Waarschuwing voor medisch adviseur

Het tuchtcollege heeft een medisch adviseur zorgverzekeraar een waarschuwing opgelegd. Ook een arts die adviseert over aanspraken op grond van de Zorgverzekeringswet dient zich bij het opvragen van persoonlijke gegevens van medische aard te houden aan beginselen van noodzaak en proportionaliteit en moet zich toetsbaar opstellen als hem op dit punt kritische vragen worden gesteld.

Tekst: Katrijn van Berkum en Timo van Oosterhout

In deze zaak vroeg de behandelaar van de verzekerde toestemming aan de zorgverzekeraar om verzekerde in aanmerking te laten komen voor een MSR-therapie (Medisch SpecialistischeRevalidatiezorg). Dit is een multidisciplinaire behandeling door een fysiotherapeut, ergotherapeut, GZ-psycholoog, logopedist en maatschappelijk werker. Als reactie hierop, stelde de medisch adviseur (revalidatiearts) van de zorgverzekeraar vragen over het BMI en de financiële situatie van de verzekerde. De medisch adviseur wilde onder meer weten of de verzekerde een beroep had gedaan op bijzondere bijstand.  

De behandelaar verzocht vervolgens de medisch adviseur de relevantie van deze vragen aan te geven: waarom het belangrijk is voor het al of niet goedkeuren van de aanvraag. Hierop ontstond een korte briefwisseling tussen de behandelaar en de medisch adviseur. De behandelaar stelde dat de medisch adviseur allerlei vragen had over de verzekerde die hij als BIG-geregistreerde arts niet klakkeloos kon beantwoorden zonder daarvoor de opgestelde richtlijnen te overschrijden. De behandelaar stelde op zijn beurt dat zijn wedervragen ertoe dienden om de informatieverzoeken zorgvuldig te beantwoordden zonder het belang van patiënt te schaden. De medisch adviseur meende dat de behandelaar ten onrechte geen informatie aanleverde en zich van de tactiek bediende om telkens wedervragen te stellen. De medisch adviseur sloot daarop het dossier. 

Klacht tuchtcollege

Daarop besloot de verzekerde een klacht bij het tuchtcollege in te dienen. Klager stelde onder meer dat de medisch adviseur ten onrechte weigerde de vragen van klager en zijn behandelaar te beantwoorden, de grenzen van zijn beroepsuitoefening niet in acht nam en medische gegevens opvroeg zonder de noodzakelijkheid daarvan te onderbouwen. De medisch adviseur (de beklaagde) meende daarentegen dat de klacht niet ontvankelijk moet worden verklaard omdat zijn handelingen geen betrekking hebben op de individuele gezondheidszorg en daar geen weerslag op hadden.

Uitspraak

Het tuchtcollege achtte de klacht ontvankelijk. Beklaagde betrok als medisch adviseur van de verzekeraar immers de individuele medische situatie van verzekerde bij zijn toets: zijn eerdere behandeling en het bestaan van alternatieven daarvoor. Het tuchtcollege kwam – mede toetsend aan de Richtlijn Omgaan met medische gegevens 2020 – tot de slotsom dat ook een arts die adviseert over aanspraken op grond van de Zorgverzekeringswet zich bij het opvragen van persoonlijke gegevens van medische aard dient te houden aan beginselen van noodzaak en proportionaliteit. Dit impliceert tevens dat een zodanige arts zich toetsbaar dient op te stellen als hem op dit punt kritische vragen worden gesteld. 

Het tuchtcollege achtte de klacht daarom deels gegrond en legde de medisch adviseur een waarschuwing op. 

tuchtrecht.overheid.nl

Senior jurist Katrijn van Berkum en advocaat Timo van Oosterhout zijn werkzaam bij stichting VvAA Rechtsbijstand