Meer aandacht voor de mond

Traditioneel zijn geneeskunde en tandheelkunde strikt gescheiden disciplines. Tegenwoordig is er wel meer interactie, maar tandarts, ACTA-wetenschapper en VMTI-voorzitter Joris Muris vindt dat het nog veel beter moet. Het jaarlijkse VMTI-congres moet daar verandering in brengen.

Tekst: Wout de Bruijne | Beeld Marci Okhuizen/DB

Joris Muris (41) kan het belang van interactie tussen mondgezondheid en algemene gezondheid niet genoeg benadrukken. Maar hij waakt ervoor te spreken van causale verbanden daartussen. “Ik zeg niet dat parodontitis ziekten veroorzaakt, maar we zien in de praktijk wel dat mensen met parodontitis vaak diabetes of hart- en vaatziekten hebben of ontwikkelen. Het zou dus goed zijn als een huisarts weet of zijn patiënten parodontitis hebben of ooit hebben gehad.”

Bij de behandeling van parodontitis is het volgens Muris belangrijk dat huisartsen, tandartsen en mondhygiënisten samenwerken, bijvoorbeeld in de verbetering van de levensstijl van een patiënt. “Tandarts en mondhygiënist zien de mensen doorgaans twee keer per jaar en hebben daarmee potentieel een monitorende en sturende functie bij algemene gezondheidszaken.”

Congres

Wat zijn de risico’s van orale ontstekingen voor de algemene gezondheid? De (on)zin van een oraal focusonderzoek. Controversen rondom de endocarditisprofylaxe. Dit en nog veel meer komt aan bod tijdens het VMTI-congres Focus op 7 oktober in Burgers’ Zoo in Arnhem. Zie vmti.nl

Ook de behandelingen die artsen en tandartsen toepassen, zijn vaak van invloed op elkaar, stelt Muris. ”Een verminderde speekselproductie, bijvoorbeeld als bijwerking van medicatie, heeft grote nadelige effecten op de afweer in de mond. Hierdoor kunnen ziekten zoals cariës en parodontitis veel gemakkelijker de kop opsteken en voortwoekeren. De huisarts zou mensen die veel medicijnen gebruiken, moeten aanraden vaker naar de tandarts te gaan.”

Tandarts Muris geeft nog een voorbeeld. “Bisfosfonaten hebben als mogelijke bijwerking dat ze bij het trekken van een kies hardnekkige en heftige kaaknecrose kunnen veroorzaken. Hoewel de kans erop niet heel groot is, lijkt het toch logisch om voor de start van een therapie de patiënt langs de tandarts te sturen om bestaande mondproblemen op te lossen en zodoende eventuele ernstige problemen te voorkomen. Maar dat wordt doorgaans niet gedaan.”

Lees verder (pdf)

AA07-2016p028-029