Spaanse dierenarts in Pieterburen

Veel van de medewerkers in Zeehondencentrum Pieterburen komen uit het buitenland. Dat geldt ook voor hoofddierenarts Ana Rubio-García. Twaalf jaar geleden kwam ze uit Madrid. Tijdelijk, als vrijwilliger. Maar ze bleef. Inmiddels weet zij alles over zeehonden. “Lang niet iedere zogenaamde huiler is een verlaten pup.”

Tekst en beeld: Wout de Bruijne

Wij hebben ‘pech’ bij ons bezoekje, eind mei, aan Zeehondencentrum Pieterburen: er verblijven op dat moment slechts zes patiënten. Minder te zien en te fotograferen dus. “Maar ik vind het sowieso wél prettig als er weinig zijn”, zegt dierenarts Ana Rubio-García (37) voor wie we hier naartoe zijn gekomen. “Ten eerste, hoe minder hoe beter toch? Dat kan een teken zijn van goede omstandigheden in de Waddenzee. En ten tweede geeft het ons nu meer tijd om ons voor te bereiden op de komst van pups in juni. In die maand worden de meeste geboren en krijgen we altijd meer patiënten binnen.” 

Rubio-García is een van de twee ‘vaste’ dierenartsen van het bekende centrum in Groningen. Er zijn daarnaast ook nog twee coassistenten diergeneeskunde die het hele jaar meedraaien. “We kunnen maximaal 150 dieren hebben, maar de laatste jaren hebben we er niet meer dan 80 tegelijk in huis gehad. In de winter van 2011-2012 hadden we er bij uitzondering 380, tegelijk. Dat was verschrikkelijk.” 

De Spaanse dierenarts kwam twaalf jaar geleden uit Madrid. Ze wilde graag met wilde dieren werken maar kon daarin na haar studie niet snel werk vinden. Van een Spaanse vrijwilliger die er had gewerkt, hoorde ze over Zeehondencentrum Pieterburen in Nederland. “Ik begon ook als vrijwilliger. Kreeg alleen kost en inwoning. Later werd ik er hoofddierenarts in loondienst.” Rubio-García ontmoette er ook haar levenspartner, een vrijwilliger uit Ierland.  Het stel heeft een dochtertje van net een jaar en woont in Winsum. 

80.000 bezoekers

De dierenopvang zou het volgens Rubio-García zonder vrijwilligers niet redden. “We krijgen geen subsidie van de overheid en moeten het hebben van vrijwilligers, donaties, legaten en van de bezoekers.” Dat waren er vorig jaar 80.000, die zo’n negen euro entree betaalden en van wie een aantal iets in het winkeltje kocht en een drankje in de koffiecorner bestelde. Voor wat betreft de vrijwilligers: die komen overal vandaan, vertelt de dierenarts. “Van Mexico tot China en van Duitsland tot Australië. Uit Nederland hebben we hier geregeld stagiaires van de opleiding diermanagement in Leeuwarden.” 

‘Van Mexico tot China en van Duitsland tot Australië; de vrijwilligers komen overal vandaan’

Ook als er weinig ‘logees’ zijn, zoals nu, zijn de werkdagen van een dierenarts in Zeehondencentrum Pieterburen goed gevuld. “We beginnen ’s ochtends met een uitgebreide ronde langs de patiënten en vragen de verzorgers of hen bijzonderheden zijn opgevallen. Eten de dieren goed, zijn ze alert of apathisch, hoe zijn de feces? Van de uitwerpselen neem ik monsters die ik gebruik voor het promotieonderzoek dat ik momenteel in Utrecht doe over resistentie tegen antimicrobiële werking. Je kunt aan de toe- of afname daarvan ook aflezen hoeveel resistente micro-organismen in de Waddenzee zitten. Het is een van de manieren hoe we de gezondheid van zeehonden gebruiken als graadmeter voor de kwaliteit van de zee. Wat betreft antimicrobiële resistentie is die conditie op dit moment niet slecht.” 

Volledig onderzoek

In de opvang komen harbour seals, zeg maar de gewone zeehonden, en grey seals, de twee soorten die in de Nederlandse wateren leven. De dierenarts vertelt dat zieke dieren bij binnenkomst een volledig onderzoek ondergaan. “De meeste hebben longwormen, zijn verlaten, sterk vermagerd of hebben nare verwondingen door visnetten, vishaken en afval in zee. Vorig jaar vonden we een dode zeehond met een frisbee om de nek. We nemen de temperatuur op, luisteren naar de longen, checken de flippers, de tanden, de ogen, nemen bloed af. Van alle waarden en handelingen worden gedetailleerde dossiers bijgehouden, dus er is ook het nodige computerwerk.” 

Naast de regelmatige controles maken de dierenartsen indien nodig ook röntgenfoto’s en voeren zij gemiddeld zo’n vijf à zes operaties per jaar uit. “Denk daarbij aan het amputeren van een teen of het opereren of verwijderen van een oog of het trekken van een ontstoken tand. We moeten uiterst voorzichtig zijn als we narcose toedienen. Zeehonden schakelen dan hun duikreflex in en stoppen met ademhalen. Je moet ze dus nauwgezet monitoren. En natuurlijk moeten we soms ook euthanaseren en doen we autopsie bij dieren die zijn gestorven.” Want de hulp aan zieke dieren kent volgens Rubio-García een grens. “We modderen niet eindeloos door met een reddeloos beest dat beter uit zijn lijden verlost kan worden.” 

‘We modderen niet eindeloos door met een reddeloos beest dat beter uit zijn lijden verlost kan worden’

Uiteraard kent de dierenarts de kritiek van sommigen dat het helpen van zieke wilde dieren tegennatuurlijk zou zijn. ‘De natuur moet zichzelf reguleren’ en ‘onze zeehondenpopulatie is op orde’ zijn hiervoor veelgehoorde argumenten. “Wij voelen ons verantwoordelijk voor dieren die vaak door menselijk toedoen in de problemen komen in het ecosysteem dat we met hen delen. Ons hoofddoel is verschoven van het bieden van hulp naar het voorkomen van leed. Maar als het toch fout gaat, willen we op de beste manier helpen en onderzoeken. Elke zeehond die binnenkomt wordt getagd, we nemen samples en nemen zo waar wat er in de Waddenzee gaande is. We delen onze kennis met bezoekers, andere geïnteresseerden en zeehondencentra wereldwijd.”

Overigens waarschuwt Rubio-García dat door bellers aangemelde problemen bij zeehonden niet altijd zijn wat ze lijken. “Lang niet iedere zogenaamde huiler is een verlaten pup. Wat wij als huilen ervaren, is nu eenmaal hun normale geluid en ze kunnen uren zonder hun moeder wanneer die voedsel aan het zoeken is. Ze zijn niet zo aandoenlijk en hulpeloos als ze soms lijken met hun ‘gehuil’ en hun ‘schattige’ oogjes. Ze hebben echt vlijmscherpe tanden en die gebruiken ze ook wanneer je te dichtbij komt.” Waarna ze met een lach toevoegt: “En tóch hou ik van ze.”

Wilt u doneren aan Zeehondencentrum Pieterburen?  Kijk op zeehondencentrum.nl.

Plaats een reactie

Uw e-mailadres zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*
*