Favoriete Pil – R.P. Cleveringa

Jan Anthonie Bruijn (Den Haag, 1958) is hoogleraar immunopathologie aan de Universiteit Leiden en voorzitter van de Eerste Kamer. Zijn favoriete pil: de biografie R.P. Cleveringa. Recht, onrecht en de vlam der gerechtigheid van Kees Schuyt.

Tekst: Frank van Kolfschooten | Beeld: De Beeldredaktie/Martijn Beekman

“Ik lees graag biografieën”, zegt de Wassenaarse patholoog Jan Anthonie Bruijn, hoogleraar in het Leids Universitair Medisch Centrum en voorzitter van de Eerste Kamer. “Die over jurist Rudolph Cleveringa springt eruit. Kees Schuyt heeft het leven van deze principiële en moedige man op indrukwekkende wijze te boek gesteld.” 

De Leidse hoogleraar rechtsgeleerdheid Cleveringa is beroemd geworden door de rede waarin hij op 26 november 1940 protesteerde tegen het ontslag van zijn Joodse collega Eduard Meijers door de nazi’s, tegelijk met dertig andere universiteitsmedewerkers van Joodse komaf. Cleveringa vond dat een ongehoorde schending van de Nederlandse grondwet die aan alle burgers dezelfde rechten geeft en niemand uitsluit op basis van afkomst, legt Bruijn uit. “Het rechtvaardigheidsgevoel van de anders zo voorzichtige Cleveringa was zo diep geschokt door deze stap van de bezetter, dat hij vond dat hij zich moest uitspreken.”

‘Individuen beschermen tegen uitwassen van groepsdenken’ 

Hij riep zijn gehoor op geen ‘nutteloze dwaasheden’ te begaan, maar na zijn rede gingen de Leidse studenten in staking, waarna de nazi’s de universiteit sloten. Cleveringa ging ervan uit dat de bezetter hem zou straffen en had zijn koffer de avond voor de rede al ingepakt. Hij belandde maandenlang in de Scheveningse strafgevangenis. Dat ‘Oranjehotel’ is nu een museum en ook de plek waar Bruijn deze biografie kocht na een voordracht van Schuyt ter gelegenheid van een kranslegging waar Bruijn namens de Staten-Generaal aan deelnam. In de muren staan daar nog altijd noodkreten gekerfd van gevangenen uit de oorlogsjaren. “Als je die teksten leest, besef je hoe belangrijk vrijheid en democratie zijn voor de mens en dat je individuen moet beschermen tegen uitwassen van groepsdenken”, zegt Bruijn. “Het is ook heel belangrijk om jonge mensen voor te houden dat vrijheid niet vanzelfsprekend is en dat je steeds moet opstaan om onze democratie te beschermen. Daarom zijn herdenkingen van de oorlog zo waardevol.”

Ook als arts heeft Bruijn altijd oog voor het individu. “Ik stel al 35 jaar klinische diagnoses met behulp van onder meer de microscoop, en zie niet twee keer hetzelfde beeld. De biologische variatie tussen mensen, maar ook tussen weefsels en organen, is oneindig. Ons vak bestaat uit patroonherkenning op morfologisch, eiwit- en DNA-niveau in die oneindige variëteit en dat maakt het ongelooflijk boeiend. Het is klinisch heel relevant dat wij de goede diagnose stellen op onze afdeling pathologie. Want uiteindelijk gaat het om de beste behandeling van die ene unieke patiënt.”