Voor even rechtop

Al direct na haar afstuderen leerde Fiona Hack dat een fysiotherapeut soms meer nodig heeft dan oefeningen.

Tekst: Fiona Hack | Beeld: Marcel Leuning

“Na mijn studie fysiotherapie werkte ik een tijdje als chest and mobility physiotherapist in een Engels ziekenhuis. Met mijn physio-helper probeerde ik patiënten uit bed en aan het lopen te krijgen. Zo ook een mevrouw die veel pijn had omdat de tumoren in haar buik op haar rugzenuwen drukten. Zij kon hierdoor niet lopen en nauwelijks staan. De pijn maakte haar humeurig, wat te merken was aan het vele schelden op haar man. Diens devotie was indrukwekkend. Hij was alle dagen bij haar. Ik zag dat haar woorden hem raakten, maar hij boog zijn hoofd, zuchtte een keer en ging door met wat hij aan het doen was, zoals haar voorlezen.

Ik kwam twee keer per dag om haar benen door te bewegen, maar het was onmogelijk haar aan het lopen te krijgen. Ze ging dan zo te keer dat ik moeite had om haar woorden niet persoonlijk te nemen. Op de derde dag wilde ze helemaal niet meer oefenen.

‘Ik besloot om het die middag nog één keer te proberen’

Haar man nam me even apart en legde uit dat ze zo tekeerging door de pijn. Ze wilde niet meer. Ik begreep hem, en besloot om het die middag nog één keer te proberen. Toen ik de kamer binnenkwam, was de vrouw rustig. Ik sprak openhartig met haar over haar ziekte en zei dat ik begreep dat bewegen drukpijn gaf in haar buik. Ook gaf ik aan haar schelden onprettig te vinden en dat zij beter kon zeggen wat ze wilde dat ik voor haar zou doen.

Ze was muisstil. Haar man kwam naast haar staan en pakte haar hand. Toen ze naar hem opkeek, leek het alsof ze hem eindelijk zag. ‘Ik wil graag staan’, zei ze.

Ik keek mijn helper aan en zij wist precies wat ik dacht. Even later duwden we een speciaal bed haar kamer binnen met aan het voeteneinde een opstaande rand. Zonder scheldpartijen kregen we de vrouw op het bed. Haar voeten rustten tegen het voeteneinde en haar bovenbenen en romp gespten we vast. Met een afstandsbediening zetten we het bed verticaal.”

De rest van die week kwam ik dagelijks om haar voor even het gevoel te geven dat zij vaste grond onder de voeten had. Na het weekend hoorden mijn helper en ik dat de vrouw zaterdag was overleden. We waren verdrietig, maar we voelden ons ook schuldig. Hadden wij toch te veel van haar gevraagd?

De volgende dag lag er een kaart op onze afdeling. Haar man bedankte ons omdat wij zijn vrouw ‘de mooiste laatste week van haar leven hadden gegeven’. Zijn kaart betekende veel voor mij en ik heb ’m jarenlang bewaard. Door verschillende verhuizingen ben ik de kaart kwijtgeraakt, maar dit stel is me altijd bijgebleven.

Iedere medisch professional heeft wel een patiënt (gehad) die hij of zij nooit vergeet. Omdat de omstandigheden zo bijzonder waren, het behandeltraject aangrijpend, of juist omdat zich iets grappigs voordeed in het contact. In deze reeks leest u hun verhalen.