James Herriot 2.0

Zijn miljoenen kostende ‘Animal Hospital’ in het noorden van Engeland lijkt lichtjaren verwijderd van de eenvoudige plattelandspraktijk van James Herriot uit de populaire BBC-serie All Creatures Great and Small. Maar de geavanceerde dierenkliniek van Dutch vet Gerard te Lintelo was er misschien nooit geweest zonder de verhalen van Engelands beroemdste dierenarts.

Tekst: Monique Bowman

In de wachtruimte van het Wear Referrals Animal Hospital zitten vier baasjes met bedrukte gezichten te wachten, een mok thee als troost onder handbereik. Hoe het vandaag ook afloopt met hun dierbare viervoeter, over dierenarts Gerard te Lintelo (48) niets dan lof. “He is lóvely. And this is such a tremendous clinic”, vertelt een van de dames.  Het kan raar lopen in een mensenleven. Want laat nou juist Engels het vak zijn waar Te Lintelo – eigenaar van een hypermoderne tweedelijns dierenkliniek in het noordoosten van Engeland
– destijds op zijn middelbare school in Haaksbergen het minste enthousiasme voor kon opbrengen. “Mijn leraar zei steeds dat ik het later nog weleens héél hard nodig kon hebben. Hij moet een vooruitziende blik hebben gehad”, grinnikt de geboren Twentenaar.

Het is begin jaren tachtig de populaire BBC-tv-serie All Creatures Great and Small die Gerard op het idee brengt om dierenarts te worden. Ademloos volgt de boerenzoon de perikelen van de drie hoofdpersonen – dierenarts James Herriot en zijn partners, de broers Siegfried en Tristan Farnon – in een plattelandspraktijk in Yorkshire. Als hij eenmaal diergeneeskunde studeert, gaat hij ook de boeken lezen waarop de serie is gebaseerd en die zijn geschreven door ‘de echte’ James Herriot, een pseudoniem van de Engelse dierenarts Alf Wight (1916-1995).

Zijn tijd vooruit

Terugkijkend verklapt Gerard dat het eigenlijk vooral Herriots collega Granville Bennett was die hem intrigeerde. “Dat was de dierenarts die James en zijn collega’s inschakelden wanneer ze er zelf niet uit kwamen. Granville Bennett was, dankzij zijn specialisatie en z’n lef om te investeren, zijn tijd ver vooruit.” Lachend voegt hij eraan toe: “En hij had niet alleen de bloeiendste praktijk, maar ook de knapste vrouw!”

Als student vindt Gerard werk op een schapenboerderij in de Cotswolds. Wanneer hij een Texels ram moet showen op de jaarlijkse Royal Show van Warwickshire, ontmoet hij Joanne Gasgoigne, een jonge kunstenares die op het agrarische evenement aanwezig is om dieren te schilderen. “And the rest is history”, lacht hij.

Na zijn afstuderen werkt Gerard te Lintelo een paar jaar in loondienst in een praktijk in Haaksbergen (“Zo werd ik ook nog even de dierenarts van mijn eigen vader”), maar al gauw waagt hij
de oversteek naar Engeland.

In tegenstelling tot Nederlanders zijn Britten  veel meer bereid veel geld neet te tellen bij ziekte van hun dier

In 2005 verkast de Nederlandse dierenarts – die inmiddels ook een paar jaar in een praktijk in Oxfordshire ervaring heeft opgedaan – met zijn vrouw en (eerste) zoontje Tristan (“Ja, die is inderdaad vernoemd!”) naar het noorden van Engeland, de regio waar zijn vrouw haar wortels heeft liggen. Hij begint er voor zichzelf en koopt in 2006 voor tweehonderdduizend pond een MRI-scanner. “Ik dacht, als ik hier de eerste dierenarts ben die een MRI aanschaft, doet niemand anders dat meer. En zo gebeurde het inderdaad. Al snel kreeg ik, specialist in weke delen en orthopedie, ook de neurologiegevallen doorverwezen.”

Nu, ruim tien jaar later, is de twee ton die Te Lintelo voor zijn eerste MRI-scanner moest ophoesten, peanuts vergeleken bij de 5,4 miljoen Britse ponden die zijn in 2015 geopende Wear Referrals Animal Hospital heeft gekost. Huisvestte zijn duurzaam gebouwde kliniek – met onder meer zonnepanelen en sedumplantjes op de daken – in het eerste jaar nog slechts vijftien man personeel, inmiddels is dat aantal opgelopen tot honderd, onder wie achttien gespecialiseerde dierenartsen en diverse hooggekwalificeerde veterinary nurses.

Hoewel diverse van zijn medewerkers – net als hijzelf – niet de Britse nationaliteit bezitten, ligt Te Lintelo geen nacht wakker van de Brexit. “De Britten kunnen gewoon niet zonder buitenlandse dierenartsen. Het aantal dat hier in de UK wordt opgeleid, is allesbehalve toereikend voor het vele werk dat er is.”

En dat die hoeveelheid werk eerder toe- dan afneemt, daar is de Nederlander van overtuigd. “Britten hebben vaak al gauw twee tot drie honden. Zo’n 30 procent van de eigenaren heeft een ziektekostenverzekering voor zijn huisdieren. Afgezien daarvan hebben Britten sowieso ontzettend veel over voor hun hond of kat. In tegenstelling tot Nederlanders zijn ze veel meer bereid veel geld neer te tellen bij ziekte van hun dier.”

Omdat hij nou eenmaal niet kan stilzitten (“Ik raak snel verveeld, wil steeds weer iets nieuws aanpakken”), heeft de Dutch vet alweer vergevorderde plannen voor een tweede kliniek. Ditmaal voor specialismen als dermatologie en oogheelkunde, plus een grote collegezaal. Want de animo van dierenartsen uit heel Noord-Engeland voor de lezingen die hij met zijn collega’s geregeld geeft, is groot, vertelt Te Lintelo.

Romantiek

Met de realisatie van een tweede animal hospital zal Te Lintelo’s Wear Referrals behoren tot de vier grootste tweedelijns klinieken van Groot-Brittannië. Het verschil met het eenvoudige plattelandspraktijkje van James Herriot kón niet groter zijn. Mist de Dutch vet niet heimelijk toch een beetje de romantiek die de tv-serie destijds zo populair maakte? Die ritten door al die adembenemende landschappen voor visites aan ver afgelegen farms met hun soms zo excentrieke bewoners?

Nee hoor, luidt het nuchtere antwoord van de Twentenaar. “Ik woon met mijn vrouw en drie kinderen midden in de countryside, dus die mooie autoritjes maak ik evengoed wel. En al die colourful characters komen nu naar míj in plaats van dat ik naar hen toe moet.” Dat laatste kan soms z’n nadelen hebben, lacht hij. “Ik heb weleens moeite ze de spreekkamer uit te krijgen.”