Favoriete pil: Na de oorlog

Rob Dillmann (Den Bosch, 1958) is bestuursvoorzitter van Isala klinieken in Zwolle. Zijn favoriete pil: Na de oorlog. Een geschiedenis van Europa sinds 1945 (Postwar) van de Britse historicus Tony Judt.

Tekst: Frank van Kolfschooten | Beeld: De Beeldredaktie/Peter Strelitski

Na de oorlog van Tony Judt is een van de indrukwekkendste boeken die ik ooit heb gelezen”, zegt Rob Dillmann, bestuursvoorzitter van Isala klinieken in Zwolle. “Hij weet elk tijdvak tot leven te brengen door heel knap politiek en economie te verbinden met cultuuruitingen en het dagelijks leven, bijvoorbeeld via populaire films en boeken en stromingen in mode.”

In zijn magnum opus Na de oorlog schetst de Britse historicus zestig jaar Europese geschiedenis tussen 1945 en 2005, opgesplitst over vier episodes: de nasleep van de oorlog tot Stalins dood in 1953; de enorme economische groei tussen 1953 en 1971; het recessietijdperk van 1971 tot 1989; en het nieuwe Europa na de instorting van het communisme. “Als je ruimschoots na de oorlog bent geboren, doet dit boek je beseffen hoe ons leefmilieu en onze opvoeding zijn beïnvloed door de keuzes die na 1945 zijn gemaakt om, vóór alles, een nieuwe oorlog te voorkomen”, zegt Dillmann. “Het boek doordringt je ook van de grote betekenis van de Europese Unie als hoeder van vrede en veiligheid in Europa. Judt heeft mij een nog overtuigder pro-Europeaan gemaakt.”

‘Judt heeft mij een overtuigder pro-Europeaan gemaakt’

De in 2010 aan de spierziekte ALS overleden Judt maakt in zijn boek ook de ontwikkeling van de sociaaldemocratie inzichtelijk. Met de bijbehorende opbouw van de verzorgingsstaat, die vervolgens langzaam weer is afgebroken onder invloed van het geloof in de heilzame werking van de markt, met een steeds meer terugtredende overheid.

Ruim baan geven aan marktwerking heeft ook grote invloed gehad op de ontwikkeling van de Nederlandse gezondheidszorg, zegt Dillmann. “Positief effect van marktwerking is dat er veel meer druk is gekomen om te achterhalen welke waarde behandelingen hebben voor de patiënt. De keerzijde is dat dit gepaard gaat met verantwoordingsmechanismen en bijbehorende administratieve lasten, door zorgprofessionals als een vertrouwensbreuk ervaren. Maar vertrouwen is wel de basis van het werk van zorgprofessionals en is ook essentieel in de behandelrelatie met de patiënt.”

Terug naar ‘het touwtje uit de brievenbus’ van Jan Terlouw, symbool voor het vertrouwen tussen burgers in de wederopbouwtijd, is onmogelijk, zegt Dillmann. “Het gevleugelde spreekwoord ‘Vertrouwen is goed, maar controle is beter’ is aan herziening toe. Er moet een nieuw evenwicht komen. Maar als controle vermindert, doet dat wel een groter beroep op het interne normenkader van de zorgprofessional. Vertrouwen eist een sterk gestel.”