegooid. Het huidige stelsel is misschien niet ideaal, dus er kan best het een en ander aan worden verbeterd, maar omgooien geeft jaren lang onrust en die kunnen we niet gebruiken.”

‘Optimaal functioneren gaat ook om het plezier dat de dokter heeft in zijn of haar werk’

Verder zou Daniëls een nieuw kabinet willen adviseren niet te tornen aan de vrije keuze voor de werkvorm van artsen. “We hebben nu een balans tussen medisch specialisten in loondienst en vrije vestiging, en daarmee prima zorg. Waarom het risico nemen dit te veranderen? Het verplicht opleggen van loondienst voor medisch specialisten gaat, ook volgens een rapport van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving, niet bijdragen aan de kwaliteit van zorg, en volgens andere rapporten zullen de wachtlijsten toenemen. Er staan bovendien nogal wat kosten tegenover die dan onttrokken zullen worden aan de zorg zelf. Ook de inkomensverschillen tussen de zelfstandig medisch specialisten en de specialisten in loondienst, vormen geen argument meer nu de excessen eruit zijn. Kortom; wat ons betreft zijn er geen argumenten om loondienst te verplichten. Rust op dit front betekent dat de Federatie zich kan richten op wat ik als haar taak beschouw: alle neuzen dezelfde kant op om druk bezig te zijn met het continu verbeteren van de kwaliteit en het goed doen van ons werk.”

Curriculum vitae

Marcel Daniëls (1959), geboren in Brunssum (LB)

  • 1987 artsexamen, Leiden, cum laude
  • 1991 promotie Universiteit Utrecht, Cum Laude
  • 1994-heden cardioloog, Jeroen Bosch Ziekenhuis, Den Bosch
  • 2007-2009 vicevoorzitter Nederlandse Vereniging voor Cardiologie
  • 2009-2011 voorzitter Nederlandse Vereniging voor Cardiologie
  • 2011 bestuurslid Orde van Medisch Specialisten
  • 2011-2017 voorzitter Raad Kwaliteit Orde van Medisch Specialisten/FMS
  • 2017 voorzitter FMS