Van aios tot CEO

Na tweeënhalf jaar in opleiding tot specialist verkoos Allard Castelein het bedrijfsleven boven de OK. Nu is hij president-directeur van de Rotterdamse haven.

Tekst: Martijn Reinink | Beeld: Ernst Bode

Vanuit zijn kantoor, op de zestiende verdieping van het havengebouw aan de Wilhelminakade, kijkt topman Allard Castelein (59) uit over een deel van de haven én op het Erasmus MC. Halverwege de jaren tachtig is de CEO van het havenbedrijf daar chirurg in opleiding. “Ik was er van jongs af aan stellig van overtuigd dat ik dokter zou worden”, zegt Castelein, zoon van een tandarts. Maar eenmaal ondergedompeld in het vakgebied en in het ziekenhuis, komt hij erachter dat hij het vak niet kan uitvoeren zoals hij vindt dat het zou moeten. “De medisch professional moet een hoge mate van interesse hebben in de problematiek van elke patiënt. Ik vond het complexe heel boeiend, maar iemand met pijn aan zijn pink vond ik veel minder interessant, terwijl ook die patiënt volledige aandacht verdient.”

Na twee jaar algemene chirurgie en een half jaar urologie besluit hij te stoppen. Welke kant hij precies op wil, weet hij dan nog niet. Hij stuurt open sollicitaties naar de meest vooraanstaande bedrijven in Rotterdam: Procter & Gamble, Unilever en Shell. “Tot mijn eigen verbazing kreeg ik na een maand van alle drie het aanbod om er te komen werken. Zulke bedrijven kijken niet naar opleiding, maar naar mensen en potentie.”

Zijn keuze valt op Shell, vanwege de sociaaleconomische vraagstukken en geopolitiek. Al krijgt de Rotterdammer daar in zijn eerste banen niet echt mee te maken. “Ik heb met de voeten in de olie gestaan, zoals ze bij Shell zeggen.” Hij begint in de oliehandel en reist heel Nederland door om smeeroliën te verkopen aan autofabrikanten. In de jaren die volgen maakt hij stappen binnen de multinational. Van verkoop naar strategisch. Van het opzetten van nieuwe bedrijven naar de directie van grote ondernemingen. In zijn laatste functie bij de oliegigant is Castelein wereldwijd verantwoordelijk voor milieuvraagstukken.

In de verdediging

Precies dertig jaar zit hij nu in het bedrijfsleven, maar hij is altijd betrokken gebleven bij de zorg. Alleen al door de mensen om hem heen: zijn vrouw is logopedist, zijn dochter doktersassistente, zijn broer hoogleraar orthopedische chirurgie en veel van zijn vrienden zijn arts. Van die vrienden zijn er steeds meer die tegen hem zeggen: ik wil vrije ondernemer worden. “Dan zeg ik: daar geloof ik niks van. Daarvoor ben je geen medicijnen gaan studeren. Maar die wens ontstaat door hoe we in Nederland de afgelopen dertig jaar de zorg zijn gaan organiseren. Vroeger konden artsen,
met een paar maten, hun ding doen: behandelen. Tegenwoordig hebben ze allerlei rollen en moeten ze zich overal voor verantwoorden en tegen verdedigen. Ze komen klem te zitten in die rollen. Een zeer zorgelijke ontwikkeling.”

‘Als artsen onder mijn vrienden zeggen vrije ondernemer te willen worden, zeg ik: daar geloof ik niks van. Daarvoor ben je geen medicijnen gaan studeren’

Als hij met zijn bedrijfskundige blik naar de zorg kijkt, vallen hem wel wat dingen op die beter kunnen. Maar de havendirecteur is op zijn hoede, hij wil als ‘buitenstaander’ niets pretenderen. Wel geeft hij aan verbaasd te zijn over het feit dat er zo weinig interactie is tussen al die stakeholders in de zorg die voor dezelfde uitdagingen staan. “Dat is in het bedrijfsleven ondenkbaar. Je moet elkaar kruisbestuiven. Geleerde lessen zo snel mogelijk naar de markt brengen.” Iets anders waar hij zijn vraagtekens bij zet, zijn de incentives die gepaard gaan met onderzoeksstromen. “Een kosten-baten- analyse vooraf moet volgens mij ook bij medisch onderzoek de basis vormen, dat voorkomt inefficiënties. Maar ik geloof niet dat dat altijd het uitgangspunt is.”

Helemaal ‘een buitenstaander’ is Castelein overigens niet. Sinds vorig jaar is hij voorzitter van het bestuur van het Ronald McDonald Huis Sophia Rotterdam. Daarnaast is hij al jaren lid van de raad van toezicht bij de Isala klinieken in Zwolle. Dat stamt nog uit de tijd dat hij in het nabijgelegen Hattem woonde.

‘Een kosten-batenanalyse vooraf moet volgens mij ook bij medisch onderzoek de basis vormen’

Na omzwervingen over de hele wereld, van Maleisië tot Saoedi-Arabië, woont Castelein inmiddels weer in zijn geboorteplaats Rotterdam, waar hij op 1 januari 2014 wordt benoemd tot CEO van het Rotterdamse Havenbedrijf. Dat de keus op hem valt, heeft onder meer te maken met de kennis die hij binnen Shell heeft opgedaan op het gebied van energietransitie. Voor de haven is dat naast digitalisering dé grote uitdaging voor de komende jaren. De industriebedrijven en energiecentrales die er zijn gevestigd, zijn samen goed voor 20 procent van alle Nederlandse CO2-uitstoot.

Energietransitie

Die uitstoot moet fors omlaag wil Nederland voldoen aan het klimaatakkoord van Parijs. “We schaken op veel borden tegelijk”, zegt Castelein over zijn aanpak. Op dit moment onderzoekt men bijvoorbeeld de haalbaarheid van een zogenaamd CCS-systeem (carbon capture and storage). De topman legt uit: “We willen CO2 die de fabrieken uitstoten, afvangen en naar lege gasvelden onder de Noordzee voeren, waar het voor altijd blijft opgeslagen.” Rutte III en Brussel zijn voorstander van deze techniek, in tegenstelling tot de milieuorganisaties. Zij willen dat bedrijven volledig schoon gaan werken en zijn bang dat hiermee die prikkel verdwijnt. “Die angst snap ik”, zegt Castelein. “Maar willen we het doel halen, dan moeten we voor én-én gaan. Ja, bedrijven moeten op termijn het gebruik van fossiele brandstoffen minimaliseren. Maar we kunnen bijvoorbeeld nog niet naar Amerika vliegen op zonne-energie. De komende decennia zal er nog uitstoot zijn, en tot die tijd is afvang en opslag noodzakelijk.”

Het moet bijdragen aan het grote doel dat Castelein voor ogen heeft: hij wil van Rotterdam de meest veilige, slimme, duurzame en efficiënte haven ter wereld maken. “Daartoe werken we samen met wereldklassebedrijven in de haven en met andere stakeholders. We sluiten allerlei coalities. Want zulke grote uitdagingen – en dat geldt in mijn ogen ook voor de zorg – kun je niet in je eentje aan.”