Zeventig is het nieuwe vijftig

Oudere werknemers blijven steeds langer vitaal en gemotiveerd. Dat leidt tot een groeiende groep doorwerkende pensioengerechtigde zorgprofessionals, die hun enthousiasme niet laten overschaduwen door het bijeffect dat ze daarmee jonge collega’s voor de voeten lopen. Aan het woord: de doorwerkende collega.

Tekst: Anouk Brinkman | Beeld: Tamar Smit

“Na mijn 64ste verjaardag heb ik het eerste half jaar in een dipje gezeten. Ik was ontdaan over het feit dat ik over een jaar met pensioen zou gaan. Ik zat in een leuke, innovatieve maatschap en heb daarnaast altijd in het dagelijks bestuur van de maatschap gezeten, ik was overal van op de hoogte. Daar wilde ik eigenlijk niet van weg.”

Deze herinnering van MDL-arts Marten Otten (70) zal voor een grote groep oudere medisch specialisten herkenbaar zijn. “Want”, zo formuleert Otten, “er zijn maar twee elementen nodig om na de AOW-leeftijd werkzaam te blijven. Eén: je moet het vak nog steeds leuk vinden en twee: je moet gezond zijn.” Precies de twee factoren die ervoor zorgden dat Otten nog tijdens zijn afscheid de vraag kreeg om vanwege zijn subspecialisatie prikkelbare darmsyndroom in een specialistisch ZBC te komen werken. Niet lang daarna werd de MDL-arts gevraagd om het tweedejaars curriculum van de opleiding geneeskunde aan de Universiteit Utrecht mede samen te stellen, en een post-gepensioneerde loopbaan was geboren.

Verdubbeld

Hoewel de gemiddelde uittreedleeftijd van medisch specialisten volgens de NVZ toeneemt en het aantal doorwerkende medisch specialisten in vijf jaar tijd is verdubbeld van vijfhonderd naar duizend, noemt Joris Meegdes, senior-adviseur bij het Capaciteitsorgaan, deze informatie ‘wat onzuiver’. “Het gaat vooral om een stijging die tussen 2010 en 2011 heeft plaatsgevonden. Daarna is het aantal gestabiliseerd en inmiddels
is er alweer sprake van een daling”, licht hij toe. “Ook springt één vakgebied eruit; psychiatrie, want 30 procent van de duizend doorwerkers is psychiater. En dat is nu juist het vakgebied waar een tekort aan opvolgers is. Een kwart van de duizend AOW-gerechtigde specialisten is niet in de gezondheidszorg werkzaam. En hoewel we geen precieze cijfers over het aantal fte hebben, heb ik de indruk dat het gros van de gepensioneerde specialisten dat nog wel in de zorg werkt, dat parttime doet in een orde van grootte van twee tot drie dagen.”

Geen patiëntenzorg

Huisarts Eddy Reynders (67) werkt inderdaad sinds zijn pensioen minder uren – “Voor mijn pensioen zo’n 70, nu nog 25 tot 30 uur per week” – en niet meer in de patiëntenzorg. “De combinatie van het werk in de huisartsenpraktijk en mijn docentschap aan de opleiding huisartsgeneeskunde van de Vrije Universiteit in Amsterdam vond ik na mijn pensionering te veel. De praktijk voelde fysiek het zwaarst, ik begon af en toe moe te worden, dat was ik niet gewend. Na mijn 65ste heb ik nog een half jaar als praktijkhouder gewerkt, daarna ben ik alleen nog voor de universiteit gaan werken.”

De belangrijkste reden dat de oudere generatie medisch specialisten vooral buiten de (ziekenhuis)zorg aan de slag gaat, is de mogelijkheid om de eigen tijd in te delen. MDL-arts Otten heeft één à twee dagen polispreekuur in ZBC De Veluwe, waar patiënten uit het hele land naartoe komen. Otten schat in dat hij samen met zijn werkzaamheden aan Universiteit Utrecht gemiddeld zo’n 32 uur per week werkt. “Toch voelt het voor mij als een groot verschil: ik werkte voorheen ongeveer 60 uur per week. Daarbij zit ik niet meer in het keurslijf van een maatschap. Ik draaide al die jaren met plezier avond-, nacht- en weekenddiensten, maar die mis ik nu dus echt niet. Nu bezoek ik weer eens avondvoorstellingen in het theater en als ik met mijn echtgenote op vakantie wil, dan plan ik dat gewoon en pas ik mijn spreekuren daarop aan.”

Kwaliteitsregistratie en verzekeringen

Voorwaarde om in de gezondheidszorg werkzaam te blijven is dat de RGS-registratie op orde is. Dat betekent onder meer dat de gepensioneerde arts voldoende in zijn specialisme werkzaam moet zijn en aan de bijscholingseisen voldoet. Uitgebreide informatie hierover is te vinden op knmg.nl.

Wie in de patiëntenzorg werkzaam blijft, moet verzekerd zijn voor medische aansprakelijkheid. Vrijgevestigde specialisten kunnen hun verzekering meestal voortzetten, soms kan dit tegen een lager tarief, bijvoorbeeld als de specialist alleen maar gaat waarnemen. Een rechtsbijstandsverzekering is optioneel.

 

Uit cijfers van het Capaciteitsorgaan blijkt dat Otten een van de 25 MDL-artsen boven de 65 is die nog steeds werkzaam zijn op de arbeidsmarkt. Een vakgroep waarvoor de opvolgers niet staan te springen; er is op dit moment een tekort aan jonge MDL-artsen. In die zin bevindt Otten zich in een ideale situatie: hij kan zijn kennis en enthousiasme blijven overdragen, maar loopt geen jonge collega’s in de weg. Bij andere specialisaties, zoals interne geneeskunde, heelkunde, radiologie en urologie, lopen jonge medisch specialisten wel aan tegen een tekort aan beschikbare functies. Hoewel diverse factoren de arbeidsmarkt verstoren, waaronder omzetdaling in ziekenhuizen en onzekerheid over het medisch specialistisch bedrijf, kunnen doorwerkende AOW-gerechtigde collega’s voor de werkzoekende specialist een doorn in het oog zijn.

Tijdelijke contracten

Een jonge vrouwelijke medisch specialist* ziet zichzelf elke dag geconfronteerd met de gevolgen van het schaarse aantal vacatures in haar specialisme. Onlangs is ze, sinds het afronden van de opleiding ruim twee jaar geleden, voor de derde keer in een tijdelijke functie gestart, een uur rijden vanaf haar woonplaats. “Ik heb een gezin met kleine kinderen, we zouden graag een huis kopen, maar dat gaat niet. Gezinssituaties zijn nu heel anders dan dertig jaar geleden, er is meestal ook een partner die werkt. Voor welke baan kies je als je ervoor moet verhuizen? Het zorgt voor veel onzekerheid in je persoonlijke leven, ik ken jonge specialisten die naar het buitenland vertrekken of doordeweeks op een kamertje wonen in de buurt van het ziekenhuis waar ze werken, ver weg van hun gezin. Er gaan zelfs collega’s gratis aan het werk, uit angst voor verlies van hun registratie.” Bovenal ervaart de specialist dat ze in tijdelijke functies ‘nooit volwaardig meetelt’ omdat belangrijke beslissingen door de maatschap worden genomen.

Binnen de wetenschappelijke vereniging van het betreffende specialisme zijn verschillende oplossingen aangedragen. Bijvoorbeeld dat de zittende specialisten allemaal iets minder gaan werken of het opsplitsen van een nieuwe plek in twee keer 0,5 fte. “Dat is niet optimaal”, zegt de jonge medisch specialist, “maar dan help je in ieder geval twee mensen aan het werk in plaats van één.” Tot nu toe is hierover geen consensus bereikt. “Het voelt oneerlijk dat jonge ambitieuze specialisten zo worden behandeld.”

Solidariteit

Marjolein Kremers, voorzitter van De Jonge Specialist en internist in opleiding, herkent het feit dat oudere medisch specialisten steeds langer doorwerken en daarmee de weg kunnen belemmeren voor jonge klaren. “Het lastige is dat er van alles speelt waardoor er weinig vacatures zijn. Waar sprake is van krapte, zouden de junioren van de wetenschappelijke verenigingen het vanuit solidariteitsoogpunt liever anders zien. De Nederlandse Internisten Vereniging heeft daarom de achterban laten weten dat het nu minder wenselijk is om door te werken.”

MDL-arts en universitair docent Marten Otten noemt het ‘een trieste omstandigheid’ als een jonge specialist geen baan kan vinden. “Je bent trots dat je een opleidingsplaats hebt gekregen, misschien ben je zelfs gepromoveerd. Ik kan me zo voorstellen dat je er enorm nare gevoelens van krijgt als je oudere collega’s aan het werk ziet, maar zelf geen vaste werkplek kunt vinden. Tegelijkertijd kunnen we gezonde en gemotiveerde doorwerkende specialisten niet dwingen om te stoppen.”

‘Vanuit solidariteitsoogpunt zien junioren het liever anders’

Daar denkt Kremers wat genuanceerder over. “Natuurlijk heeft de oudere generatie veel kennis in huis, maar heeft een 67-jarige meer kennis dan een 63-jarige? Wat bij deze generatie beperkt gebeurt, is loopbaanplanning. Het zou goed zijn als ervaren specialisten er tijdig over nadenken wanneer ze willen stoppen en binnen een vakgroep worden gekoppeld aan een jonge klare. Als je niet tijdig over je pensioen nadenkt, komt het op je 72ste nog te vroeg.”

Stoppen

Marten Otten heeft dit voorjaar de 70-jarige leeftijd bereikt en ‘denkt überhaupt niet na’ over stoppen. “Natuurlijk, het houdt een keer op, maar zo lang ik het leuk vind en mee kan draaien? Zeventig is het nieuwe vijftig, zo benoem ik het altijd.” Huisarts Eddy Reynders stopt na twee jaar doorwerken wel met zijn docentschap aan de universiteit. Volgens de cao heeft Reynders de maximale contractverlenging na het bereiken van de AOW-leeftijd bereikt, maar gesprekken om op zelfstandige basis aan de slag te gaan zijn op niets uitgelopen. “Mijn leidinggevende doet er geen moeite voor en vindt het genoeg geweest. Dan beleef ik er ook geen lol meer aan, al had ik graag willen blijven.” Reynders blijft wel werkzaam als zelfstandig adviseur in de huisartsenzorg. “Ik loop misschien geen marathon meer, maar ik ren nog wel hard.”

*De naam en de achtergrond van de jonge medisch specialist zijn bij de redactie bekend en geverifieerd.

Fiscale voor- en nadelen

Voordeel: verlaging premie volksverzekering

  • Schijf 1: van 36,55 naar 18,65 procent
  • Schijf 2: van 40,8 naar 22,9 procent
  • Schijf 3 & 4: geen wijzigingen omdat in deze schijven alleen inkomstenbelasting wordt betaald.

Voordeel: ouderenkorting

  • € 1292,- korting bij verzamelinkomen gelijk of lager dan € 36.057,-
  • € 71,- korting bij hoger verzamelinkomen

Nadeel: halvering zelfstandigenaftrek

  • Daalt van € 7280,- naar € 3640,- (alleen toepasbaar als aan het urencriterium wordt voldaan)

Nadeel: lagere algemene heffingskorting en arbeidskorting

  • Maximale heffingskorting daalt van € 2254,- naar € 1151,-
  • Maximale arbeidskorting daalt van € 3223,- naar € 1645,-

In alle gevallen geldt dat wanneer de belastingplichtige die de AOW-leeftijd heeft bereikt meer verdient dan de geldende inkomensgrens, een eventuele fiscale partner ook aanspraak kan maken op de kortingsregelingen.

Bron: Ferdy de Wijs, belastingadviseur VvAA