Werken in de nacht

Het kan soms pittig zijn en het vereist af en toe wat improviseren. Maar werken wanneer anderen slapen, is vooral bijzonder. Vier collega’s vertellen over diensten in de nacht.

‘Een alleen-op-de-wereldgevoel’

Tekst: Monique Bowman
Beeld: De Beelredaktie/ Martin Hogeboom

Fleur Teunissen (45) is ambulanceverpleegkundige in Apeldoorn. Ze heeft vier tot zes keer per maand nachtdienst.

“Het heeft wel iets, werken in de nacht. Het is stil op straat, de huizen zijn donker, iedereen slaapt, het geeft een ‘alleen-op- de-wereldgevoel’. Bij contacten met politie, brandweer of huisartsen merk ik dat zij het net zo ervaren. 

Een dienst van 23.00 tot 7.00 uur is voor ons sowieso anders dan een dienst overdag, omdat er geen geplande vervoersritten zijn. ’s Nachts moet je wat vaker improviseren, we moeten het dan met minder ambulances doen, het is donker, het is vaak moeilijker contactpersonen te bereiken. Zo gebeurt het bijvoorbeeld dat we met een zaklantaarn in een pikdonker huis op zoek moeten naar een hoogbejaarde patiënt, nadat de politie eerst voor ons een raam heeft ingetikt.

Na een dienst gaan we nooit meteen naar huis, we drinken altijd nog koffie en evalueren met elkaar de nacht. Vooral na een heftige rit is dat fijn.

Dit jaar heb ik op tweede kerstdag nachtdienst. We proberen er dan samen iets gezelligs van te maken, met een kerstboom en versieringen. En onze werkgever zorgt voor lekkere hapjes.”


‘Je zit met z’n allen in dezelfde shit en dat voelt elke aanwezige’

Tekst: Marjan Enzlin
Beeld: De Beeldredaktie/ Rob Acket

Dingeman Rijken (36)is forensisch patholoog bij het NFI, wetsdokter bij het UZ Leuven en forensisch arts voor diverse ggd’en in het land.

“Toevallig heb ik nu nachtdienst en ben ik voor de ggd onderweg naar een verpleeghuis voor een schouw. Een dame die haar heup brak en daarna fysiek verslechterde en overleed, zoals vaak het geval is. Voor de wet is het echter een overlijden na een ongeluk – en dus een niet-natuurlijke dood – en dan moet er iemand van ons heen. Doorgaans een formaliteit na zo’n heupbreuk, maar we moeten wel bekijken of de instelling bijvoorbeeld de val had kunnen voorkomen.

Bij het NFI werk ik doorgaans overdag, maar voor de ggd doe ik geregeld nachtdiensten. Dan heb ik piketdienst en word ik gebeld. Grofweg voor vier taken: lijkschouwingen, arrestanten die zorg nodig hebben, bemonstering bij zedenmeldingen en bloedproeven. Dat laatste bij mensen die onder invloed van het een of ander hebben deelgenomen aan het verkeer en bij wie de politie een speekseltest heeft gedaan. De uitslag daarvan moet via een bloedproef worden bekrachtigd.

De nacht heeft een heel eigen, haast serene, sfeer. Vorige week werd ik bijvoorbeeld bij een dodelijk ongeval op de snelweg geroepen. Dan staat er zo’n voertuig met de overledene er nog in met felle lampen erop, in een verder donkere omgeving. De weg is afgezet en dus leeg, er lopen allerlei mensen van de politie en andere diensten rond. Enkelen van ons in de bekende witte pakken. Iedereen doet in betrekkelijke stilte zijn of haar werk, maar wél samen. Het lijkt wel of er ’s nachts meer saamhorigheid heerst. Je zit met zijn allen in dezelfde shit en dat voelt elke aanwezige. Het maakt dat ik de sfeer in de nacht heel bijzonder vind. Mooi bijna.” 


‘Mensen zijn blij dat je komt’

Tekst: Andrea Linschoten
Beeld: De Beeldredaktie/ Martin Hogeboom

Sjoerd Bruil (36) uit Vaassen is fulltime veearts. Een nacht per week en een weekend per maand heeft hij nachtdienst.

“Nachtdienst hoort er gewoon bij, ik heb er geen hekel aan. De mensen zijn blij dat je komt, dat je direct kunt helpen. In het voorjaar is het drukker, dan zie ik soms mijn bed maar een paar uurtjes. En misschien eens per jaar ben ik de hele nacht in touw en ga ik daarna meteen door met mijn gewone werkdag. Het is wel een belasting voor je privéleven, voor je gezin. Zeker met jonge kinderen. Mijn vrouw is ook dierenarts, maar sinds zij geen avond- en weekenddiensten meer draait, is het beter te doen en hebben we ook iets meer tijd samen. 

Als ik ’s nachts op pad moet, kan ik daar best van genieten. Het is heerlijk rustig onderweg. In de vroege ochtend hoor je de vogels zingen. Vaak ben ik dan op weg naar een drachtige koe met complicaties. Het is prachtig als het dan toch lukt om een kalfje via de natuurlijke weg eruit te krijgen. Bijvoorbeeld door het te draaien of de pootjes goed te leggen. Ik ben tevreden als ik een gezonde koe met een gezond kalf kan achterlaten.  

Wat me het meest is bijgebleven is dat een boer veertien koeien tegelijk aan de grond had. Ze hadden veel te veel krachtvoer gegeten nadat er een leiding kapot was gegaan. Gelukkig heb ik er nog zeven kunnen redden.”


‘Kerstontbijtje bij kaarslicht’

Nienke Stam (37) uit Huizen is verloskundige. Tweemaal per week draait zij 24-uursdiensten.

Tekst: Wout de Bruijne
Beeld: De Beeldredaktie/ Sander Koning

“Onze nachtdiensten zijn onderdeel van de 24-uursdiensten. Je hebt dan ’s nachts bereikbaarheidsdienst. Overdag rijd je kraamvisites, heb je consulten en help je mensen met klachten. Ik heb een haat-liefdeverhouding met die diensten. Als je geen bevalling hebt, slaap je gewoon door, maar ja, je hebt soms ook weleens drie bevallingen tijdens je dienst en dan overdag nog visites rijden, dat is pittig. En het wordt zwaarder naarmate je ouder wordt en als je zelf kinderen hebt. Ik heb er twee.

Als de telefoon midden in de nacht gaat, zou je willen je dat je een ander beroep had gekozen. Maar als ik in de auto zit en daarna het huis binnenstap, gaat het weer goed, en eenmaal bij de bevalling heb ik de mooiste baan ter wereld. 

De 24-uursdiensten tijdens de feestdagen verdelen we onderling. Ik werk dit jaar op kerstavond en eerste kerstdag. Er hangt een speciale sfeer tijdens die dagen. Onderweg zie je overal lichtjes en er staat meestal een kerstboom in het huis waar je komt. Ook als je in een ziekenhuis bent, voelt dat anders.  

Vorig jaar had ik dienst op tweede kerstnacht en tegen de ochtend was er een bevalling. Nadat we klaar waren, zaten de ouders en ik samen aan een kerstontbijtje bij kaarslicht. Een bijzonder moment.”