Medische poëzie

Caroline Reeders (1965), neerlandica en communicatiewetenschapper, is sinds 1 mei directeur van uitgeverij Atlas Contact. Voordien was zij directeur van Athenaeum Boekhandel. Dit jaar verscheen haar boek U mag even plaatsnemen.  

Tekst: Caroline Reeders | Beeld: Marlo Reeders

In mijn boek U mag even plaatsnemen beschrijf ik mijn fascinatie voor de wereld van de ziekenhuiszorg waarin ik als een torpedo wordt afgeschoten na de diagnose borstkanker. Een parallel universum van professionals, met eigen codes, hiërarchieën en het streven naar de hoogste kwaliteit als pulserende kracht. En met een eigen taal. 

In die taal komt veel Latijn en Grieks voor, met een hogere prevalentie van de i-grec dan in de gezonde wereld en significant meer woorden eindigend op -atie, -atief, -sief, -ering, -yse, -ese of -geen. Medici kunnen zonder hapering minuten lang geboeid een gesprek met elkaar voeren waarvan ik alleen ja/nee, de lidwoorden, voegwoorden en een enkel adjectief begrijp. Als mijn echtgenoot, tropenarts bij Artsen zonder Grenzen, en de chirurg samen even los gingen, werden hun stemmen voor mij een soort muziek, chanting zou je kunnen zeggen. Ik vond dat niet onplezierig. Het bood me de gelegenheid tot contemplatie. En ik wist dat ze verbanden zouden leggen en conclusies zouden trekken en mij op enig moment de vertaling zouden verstrekken, betekenis en duiding zouden geven, of keuzes zouden bieden. Door de logische, consistente en zorgvuldige manier van formuleren, kreeg ik als patiënt het idee dat ik het snapte. Dat geeft vertrouwen in de behandeling en houdt het nocebo-effect op afstand. 

Inhoudelijk begrijp ik er natuurlijk weinig van, het is vooral de gepresenteerde logica die ik kan volgen. Maar ook de beeldspraak en het verzorgde woordgebruik maken de ziekte en de therapie aanschouwelijk. Zo wordt in het rapport van de patholoog ‘de topografie en de verkrijgingswijze’ van het geoogste weefsel vermeld. Is me uitgelegd dat eventueel overlevende, eenzame tumorcellen niet gedijen in een bepaald klimaat. Indringers die herkend worden door een netwerk van inwendige rookmelders, een legertje dat op de been komt, de productie van verdelgers die wordt opgeschroefd, het lichaam als slagveld, als fabriek, als Wunderkammer. 

‘Hun stemmen werden voor mij een soort muziek’

Met het schrijven van mijn boek leverde ik onbedoeld een bescheiden bijdrage aan de medical humanities, een interdisciplinair wetenschappelijk vakgebied dat zich richt op de raakvlakken tussen de medische wereld en de geesteswetenschappen. Het academische tijdschrift Nederlandse Letterkunde wijdde in 2018 een heel themanummer aan de dialoog tussen geneeskunde en literatuur. Een subdiscipline is de narrative medicine. Hier draait het om het doorgronden van ziektenarratieven: hoe ziektememoires en andere gestileerde verhaalvormen behandelaars kunnen helpen te begrijpen wat de betekenis is van aandoeningen voor patiënten. Literatuurwetenschappers en medici slaan een brug door de taal. 

In de ‘narrative medicine’ gaat het vooral om inzicht in de patiënt en zijn ziektebeleving, platgeslagen: geneeskunde in de literatuur. Hopelijk zal dit relatief nieuwe wetenschapsgebied zich ook verlustigen aan de indrukwekkende, literaire vertaalprestaties van medici waardoor de patiënt hén begrijpt: literatuur in de geneeskunde. Neem deze fragmenten uit het verslag van de radioloog, over een borstecho en een longfoto:

Geen architectuurverstoringen
Geen verdichtingen
Geen nieuwe suspecte massa’s
Nu nog minimaal matglas.

Pure poëzie.

Plaats een reactie

Uw e-mailadres zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*
*