Online bedreigd

Op radio en televisie, in columns, op sociale media: medici laten meer dan ooit hun stem horen om het publiek goed te informeren over COVID-19 en de maatregelen te duiden. Niet zelden worden zij vervolgens geconfronteerd met online intimidatie en bedreiging. Hoe daarmee om te gaan? “Relativeren is iets anders dan bagatelliseren.”

Tekst: Martijn Reinink Beeld: Tamar Smit

Drie keer schoof huisarts in opleiding Bernard Leenstra de voorbije maanden aan bij Beau van Erven Dorens om in diens talkshow over COVID-19 en het belang van de maatregelen te spreken. Drie keer waren de reacties na afloop niet mals. “Mensen gaan failliet, voelen zich gekweld, zijn boos en reageren daardoor primitief”, toont Leenstra zich begripvol. “Om sommige reacties kan ik wel lachen, zoals dat ik in het complot van het RIVM zou zitten of dat ik beter hockeysticks kan gaan verkopen. Maar er zitten ook verwensingen bij die over de schreef gaan.” Zoals? “‘Stik in je mondkapje’. Of: ‘We komen je halen vieze nazi’.”

De arts maakt zich hier naar eigen zeggen geen zorgen om. “Ik wil er niet lichtzinnig over doen. Het is niet leuk, het is ridicuul, maar het is wel op zo’n manier geformuleerd dat ik het niet als een directe dreiging zie. Blaffende honden bijten niet, hou ik mezelf voor. Misschien naïef, maar ik kijk niet om me heen op straat.”

Geconfronteerd met de verwensingen aan het adres van Leenstra, geeft beleidsmedewerker Franck Wagemakers van Slachtofferhulp Nederland aan dat met name de ‘we-komen-je-halen-uitspraak’ wel een bedreiging is in de categorie waarvan melding bij de politie niet zou misstaan. “Niet elke bedreiging is strafbaar, maar dreigen met de dood wel. Bij een dergelijke formulering zal de politie oordelen of deze aangiftewaardig is of niet. Maar ook als dat niet zo is, kun je een melding doen. Mocht er dan in de toekomst toch een dreigende situatie ontstaan, dan gaan bij de politie direct de alarmbellen rinkelen.” 

Knop omzetten

Welke impact online intimidatie en bedreiging op een zorgprofessional heeft, verschilt per individu. Viroloog Marion Koopmans laat het net als Leenstra van zich afglijden, zei ze onlangs in Arts en Auto: ”Ik zeg niet dat me het niets doet, maar ik probeer aantijgingen aan mijn adres niet persoonlijk op te vatten.” Terwijl huisarts Danka Stuijver in het januari-nummer te kennen gaf ‘wakker te liggen’ van een reactie op een column waarin haar toegewenst wordt dat ze ‘onder de trein komt’.

“Hoe een dreigement wordt ervaren, hangt van meerdere factoren af”, zegt klinisch psycholoog Huub Buijssen, gespecialiseerd in traumaverwerking bij zorgverleners. “Genen, opvoeding, veerkracht. De meeste online bedreigingen zijn loos. Wie het vermogen heeft zichzelf toe te spreken dat er verder niks gebeurt én zich kan concentreren op iets anders, zal er niet zo veel last van hebben. Maar niet iedereen kan die knop omzetten.”

‘Hoe een dreigement wordt ervaren, hangt van meerdere factoren af’

Wagemakers van Slachtofferhulp voegt toe: “Wat ook meespeelt, is hoe iemand in zijn vel zit. Een fietsendiefstal heeft niet zo veel impact, zou je zeggen. Maar ik heb weleens iemand gesproken die helemaal uit het veld geslagen was. Kinderen waren net uit huis, op het werk ging het moeizaam, dan kan een gestolen fiets de druppel zijn. Geldt voor medici net zo goed. Als je maandenlang stelselmatig hebt overgewerkt en heftige dingen hebt meegemaakt, dan kan ook door online dreigementen de emmer overlopen.”

Bij Slachtofferhulp helpen ze jaarlijks honderdduizenden slachtoffers met praktische, juridische en psychosociale ondersteuning. Van de bijna 200.000 mensen die in 2019 slachtoffer van bedreiging zijn geweest, meldden zich er ruim 15.000 bij de hulpinstantie. Hoeveel van hen online zijn bedreigd, weet Wagemakers niet omdat de vorm niet als zodanig wordt geregistreerd, maar “over de hele linie zien we een toename van online delicten.” Hoeveel medici zich na bedreiging hebben gemeld is ook niet bekend, want de professionele achtergrond registreert men niet. “In het algemeen is het wel zo dat hoger opgeleiden zichzelf vaker in staat achten om het zelf op te lossen. Dat is ook wel wat ik vanuit de medische hoek hoor: ‘Ik ben de professional, zo’n reactie komt voort uit onvrede en onmacht, het hoort erbij’.”

Die instelling vindt hij ‘best zorgelijk’. “Ook al komt het vaak voor: bedreiging is níét normaal. Wanneer er een mores ontstaat van ‘niet aanstellen, het hoort erbij’, durft iemand die het wél als beangstigend ervaart, zich mogelijk niet te uiten. Relativeren is een goed copingmechanisme, maar het is iets anders dan bagatelliseren.” Daarbij wijst Wagemakers erop dat beroepsmatige kennis vaak naar de achtergrond verdwijnt wanneer iemand zelf slachtoffer wordt. “Je kunt alles weten van het menselijk lichaam en van stress- en slaapklachten, maar jezelf behandelen is lastig. We hebben weleens een advocaat bijgestaan die niet meer goed overzag hoe het juridische proces werkte nadat hij zelf slachtoffer was geworden.”

Onvoorspelbaar 

Intimidatie en bedreiging zijn an sich natuurlijk niet nieuw. Vrijwel elke arts heeft er in de praktijk of op de poli weleens mee te maken gehad. In de opleiding is daar ook aandacht voor. “Er zijn trucs om de rust te herstellen, om iemand te kalmeren”, zegt Leenstra. “En als dokter in het ziekenhuis roep je desnoods de beveiliging erbij.” Maar wie online wordt bejegend, heeft niets aan deze ‘trucs’. Leenstra: “Online maakt een dreigement minder indruk, maar wat men zegt, is vaak heftiger.” 

Dat een dreigement online ‘minder indruk’ maakt, wil volgens Wagemakers niet zeggen dat het per definitie als minder bedreigend wordt ervaren dan een face-to-facedreigement. “Dat wordt vaak gedacht, maar de beleving kan net zo heftig zijn.” Onderzoek is hier niet naar gedaan, maar psycholoog Buijssen brengt in dat wel bekend is dat ‘onvoorspelbaarheid en onzekerheid’ in algemene zin het moeilijkst te verdragen zijn. “Mensen die weten dat ze ontslagen worden, zijn beter af dan mensen die in onzekerheid verkeren over hun baan. Bij anonieme online dreiging weet je niet uit welke hoek het komt. Ander punt: als in de spreekkamer een dreigende situatie ontstaat, dan kun je iets doen, controle uitoefenen. Dat is makkelijker te handelen, dan wanneer je die mogelijkheid niet hebt. Zeker voor mensen die graag de regie houden.” 

‘Online maakt een dreigement minder indruk, maar wat men zegt, is vaak heftiger’

Zou het, nu online intimidatie en bedreiging vaker voorkomt, goed zijn om medici daarop voor te bereiden in de opleiding? Leenstra twijfelt: “We moeten al zoveel. Gezien de hoeveelheid dokters die hier last van heeft, denk ik niet dat dit doelmatig is.” Wagemakers: “Hoe vol het curriculum ook is, ik kan me voorstellen dat het wenselijk is om handvatten aan te reiken. Hoe verhoud ik me tot dreiging? Hoe ga ik om met spanningen? Zeker in de wetenschap dat veel jonge medici kampen met overbelasting en burn-out zou het goed zijn om voor te sorteren op wat triggers kunnen zijn.” Buijssen ziet meer heil in een ‘soort van script of stappenplan’. “Bij fysieke dreiging weet je wat je moet doen. Als je ook bij online dreiging weet wat je maximaal kunt doen – reageren of negeren, wel of niet naar de politie, enzovoort – dan geeft dat toch iets van houvast.”

Uit angst niet meer online

In Nederland zijn nog geen onderzoeken gedaan naar online intimidatie en bedreiging aan het adres van medici. Recent verscheen wel een studie in The Journal of the American Medical Association waarin een kwart van in totaal 464 geënquêteerde Amerikaanse artsen aangaf online te zijn lastiggevallen. Variërend van raciale en doodsbedreigingen tot seksuele berichten.

Deze gegevens zijn verzameld vóór COVID-19, maar de auteurs van het onderzoek merken op ‘dat de intimidatie alleen maar is toegenomen tijdens de pandemie’. Een van de auteurs, oncoloog Shikha Jain, zegt in de ChicagoTribune: “Het wordt steeds duidelijker dat de retoriek en het aantal aanvallen toenemen in deze zeer gepolariseerde en stressvolle tijd. Het is een alledaags probleem geworden.” Co-auteur dr. Vineet Arora spreekt in hetzelfde dagblad de vrees uit dat artsen uit angst voor social media-aanvallen niet meer online willen gaan om bijvoorbeeld de vaccinveiligheid te benadrukken.“Als dat gebeurt, is dat een probleem waar we allemaal aan verliezen.”

Leenstra ziet dat laatste ook wel in Nederland. “Ik heb collega’s gesproken die de media toch liever mijden, die geen zin hebben in gezeur. Terwijl het natuurlijk wel heel belangrijk is dat we ambassadeurs houden, dokters die opstaan en uitleggen hoe het echt zit.” 

Meer informatie over bedreiging en/of behoefte aan emotionele, praktische of juridische hulp na (online) bedreiging/intimidatie: slachtofferhulp.nl.