Samenwerking als businessmodel

Wat ze in haar werk buiten de zorg heeft geleerd, gebruikt diëtiste Inge Cantatore nu in haar Amsterdamse praktijk.

Tekst: Martijn Reinink | Beeld: Marcel Bakker

Wat heeft de klant nodig? Hoe kan ik de klant het best bedienen? Het zijn vragen waarmee Inge Cantatore (52) zich bezighoudt tijdens haar opleidingen NIMA A en B en in de marketingfuncties die ze bekleedt, onder meer bij Nutricia, waar ze begint als diëtiste op de klinische afdeling. Diezelfde vragen zijn nu, ruim twintig jaar later, het uitgangspunt in haar diëtistenpraktijk in het multiculturele Bos en Lommer. “De bewoners
in deze wijk hebben bijna nooit alleen voedingsproblemen”, zegt Cantatore. “Veel van mijn patiënten hebben ook eerst andere hulp nodig. Laatst begeleidde ik een vrouw uit Somalië die diabetes had ontwikkeld, maar die ook in een sociaal isolement zat. Dan bel ik, met haar goedvinden, een welzijnscoach uit het buurthuis om de hoek.”

‘Ik bespreek altijd met de cliënt of het lukt om zelf het doel te bereiken’

Wat in zo’n consult van pas komt, zijn de luister- en gesprekstechnieken die Cantatore zich eigen maakt in de jaren dat ze bij de Kindertelefoon werkt. “Ik heb daar geleerd goed te kijken naar het netwerk dat een kind om zich heen heeft: wie zou het kind kunnen ondersteunen?” Als diëtiste doet ze nu eigenlijk hetzelfde. “Ik bespreek altijd met de cliënt of het lukt om zelf het doel te bereiken. Zo niet, dan kijken we naar ondersteuning. Een gezinsaanpak, de inzet van een maatje of een vrijwilliger uit een buurtnetwerk kan een groot verschil maken.”

Belangrijk bijeffect

Als Cantatore in 2008 ter ore komt dat ze in Amsterdam-West een diëtiste zoeken voor met name kinderen, stort ze zich weer op het vak waarvoor ze ook ooit is opgeleid. “Alles wat ik door de jaren heen heb geleerd, kan ik in dit werk kwijt.” Vanaf de start is ze niet alleen in, maar ook buiten haar praktijk bijzonder actief. Zo is ze een van de initiators van Netwerk Fit in West, dat ook bestaat uit een sportcoach, psycholoog en sport- en beweegaanbieders uit de buurt. Ze helpen bewoners met chronische aandoeningen bij het vinden van geschikte beweegactiviteiten. “Behalve dat bewoners zich fitter gaan voelen, ontstaan er ook nieuwe contacten: een belangrijk bijeffect, want eenzaamheid is een serieus probleem.”

Verder geeft de diëtiste al jarenlang voorlichting aan kwetsbare vrouwen met diverse culturele achtergronden. “Van deze groep vrouwen zijn er ruim vijftien opgeleid tot ‘gezondheidsambassadeur’. Onder begeleiding verspreiden zij laagdrempelig de boodschap van een gezondere leefstijl als een olievlek verder de wijk in.”

‘Alles wat ik door de jaren heen heb geleerd, kan ik in dit werk kwijt’

In 2014 richt Cantatore met een aantal paramedici het Amsterdams Paramedisch Platform (APP) op. “We zagen door de transitie in de zorg wijkzorgnetwerken ontstaan, waar paramedici niet of nauwelijks aanhaakten”, schetst ze de aanleiding. “Dat moest anders. En we wilden een paramedisch aanspreekpunt zijn, want ook dat was er niet, voor bijvoorbeeld de gemeente en zorgverzekeraars.” Door bijeenkomsten voor paramedici in de wijk te organiseren, tracht het APP een beweging op gang te brengen van samenwerking tussen paramedici onderling én met het sociale domein. “Dit alles om de Amsterdammer zo lang mogelijk gezond en vitaal te houden en de kosten in de zorg betaalbaar.”

En wat heeft Cantatore, tevens voorzitter van het platform, zelf aan al deze inspanningen? “Er gaat veel tijd in zitten, maar het levert ook klanten op. Ik ben geen maatschappelijk werker, ik geloof in samenwerking als businessmodel.”