Villa Koningslaan – deel 27

Eerder:

Villa Koningslaan is gekraakt. Kraker Vincent weet dat de kluis weggedraaid kan worden zodat er een geheime kamer zichtbaar wordt.

Michelangelo-beelden

“De vraag is”, zegt Vincent, “hoe krijgen we de kluis weggedraaid?” Hij voelt naast de kluis aan de muur. “Wacht even. Volgens mij zit hier een mechanisme.” Hij laat zijn hand naar opzij glijden zodat hij met zijn vingers achter iets blijft haken. Dan glijdt zijn hand rustig naar boven, naar beneden en opnieuw naar boven, op zoek naar een soort hendeltje. Sofie, Nicole en Diana houden de adem in.

“Ah, hier voel ik iets, een wieltje.” Hij draait eraan en tot ieders verbazing komt er voorzichtig beweging in de kluis.

“Goh”, zegt Nicole, “nooit geweten dat dit kon.” De anderen kijken gespannen toe. Met het wegkantelen van de kluis wordt langzaam een deur zichtbaar, de deur naar de geheime kamer.

“Ik voel me als Howard Carter bij het graf van Toetanchamon”, zegt Sofie. Op hetzelfde moment komt Manou de kamer binnen. Ze kijkt naar Nicole.

“Zijn jullie er al uit?” vraagt ze.

“Nou, je ziet het”, zegt Vincent, wijzend op de deur.

“O, nice!” roept Manou.

De deur bevat een deurkruk, maar geen slot; de brandkast dient als afsluiting.

“We kunnen nu echt stellen dat we de clausule in het testament hebben geschonden”, zegt Sofie. “Ik bedoel de clausule waarin staat dat alles pas op 10 april 2034 geopend mag worden. Zou daar een boete op staan?”

“Ben je gek”, zegt Diana, “het is maar een richtlijn. Bovendien hebben we de kluis zelf vorig jaar ook al geopend.”

Diezelfde avond belt Nicole met haar broer Michiel. “Hoe ging het?” vraagt hij.

“Nou”, antwoordt ze, “Er zat dus echt een kamertje achter. Je kunt het eigenlijk niet eens een kamertje noemen, eerder een kast. De ruimte is zelfs te klein voor een eenpersoonsbed. Er lag lichtbruine vloerbedekking en aan de zijkant stond een klein open boekenkastje, leeg.”

“Geen schilderijen dus? En, wat belangrijker is, ook géén lijk?”

“Nee, er is niets van enige waarde in de ruimte. Geen schilderijen, geen Rembrandt, geen gebroeders Van Eyck. Niks. En inderdaad, ook geen lijk. En daar kijk ik niet van op. Ik heb dat hele verhaal van tante Diana altijd absurd gevonden. Volgens mij confabuleert ze.”

“Ja, dat zou ook kunnen.”

“En die krakers? Waren die erbij toen het kamertje openging?”

“Ja, maar we hebben niet over dure schilderijen en een lijk gesproken. Pas toen ze wegwaren, zei tante Sofie dat het nodig was ons oordeel over opa bij te stellen. Maar ik vroeg me af: heeft hij nou niet zelf dat hele mysterie de wereld in geholpen?”

“Nee, het kwam meer van buiten. Zoals met dat boek over cold cases. En dat politieonderzoek waar niks uitgekomen is. Ik begin echt te denken dat het opa allemaal is aangepraat. Zodanig dat hij er zelf in is gaan geloven.”

“Hallelujah.”

“Ja, zeg dat. Maar nog iets. Wat doen we met de uitnodiging van Saskia Wilkinson?

“Uitnodiging?”

“Om naar Arizona te komen. De hele familie is welkom. We moeten naar Scottsdale bij Phoenix. Ze heeft een familiale verrassing, schrijft ze. Maar ze wil ons ook gewoon graag zien.”

“Heb jij contact met haar opgenomen?”

“Natuurlijk! Ze is toch familie?”

Luchtruim Arizona, 24 maart 2024

De vliegtuigmotoren van de Airbus resoneren in het kunststof van de cabine. Door de raampjes kijken de passagiers neer op een web aan wegen en gebouwen in de woestijn van Arizona: Valley of the Sun. Aan weerszijden van het gangpad van het vliegtuig zitten de zussen Sofie en Diana, dochters van Noël Heuvels. Achter hen zitten Michiel (49), tandarts, en Nicole (46), fysiotherapeut; kinderen en erfgenamen van cardioloog Roemer die in 2021 is overleden. De familie heeft een tussenstop gemaakt op New York JFK-airport en vliegt nu naar Phoenix Arizona.

“Ik had niet kunnen denken dat we dit nog eens zouden doen”, zegt Sofie terwijl ze het schermpje met vluchtgegevens checkt. “Naar Amerika op uitnodiging van Saskia, de pas ontdekte halfzus van papa, een tante van onze eigen leeftijd.”

“Een half-tante”, verbetert Nicole.

“Ach”, zegt Michiel, “een half-tante is ook een tante.”

Twee uur later nadert de taxi met de Heuvelsen zijn doel: villa Florence Mansion in Scottsdale, een uit de kluiten gewassen woonstede bestaande uit meerdere gebouwen; een mini-Versailles met replica’s van Michelangelo-beelden en Romeinse fonteinen. Ze rijden door het hek, langs een kopie van de beroemde Florence Pietà, geflankeerd door een reusachtige saguaro.

“Die Albertazzi is meervoudig miljonair”, zegt Sofie. “Hoe Saskia die man aan de haak heeft geslagen, is me een raadsel.”

“Een soort Indecent Proposal misschien?” zegt Nicole.

Bij het bordes zit Saskia schuin op een stenen leeuw. Ze kijkt naar de binnenkomende taxi en begint ter verwelkoming te lachen. De Heuvelsen herkennen haar van de toegestuurde foto’s.

“Daar zit half-tante”, zegt Michiel. “Maar waar is half-oom?”

“Daar komt-ie net aan”, zegt Sofie lachend. Timothy Albertazzi verschijnt in de deuropening, gekleed in een vlot maatkostuum, zoals het een groot-industrieel betaamt. Hij is joyeus, eigenwijs en schatrijk. Beschikt niet alleen over fraaie auto’s, kostbare juwelen en peperduur antiek, maar ook over schilderijen die worden toegeschreven aan Rubens, Rembrandt en Vermeer. Als de dames uit de auto zijn gekomen, begroet hij hen één voor één hoffelijk. Hij kust Diana’s hand. “Diana, de godin van de jacht en de kuisheid”, zegt hij. “Er is een tempel naar u genoemd in Évora in Portugal, wist u dat?”

Diana glimlacht quasi-verlegen. 

“Kom eens mee”, zegt Saskia later tegen de Heuvelsen, nadat hun een cocktail in de handen is gedrukt. “Ik wil jullie iets laten zien.” Ze lopen naar een grote ruimte met een flink aantal schilderijen aan de muur. Aan een lange wand hangt in het midden een doek dat er onmiskenbaar uitziet als een werk van de beroemdste Hollandse meester Rembrandt. “De verbanning uit de Hof van Eden”, zegt Saskia. “En daar, dat paneel. Komt dat jullie niet bekend voor?”

“Is dat niet…?” fluistert Nicole.

“Ja, dat is het”, zegt Saskia snel. “Het paneel uit Het Lam Gods.”

“De vraag is: zijn dit echte werken of vervalsingen”, zegt Saskia.

Timothy knikt. “Voor mij doet dat er eigenlijk niet toe”, zegt hij. “Ze zijn prachtig.”

“Een kunsthistoricus uit Europa kon het niet vaststellen”, vult Saskia aan. “Nou, dat zeg toch wel wat, nietwaar?”

“Ach”, zegt Sofie, “sommige dingen hoef je niet te weten. Zij blijven altijd een mysterie.”

“Zo is dat!” roept Timothy enthousiast.

“En dat allemaal dankzij mijn vader Daniël”, zegt Saskia. “Tenslotte heeft hij de schilderijen naar Amerika gebracht.”

“Ja, de vervalsingen”, vult Diana aan.

Iedereen lacht. Sofie heft het glas: “Nou, op een goede toekomst als familie dan maar. Jullie moeten gauw eens naar Holland komen.”

“Beloofd”, zegt Saskia. “Proost!”

In het vliegtuig terug naar Nederland staart Nicole wazig door het raampje naar de wolken. Ze draait zich naar haar tante Sofie en zegt: “Sofie, ik denk dat ik jouw genen heb.”

“Hoezo?”

“Ik ben geloof ik verliefd…”

“O, wat leuk voor je!”

“… op een meisje.”


Volgende maand:

De familie Heuvels neemt een besluit over villa Koningslaan.

artsenauto.nl/feuilleton

Auteur Adri van Beelen is verpleegkundige (niet-praktiserend), (freelance) journalist, programmamaker en auteur van de volgende boeken: In vrije val (2008)Celeste (2012)Verborgen (2013)De vrouwenverzamelaar (2015)De familie Duinen (2017)Het zieke vliegtuig (2019)

Delen