Volkswagen Polo

De Volkswagen Polo is al decennialang een absolute ‘unisex’-auto. Iedereen kan zich erin vertonen, een Polo ‘kan’ altijd. Dat verandert niet met dit nieuwe model.

Tekst: Bart van den Acker | Beeld: Volkswagen

 

Is dit een nieuwe, dan? Dat hoorde ik meer dan eens, toen ik in deze nieuwe Polo reed. Jazeker! De nieuwe Polo is zelfs 7 centimeter langer én breder dan de vorige editie. Dat zijn aanzienlijke verschillen, maar ze lijken niet op te vallen.

Prijs vanaf 16.150,- Bijtelling 22 procent

Deze nieuwste generatie Polo is wederom een typische, onmiskenbare Volkswagen. Dat maakt ’m onderscheidend tussen andere merken en hij past mooi in de familielijn. Dit model is vrijwel tijdloos en kan weer vele jaren mee. De vorige Pologeneratie heeft het liefst negen jaar uitgehouden. Voor compacte en betaalbare auto’s is zo’n lange levenscyclus belangrijk om voldoende aantallen te kunnen verkopen om zo de ontwikkelingskosten terug te verdienen én winst te maken.

Vooral vanbinnen is de nieuwe Polo echt ‘meer auto’ dan zijn voorganger. Die extra centimeters in de breedte dragen bij aan het comfort, net als de fijne voorstoelen. Met de standaard vijf deuren is de achterbank goed bereikbaar. In bagageruimte (355 liter, minimaal) vestigt de Polo zich samen met ‘broertje’ Seat Ibiza aan de top van deze klasse.

Het dashboard is een toonbeeld van afleesbaarheid; de druktoetsbediening van de airco is handig. De centrale display is dezelfde als in een Golf. De testauto heeft hierin ook het prettig werkende navigatiesysteem dat ik ken uit andere modellen. Vrijwel elke Polo heeft adaptieve cruise control. Dat is in deze klasse bijzonder en draagt bij aan zowel comfort als veiligheid.

Meer auto dan zijn voorganger

De Polo is er in nogal wat versies, met zelfs zeven motoriseringen, inclusief één diesel en eentje op groengas. Ik reed met de 1,0 liter driecilinder ‘MPI’-benzinemotor met 55 kW/75 pk. Die is maar net-aan sterk genoeg, vooral bij lage toerentallen zit er heel weinig fut in. Wie bovendien het ‘schakeladvies’ op het dashboard volgt, vermoordt op termijn de motor, want die wordt zwaar belast, juist door de té lage toerentallen. Zelf zou ik kiezen voor de 1.0 ‘TSI’ (70 kW/95 pk), die veel soepeler en lekkerder rijdt en theoretisch zelfs iets zuiniger is. Ik reed onder verre van ideale omstandigheden overigens al ruim 1 op 16 met de testauto. Bij lange ritten en betere weersomstandigheden is volgens mij 1 op 17,5 ook te halen.

De vijfbak schakelt goed, maar een zesde versnelling zou voor iets minder geluid op kruissnelheid zorgen en een nog iets gunstiger verbruik. Eén opmerking moet ik nog wel maken bij het leveringsprogramma. De Polo heeft een scherpe vanafprijs, maar wie één trapje hoger kiest dan die absolute basis, is direct 2.400,- duurder uit. De gemiddelde Polo zit echt rond de twintig mille.

Conclusie: de nieuwe Polo heeft alles in zich om het aanhoudende verkoopsucces van eerdere generaties naadloos voort te zetten. Objectief bezien is het gewoon een van de beste auto’s in de compacte klasse. Kijk wel scherp naar de gewenste uitvoering, anders wordt het snel een dure auto.