Zorglasten bij nieuwe ggz-financiering

Vanaf 2022 is het zorgprestatiemodel de nieuwe bekostiging voor geestelijke gezondheidszorg en forensische zorg. Het gaat de prestaties voor de basis-ggz, de DBC’s en de ZZP’s vervangen. 

Tekst: Katrijn van Berkum en Timo van Oosterhout

Met dit model wordt ingezet op meer eenvoud. De prestaties geven de daadwerkelijk geleverde zorg weer en de tarieven sluiten aan bij de behandeling die wordt gegeven. De minutenregistratie gaat verdwijnen. De prestaties zijn straks gekoppeld aan ‘een dag’ en niet meer aan een traject, waardoor de totale zorguitgaven sneller duidelijk zijn. De basis-ggz, de gespecialiseerde ggz en de forensische zorg krijgen straks dezelfde prestaties. 

Financiële drempel

Een ‘vervelend neveneffect’ van de nieuwe bekostiging, zoals minister de Jonge het noemde, is dat patiënten voor een traject dat de grens van het kalenderjaar overschrijdt, twee keer het eigen risico gaan betalen, dit is nu één keer (bij het startjaar). Hierdoor wordt een financiële drempel opgeworpen die de toegang tot de ggz belemmert. Dit past niet bij de zo noodzakelijk laagdrempelige en toegankelijke zorgverlening in de ggz, zo hebben verschillende ggz-
organisaties al eerder aan het ministerie van VWS laten weten. Hier werden eerder al Kamervragen over gesteld. De Tweede Kamer heeft hierover in september gedebatteerd. De uitkomst luidt dat de minister de NZa het verzoek zal doen om te onderzoeken of er binnen de nieuwe bekostiging een andere benadering mogelijk is voor het eigen risico per behandeling/traject. 

Senior jurist Katrijn van Berkum en advocaat Timo van Oosterhout zijn werkzaam bij stichting VvAA Rechtsbijstand