Alle pijlen op de tandarts

Het inkomen van tandartsen staat al jaren ter discussie. Eerst werd een experiment met vrije prijzen gestaakt, dit jaar worden ze fors gekort.

Tekst: Daan Marselis

 

 

In de maand dat een Amerikaanse tandarts zich de hoon van de wereld op de hals haalde door een iconische leeuw uit Zimbabwe te doden, hebben veel Nederlandse tandartsen hun eigen sores. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft de behandeltarieven met 5 procent gekort. Die voor implantologie daalden zelfs met 19 procent. De tariefdaling is het gevolg van een kostenonderzoek en geldt sinds 1 juli.

Het effect van de korting op het inkomen wordt door veel tandartsen onderschat, zegt Verry van Rossum. Met zijn bedrijf Practice Development Institute helpt hij praktijkhouders om de bedrijfsvoering te stroomlijnen. “De werkelijke inkomstendaling bedraagt 20 tot 30 procent. De omzet daalt, maar de kosten voor personeel, huisvesting en inventaris blijven gelijk.”

Direct effect
De lagere tarieven hebben direct effect op de kwaliteit van de mondzorg, waarschuwen beroepsverenigingen KNMT en ANT. Want tandartsen zullen op de korting reageren met kostenbesparingen. Dat betekent dat ze goedkopere materialen zullen inkopen van lagere kwaliteit. De gevolgen op de langere termijn zijn wellicht nog schadelijker, zegt voorzitter Aad van der Helm van de KNMT. Als tandarts-implantoloog plaatste hij in 2011 nog achthonderd implantaten. “Dat is na deze korting wel voorbij”, zegt hij. “Ik zal mensen niet meer stimuleren om voor een implantaat te kiezen, omdat de marges op dit soort dure behandelingen wel erg krap zijn.” Op termijn leidt dit tot verschraling van de zorg. “Je plaatst dan zo weinig implantaten, dat je die zorg niet meer kunt aanbieden.” Daar komt bij dat de tarievenstructuur ook de innovatie remt. De gestelde prestaties en tarieven lopen volgens de KNMT vaak achter op de wetenschap en de praktijk. Het resultaat van bijvoorbeeld een gelaagde vulling is beter en mooier, maar het kost meer tijd om deze te maken. De tariefstructuur zou die extra tijd niet vergoeden, wat investeren onaantrekkelijk maakt.

De KNMT vecht de maatregelen daarom aan bij het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB). De uitspraak volgt later dit jaar. “Zo nodig gaan we door tot het Europees Hof”, zegt Van der Helm.

Middelmaat
De belangrijkste kritiek van de KNMT is van principiële aard. “Sinds 1996 is de tandheelkunde een private sector”, zegt Van der Helm. “De tandartsenzorg wordt voor 75 procent door de patiënten zelf betaald. Het is onjuist dat de overheid daar zo fors ingrijpt.”

Tandarts-implantoloog en voorzitter Jan Willem Vaartjes van beroepsvereniging ANT vreest dan ook dat de korting leidt tot middelmaat. “Het wordt voor tandartsen heel moeilijk om zich te onderscheiden”, zegt hij. “We moeten door deze korting harder en efficiënter werken en dat heeft zijn weerslag op volgende kostenonderzoeken. In de regel leiden die tot lagere tarieven”, beschrijft Vaartjes de race to the bottom.

De NZa, die streeft naar kostendekkende tarieven met enige marge voor ondernemerschap, is het daar niet mee eens. “Ons doel is niet om de tarieven naar omlaag bij te stellen, maar om te zorgen voor betaalbare zorg voor de consument”, zegt woordvoerder Annelies van Dijk.

In het onderzoek is juist rekening gehouden met de diversiteit in de tandartsenzorg, meent de NZa. Van Dijk wijst er ook op dat kostenonderzoeken soms juist tot verhoging van het tarief leidden, zoals bij de verloskundigen in 2009 en de ggz in 2013.

Het ministerie van VWS verwijst op zijn beurt naar het experiment met vrije prijzen in 2012. “De minister was een groot voorstander van vrije prijzen, maar dat experiment werd onder dwang van de Tweede Kamer teruggedraaid”, kaatst woordvoerder Ole Heil van VWS de bal terug. “De vraag waarom wij ingrijpen komt op mij nu heel raar over.”

Goed nieuws
Ondertussen worstelen veel praktijkhouders nu al om hun bedrijf financieel gezond te houden, zegt Van Rossum van Practice Development Institute. “Veel ondernemers hebben een pensioengat en snoepen de afschrijvingen op apparatuur lekker op. Op termijn leidt dat tot problemen.”

Het goede nieuws volgens Van Rossum is dat er nog wel ruimte is om de korting op te vangen. Belangrijk is om de juiste keuzes te maken. “Ondernemers moeten hun productie vergroten. Met kostenbesparingen of meer gaan werken, red je het niet. Dat leidt alleen maar tot stress.” Het komt dus aan op een goede meerkamerplanning. “Daar is in de meeste praktijken nog veel winst te behalen.” Wie zijn praktijk goed inricht, kan zo twee tot drie keer meer verdienen, denkt Van Rossum.