Nabijheid

Dankzij een jonge, sportieve en nog volop in het leven staande kankerpatiënt leerde GZ-psycholoog Emma Hafkamp dat het mogelijk is tijdens een sessie de eigen gevoelens te volgen, zonder de vereiste professionele afstand in gevaar te brengen.

Tekst: Emma Hafkamp Illustratie: Marcel Leuning

Als GZ-psycholoog ben ik opgeleid met een voorzichtige houding ten opzichte van het fysiek aanraken van patiënten. De scheidslijn tussen professionele afstand en nabijheid wordt het liefst zo duidelijk mogelijk getrokken, maar is in de praktijk niet altijd zo helder.

In 2018 zag ik hem voor het eerst op mijn poli in het Antoni van Leeuwenhoek: een jonge, sportieve, ambitieuze en optimistische man met stadium IV darmkanker. Vol met dromen, druk met zijn carrière, bezig met trouwplannen, reislustig, sociaal, en oneindig positief.

De keerzijde van zijn positieve houding was dat er nauwelijks ruimte was om na te denken over een slechte afloop van zijn ziekteproces. Emoties zoals verdriet en angst kregen geen aandacht. Zijn hulpvraag aan mij was gericht op hoe hij hoop kon houden en vechtlust kon tonen.

‘Steeds vaker moest hij afscheid nemen van dingen die niet meer lukten’

Langzaamaan verslechterde zijn fysieke situatie. Steeds vaker moest hij afscheid nemen van dingen die niet meer lukten als voorheen, zoals sport en een hogere functie op werk. En hij moest helaas zelfs afscheid nemen van zijn kersverse echtgenote, die een leven met een gezonde partner verkoos boven hem. Als een echte vechtersbaas stond hij na elke klap weer op om verder te gaan met zijn leven. Die enorme lust om te leven was een grote voedingsbron voor hem in dit proces.

Maar heel langzaamaan kwamen er daarna af en toe korte momenten waarop hij ineens tranen in zijn ogen kreeg. Later kwam het echte huilen, het trillen van angst, de paniek. Alleen in de spreekkamer, want hij wilde dit alles niet tonen aan zijn familie en vrienden.

Tijdens die momenten heb ik voor het eerst gehoor gegeven aan mijn eigen ingeving om een steunende hand op zijn arm te leggen, om hem een knuffel te geven, om arm tegen arm naast hem te zitten, niets te zeggen en nabij te zijn.

Deze momenten hebben bijgedragen aan het bieden van veiligheid, steun en vertrouwen aan de patiënt. En hij leerde mij dat nabijheid een prachtige functie heeft en dat je daarmee niet de professionele afstand verliest. Hij leerde mij dat ik mijn eigen gevoel mag volgen en inbrengen in een sessie waarbij ik mijn rol als GZ-psycholoog behoud.

Plaats een reactie

Uw e-mailadres zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*
*